Een wanhopige regio

Dacht Zuid-Oost-Azië alles gehad te hebben na een zware economische crisis, steeds duurdere olie en teruglopende investeringen, krijgt de regio ook nog eens op zijn falie door de afnemende groei van de Amerikaanse economie. Van de meeste landen in het Verre Oosten gaat minstens een kwart van de export naar de VS. Een wanhopige regio in vogelvlucht. ,,Het wordt steeds rustiger in mijn zaak.''

Een eenzame klant dwaalt met een zwerm verkopers om zich heen door de Blaster Shop in Singapore. Een paar maanden geleden was de ruime winkel van Creative Technology, de Singaporese producent van randapparatuur voor de computer, op zaterdag steevast tjokvol. ,,Als u een paar weken wacht met kopen, wordt het allemaal misschien wat goedkoper'', zegt verkoopster Ivy Su. Ze ziet het vraagteken op het gezicht van de klant en verklaart: ,,US slowdown. Minder producten van ons kunnen naar Amerika en blijven dus in Singapore.''

Ook de grootste onderneming en de trots van de stadsstaat is kennelijk getroffen door de groeivertraging in de Amerikaanse economie. Een aandeel Creative kostte op de Nasdaq een jaar geleden bijna veertig dollar, nu hooguit tien. Op het hoofdkantoor is wat paniek uitgebroken: vragen van de pers worden niet langer beantwoord – tegenslag is Creative niet gewoon. Net zomin als analisten die, zoals nu, zwaar weer voor het bedrijf voorspellen.

Wie rondloopt en rondvraagt in Singapore merkt het: er zitten minder uitbundige tijden aan te komen. Iedereen, hoe laag geschoold ook, weet van de teruglopende economische groei in de Verenigde Staten en concludeert intuïtief dat de broekriem wat moet worden aangehaald. ,,Het wordt steeds rustiger in mijn zaak'', zegt de eigenaar van een doorgaans populaire elektronicawinkel. ,,Ik denk dat Singaporezen nu denken: `We hebben alles al, dus laten we die volgende aankoop nog maar even uitstellen.'''

Heel Zuid-Oost-Azië wacht als een roerdomp op de dingen die komen gaan. Economen in de verschillende hoofdsteden kibbelen nog over de vraag of de groei van de economie van de Verenigde Staten nu wel echt structureel terugloopt. Commentatoren waarschuwen krantenlezers daarentegen dat ze zich moeten instellen op een tweede Aziatische crisis, bijna vier jaar nadat de eerste op 2 juli 1997 begon. Het algemeen gevoelen is dan ook dat overal de nationale inkomens zullen dalen van de sterk op technologie leunende, export-georiënteerde, Aziatische landen. Oorzaak is de teruglopende Amerikaanse vraag, vooral uit de dotcom-hoek. Fed-baas Alan Greenspan is niet van de Aziatische voorpagina's weg te denken.

De weging van zijn woorden is in de verschillende Aziatische economieën evenredig met het deel van de lokale export dat naar Amerika gaat. Gemiddeld gaat een kwart van de voor de regio o zo belangrijke export naar de Verenigde Staten – op Hongkong na exporteren alle Aziatische landen meer naar Amerika dan dat ze eruit importeren.

Zuid-Oost-Azië heeft de pech dat vooral in de technologiesector de klappen vallen. De vraag naar pc's daalt sterk en laten de uiteenlopende onderdelen daarvan nu net uit het Verre Oosten komen.

Neem de Filippijnen. Ooit was Amerika de kolonisator, nu zijn de VS in alles het grote voorbeeld. Bijna de helft van de Filippijnse export gaat naar Amerika. Ruim tweederde daarvan betreft (lowtech) spullen voor in en rond de computer. Een onderzoek onder Aziatische economen, ambtenaren en zakenlui leert dat tachtig procent van hen denkt dat de `US slowdown' net het duwtje is dat de Filippijnen over de rand en in een recessie stort.

Zo erg is het voor het wat verder ontwikkelde Maleisië niet, maar dat land kan niet al te veel meer hebben. Ook deze economie moet het voor zestig procent hebben van de technologiesector en bouwt niet aan één, maar twee imitatie-Silicon Valleys. Helaas, de export van halfgeleiders bereikte vorige maand een absoluut dieptepunt. En Seagate, de grootste producent van disk-drives ter wereld, sluit de ene na de andere fabriek in Maleisië. Om de verwachte volgende klappen wat te temperen, gaat Maleisië proberen de export naar de EU te verleggen.

