`De komst van een vredesmacht is dringend gewenst'

Israël is als de dood voor de komst van een internationale vredesmacht, zoals de Palestijnen bepleiten. Toch gaan er ook in de Israëlische samenleving stemmen op die zeggen dat interventie misschien wel de beste oplossing is.

`We bepleiten de onmiddelijke komst van een internationale vredesmacht om de bevolking in de bezette Palestijnse gebieden te beschermen tegen de regering Sharon-Peres-Mofaz'. Eergisteren verscheen in grote letters deze advertentietekst in Israëlische dagbladen. Ondertekenaar was Gush Shalom, een kleine doch zeer actieve vredesbeweging in Israël.

Als een terriër houdt Gush Salom de naleving van mensenrechten in de gaten, in Israël zelf en in de bezette Palestijnse gebieden in het bijzonder. De organisatie lanceerde onlangs een campagne tegen de verkoop van producten uit Israëlische nederzettingen. Deze week nam zij het op voor het behoud van een kliniek in een Palestijns dorp dat op het punt staat door het Israëlische leger te worden platgewalst.

Soms hebben de acties van Gush Shalom succes, in de meeste gevallen wordt haar stem echter genegeerd. Haar oproep tot het zenden van een internationale troepenmacht die Israëlërs en Palestijnen in feite van elkaar zou moeten scheiden, komt op een moment dat het Israëlisch-Palestijnse conflict opnieuw escaleert en er aan Palestijnse zijde geen millimeter vertrouwen is in de nieuwe Israëlische premier Ariel Sharon.

Israël is fel gekant tegen internationale bemoeienis met het Palestijnse probleem. Alle Israëlische regeringen beschouwen dat, zolang er geen Palestijnse staat is, als een binnenlands probleem. De reden voor deze historisch verankerde opstelling is dat de joodse staat zich in de internationale gemeenschap, als het om de rechten van de Palestijnen gaat, geïsoleerd weet. Initiatieven in de VN-Veiligheidsraad om te interveniëren in het Israëlisch-Palestijnse conflict, lopen dan ook consequent vast op een veto van bondgenoot Amerika.

Dat zal ook wel het lot zijn van een nieuwe Palestijns-Arabische poging om de Veiligheidsraad te overtuigen van de noodzaak een internationale troepenmacht naar het Midden-Oosten te sturen. Israël is daar bang voor. Niet alleen premier Sharon maar ook zijn voorganger Ehud Barak is ervan overtuigd dat de Palestijnse leider Yasser Arafat de intifidah gebruikt om met de televisiebeelden van het lijden van het Palestijnse volk de komst van zo'n troepenmacht dichterbij te brengen.

Dat Gush Shalom dit ook bepleit, betekent dat er in de Israëlische samenleving krachten zijn die inzien dat de kloof tussen Sharon en Arafat zo groot is dat internationaal ingrijpen is geboden om een nog grotere tragedie tussen beide volkeren te voorkomen. Meer dan mooie woorden, die een harde politiek versluieren, heeft Sharon de Palestijnen niet te bieden. Zijn eis dat het Palestijnse verzet tegen de bezetting, in zijn woorden `terreur', moet stoppen alvorens het vredesoverleg kan worden hervat, getuigt van weinig realiteitsgevoeld. Nog maar kort geleden zei het ex-hoofd van de Israëlische binnenlandse veiligheidsdienst, Ami Ayalon, dat de Palestijnen hebben geleerd dat Israël uitsluitend de taal van geweld verstaat. De intifadah is tegen de Israëlische militaire overmacht het inferieure doch psychologische sterke Palestijnse wapen. Dat uit handen geven voordat Sharon het vredesoverleg op een realistische basis wil hervatten, zou voor Arafat politieke zelfmoord betekenen.

Voor een internationale troepenmacht is thans beslist plaats. Zo'n macht zou niet alleen tot taak moeten hebben de Palestijnse bevolking tegen Israëlische collectieve straffen te beschermen, maar zou ook de Israëlische bevolking moeten beveiligen tegen Palestijnse terreur. Misschien is dat op dit moment de beste manier op de verhitte gevoelens aan beide kanten af te koelen.

De plaatsing van een internationale vredesmacht en/of internationale waarnemers kan en moet wellicht ook geschieden langs de toekomstige grenzen tussen Israël en de Palestijnse staat. In dat geval heeft de komst van een vredesmacht ook het effect dat de internationale gemeenschap een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse forceert. Zoals de Verenigde Staten en de Europese Unie een vredesstructuur hebben oplegd in de Balkan.