Dat is precies wat Singapore deed tijdens de laatste Amerikaanse economische crisis in de Reagan-jaren. ,,Wij hebben de flexibiliteit van een klein bootje in een grote oceaan'', is de veelgebruikte metafoor van voorzitter Stephen Lee van de Singaporese Raad voor Handelsontwikkeling. Lee meent dat het kleine eiland in staat moet zijn soepeltjes een deel van de op Amerika gerichte handel naar Europa te dirigeren.

Niettemin moeten ook in Singapore de hightech leverende bedrijven een veer laten. Ook voor Singapore geldt dat elektronica met 64 procent 's lands export domineert. En die industrietak moet nu heel ongebruikelijke, namelijk dalende, exportcijfers verspreiden. ,,In januari daalde de export van niet-olie producten met 10 procent'', verklaart Lee. Twee pilaren van de Singaporese economie, Stats, dat halfgeleiders test, en 's werelds derde chipfabrikant Chartered Semiconductor Manufactoring, zijn in tegenstelling tot Creative open over de gevolgen van de Amerikaanse groeivertraging. Stats komt er rond voor uit dat het laatste kwartaal van 2000 dramatisch was en dat het dit jaar niet veel beter wordt. Chartered schat dat het eerste kwartaal van dit jaar de verkoop met 20 procent zal zijn gedaald.

Indonesië, Vietnam, Laos, Cambodja en Birma hebben de laatste jaren Amerika als klant weten aan te boren, hoewel dat in het geval van Birma met een zweem van illegaliteit ging. Tot grote schrik van Washington bleek de zwaar gesanctioneerde export van kleding van Birma naar de VS vorig jaar verviervoudigd tot een miljard gulden. Vietnam sloot daarentegen vorig jaar een handelsovereenkomst met de vroegere vijand. Een mensenmassa verwelkomde enkele maanden geleden Bill Clinton als was hij een filmster.

Indonesië, met Thailand en Zuid-Korea het zwaarst getroffen door de crisis van 1997, wist zich te herstellen door flink naar de VS te exporteren en zag de totale uitvoer vorig jaar nog toenemen met 23 procent tot 120 miljard gulden. Het politiek zwalkende Indonesië heeft nu echter te maken met een roepiakoers die op crisisniveau ligt.

Niet iedereen ziet het somber in voor Indonesië – per slot zou een goedkope roepia de export kunnen stimuleren. Beleggingshuizen als Vickers Ballas wijzen er op dat de economische vertraging in Amerika ook wel eens zou kunnen leiden tot een zwakkere dollar die de kosten voor Indonesische producenten verlaagt en, heel belangrijk, het terugbetalen van schulden goedkoper maakt.

Schulden: een gevoelige kwestie in de regio. De makkelijke verstrekking van enorme leningen aan nimmer terugbetalende debiteuren – zogenoemde `slechte leningen' – leidde vooral in Thailand tot de ineenstorting van de lokale economie, waarna andere voormalige Oost-Aziatische `tijgers' als dominostenen omvielen. Geen wonder dat alle omringende landen het reilen en zeilen van de Thaise economie op de voet volgen. En die landen worden daar niet vrolijk van, want als er één land thans slecht voor staat is het Thailand.

Tegenslagen waar de hele regio mee te maken heeft, lijken Thailand onevenredig hard te treffen. Zo sloeg de dure olie een deuk in de reserves doordat het land zelf nauwelijks natuurlijke hulpbronnen heeft. Ook Thailand trapte net als zoveel landen in de val van misleidende economische groeicijfers. Ruim een jaar na de crisis waren die op hetzelfde niveau als van vóór 1997 en dus concludeerden politiek en publiek dat de magere jaren er op zaten. De ingezette sanering en reorganisatie van de door vriendjespolitiek en corruptie verrotte financiële sector werden daarop op een laag pitje gezet.

Vergeten werd dat een procent groei over 1999 weinig voorstelt vergeleken met een procent groei over pakweg 1996; van het niets van 1998 naar het bijna niets van 1999 is immers al gauw een handvol procenten. Het inkomen per hoofd ligt nu nog een flink stuk lager dan in de pre-crisis jaren en de werkloosheid is twee keer zo groot. De oorzaak van de Aziatische crisis, de Thaise `slechte leningen', stijgen weer in aantal en bedragen nu samen maar liefst 140 miljard gulden – het nationaal inkomen van Thailand is zo'n 310 miljard gulden. ,,Het probleem is'', legt directeur Banthoon Lamsam van de Thaise Boerenleenbank uit, ,,dat Thai zich niet schuldig voelen als ze hun lening niet terugbetalen''.

Wie Thailand probeert te helpen met zijn schuldsanering speelt met zijn leven. Michael Wansley, een Australische accountant, werd in 1999 doodgeschoten toen hij op weg was naar een suikerfabriek om daar de boeken op onregelmatigheden te controleren. De 50-jarige Anthony Norman, een Australiër die de schuld van grootste schuldenaar van Thailand, Thai Petrochemical Industries, moet saneren, gaat nergens heen zonder minimaal drie zwaarbewapende bodyguards en zijn kogelvrije vest. Vrijwel alle buitenlanders die hervormingen willen doorvoeren, worden vroeger of later bedreigd – huurmoordenaars nemen al genoegen met 2.000 gulden.

De Amerikaanse economische terugval kan er voor Thailand ook nog wel bij. De Thaise handelsbalans was in januari voor het eerst sinds 30 maanden negatief en wel meteen met een miljard gulden. Ook hier geldt dat de sterk gedaalde export de technologiesector zwaar treft. Thailands grootste producent van computerschermen, Delta Electronics, heeft in het hoofdkantoor een grafiek hangen die de orders uit Amerika weergeeft en die nog het meest lijkt op de dwarsdoorsnede van een levensgevaarlijke skihelling.

Credit Lyonnais Asia verwacht dat de Thaise economische groei beperkt zal blijven tot 2,6 procent, ING Barings houdt het er zelfs op dat het land dit jaar in een recessie komt. De vorige keer dat dat gebeurde, verdronk zowat heel Oost-Azië in zo'n recessie en werd zelfs gevreesd voor de ineenstorting van de wereldeconomie.

Eigenlijk verschilt de huidige economische situatie in het voormalige crisisgebied niet zo heel veel met die van 1997. De slechte leningen zijn er nog, de discutabele financiële instellingen evenzeer. Ook is de onderlinge regionale handel nog steeds de dobber waarop de verschillende economieën drijven. Het grootste deel van de Aziatische export blijft immers binnen Azië. Door dergelijke grote onderlinge afhankelijkheid kon het in 1997 en 1998 gebeuren dat het omvallen van de ene economie tot de val van de andere leidde. Sindsdien is ook de economische situatie in Japan niet erg verbeterd. De tweede economie van de wereld is normaal gesproken de belangrijkste investeerder in Azië en behoort de locomotief voor de regionale economie te zijn. Maar ook voor Japan – superdonor voor Aziatische ontwikkelingslanden – dreigt een recessie.

De teruglopende investeringen in de regio completeren het sombere toekomstperspectief. Uit rapport na rapport blijkt dat buitenlandse investeerders nauwelijks terug zijn gekomen nadat ze de regio tijdens en na de crisis verlieten. Wereldwijd zullen de buitenlandse investeringen als gevolg van de door Amerika veroorzaakte somberte teruglopen van 1.100 miljard dollar naar 800 miljard. Ruim 70 procent daarvan gaat naar ontwikkelde landen. Zuid-Oost-Azië ziet de aandacht van investeerders nadrukkelijk verschuiven naar Noord-Oost-Azië, vooral naar de Volksrepubliek China, waar naar verwachting bijna 9 procent van de mondiale investeringen naartoe gaan. Het Verre Oosten mag misschien de kruimels oprapen die investeerders laten vallen.

Geld is laf, leert de haute-finance. Geld gaat alleen naar plekken waar het zeker rendement oplevert. Zuidoost-Azië is voorlopig niet zo'n plek, met uitzondering misschien van Singapore. Daar fluistert Ivy Su, de verkoopster van de Blaster Shop, haar klant geruststellend in dat het in de tweede helft van dit jaar beter met Amerika zal gaan en de prijzen misschien wel weer gaan stijgen van de computerproducten die ze verkoopt. ,,U moet proberen dát moment vóór te zijn.''