De glasbak voorbij

Recycling was lange tijd een non-onderwerp in de designwereld. Maar inmiddels denken ook de meeste ontwerpers milieuvriendelijk en raakt duurzaam design ingeburgerd. Eco-design is niet langer een kwestie van `hoe lang iets meegaat', ook dienstverlening kan duurzaam zijn. In Arnhem is een expositie te zien over gerecyclede snowboards, lease-fietsen, horloges van stukjes regenpijp en een met de hand oplaadbare telefoon. Eco-design als levensstijl.

Design is eigenlijk per definitie milieuonvriendelijk. Het ontwerpen van nieuwe voorwerpen behelst immers altijd het bewerken van grondstoffen, vervoer en opslag: allemaal energieslurpende activiteiten. Bovendien komt elke extra stoel, beker of kurkentrekker vroeg of laat terecht op de gestaag groeiende afvalberg. Maar het verlangen naar periodieke verbetering en vernieuwing van de omgeving lijkt een niet uit te bannen menselijke drift.

Ondanks die ingebakken neiging tot afvalproductie is de aandacht van ontwerpers voor hergebruik lange tijd minimaal geweest. ,,Tot het eind van de jaren zeventig werd er in collegedictaten van studenten industrieel ontwerpen alleen gesproken over het ontwerpen, het maken en het gebruiken van producten. Daarna verdwenen ze gewoon'', stelt vormgevingsdeskundige Conny Bakker van adviesbureau Info-Eco. ,,Pas nadat het gat in de ozonlaag ontdekt was, drong het milieubesef goed door in de designwereld.''

Inmiddels is recycling volledig ingeburgerd. Glasbakken, chemokarren, papierbakken en GFT-containers zijn niet meer uit het straatbeeld weg te denken. Plastic zakken worden niet meer klakkeloos aan supermarktklanten uitgedeeld. En in sommige gemeenten zijn zelfs de vodden- en schillenboer in ere hersteld. De consument ziet steeds meer het nut in van eco-design en eist ook van ontwerpers en producenten een meer verantwoorde omgang met natuurlijke hulpbronnen.

Hoewel de initiële eco-hausse alweer enigszins is weggeëbd, heeft het milieu zich ontpopt als een blijvend punt op de designagenda. Om dat zichtbaar te maken, organiseert architectuurhistoricus Natascha Drabbe, directeur van het bureau Cultural Connections, de tentoonstelling Re-f-use. De tentoonstelling, die op 17 maart opent in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem en later verhuist naar het Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement in Utrecht, toont aan de hand van meer dan 150 producten uit 17 landen de stand van zaken op het gebied van duurzaam design.

Als je dan toch afval produceert, laat het dan afval zijn dat zich makkelijk laat afbreken. De vroegste milieubewuste ontwerpen waren gebaseerd op deze gedachte en concentreerden zich vrijwel exclusief op het gebruik van bio-afbreekbare materialen. Zo gebruikte Frank O. Gehry al in 1972 uitsluitend samengeperst golfkarton en een beetje hout voor zijn elegante Wiggle Side Chair. Zijn Franse collega Philip Starck ontwierp ruim twintig jaar later de Jim Nature televisie, een tv-toestel met een kast gemaakt van geperst houtzaagsel en formaldehyde-vrije lijm. Het zijn klassieke ontwerpen waarin strakke esthetiek met succes gepaard wordt aan de natuurlijke uitstraling van het materiaal.

Op de expositie is te zien dat het gebruik van organisch materiaal zijn charme nog niet verloren heeft. De tot sieradendoosjes getransformeerde gedroogde citrusschillen van Elena en Alexander Deutsch en uit gemanipuleerde kalebassen gemaakte flessen van Jan Velthuizen verwijzen expliciet naar hun vorige leven in de tuin en hun toekomst op de composthoop.

Maar de meeste hedendaagse eco-ontwerpen dragen hun recyclekarakter niet zo direct uit. Wie niet weet dat de Zwitserse klokkenfabrikant Mondaine Watch koper, aluminium en zink uit huishoudelijke apparaten, auto-onderdelen en regenpijpen gebruikt om zijn wereldberoemde stationshorloge te maken, zal het niet aan het glimmende uurwerk afzien. De flitsende snowboards van Rossignol uit Frankrijk zijn gemaakt van versnipperd productieafval van ski's en snowboards. En oude autobanden komen in gerecyclede vorm terug in de buitenzolen van zowel hippe Reebok sportschoenen als traditionele Abarcas sandalen.

Ook het recyclen van kunststoffen heeft een hoge vlucht genomen, getuige de televisiekasten van Philips, rioolbuizen van WAVIN en hoedenplanken van BMW, die allemaal van zoveelstehands kunststof zijn gemaakt. Ook een materiaal als PET, waar frisdrankflessen van worden gemaakt en waar milieuvrienden jarenlang tegen hebben geprotesteerd omdat het niet bio-afbreekbaar is, leent zich prima voor grootschalig hergebruik. 3M maakt er schuursponzen van, het Amerikaanse bedrijf Patagonia vermaalt en spint vijftien 2 liter flessen tot een kilo fleece voor isolerende winterjacks of truien.

,,Het klinkt heel aantrekkelijk'', geeft milieudeskundige Bakker toe, ,,maar het gebruik van duurzaam materiaal of het recyclen van afvalmateriaal staat niet garant voor een ecologisch verantwoord ontwerp.'' In Gehry's sierlijke stoel zit bij nader inzien meer karton verwerkt dan nodig is. Het omsmelten van aluminium voor nieuwe blikjes kost enorm veel energie. En de op het eerste gezicht zo schitterende fleece truien laten een hoop milieuwinst liggen door meteen de stap van PET-fles naar trui te maken, waardoor er daarna nooit meer iets anders van kan worden gemaakt. Het ecologische aura van veel producten is dus minder terecht dan je op basis van hun materiaal zou denken.

Maar ontwerpers staren zich niet langer blind op de materialen. Steeds minder voldoen ze aan het populaire beeld van modellenbouwers die met klei en ijzerdraad prototypes in elkaar knutselen. Rekenmodellen en ketenanalyses bepalen tegenwoordig meer en meer het eco-gehalte van een ontwerp. Het is niet langer het product, maar de productgeschiedenis hoe is het gemaakt, vervoerd, opgeslagen, gedistribueerd en ten slotte opgeruimd – die ertoe doet.

En na doorberekening van alle factoren blijkt de meest milieubewuste keus niet de gevoelsmatig meest voor de hand liggende. In de vergelijking bijvoorbeeld die het Delftse ontwerpbureau Flex Development maakte tussen plastic wegwerpvorkjes en bestek van aardappelzetmeel bleek de milieubalans positief door te slaan naar de kunststof exemplaren. ,,Kunststof laat zich namelijk dunner spuiten, waardoor er meer vorkjes kunnen worden vervoerd per vrachtwagen en opgeslagen per pakhuis'', legt Flex Development-directeur Ronald Lewerissa uit. ,,Dit betekent lager brandstofgebruik voor transport en minder gebruik van constructiemateriaal voor opslagplaatsen. Bovendien levert de kunststof ook nog eens meer warmte op als het bestek eenmaal in de vuilverbrandingsoven belandt. En aangezien vrijwel al het huisvuil van Nederland wordt verbrand om er energie aan te onttrekken is dat ook een factor die je moet meenemen in de berekening.''

In termen van energieverbruikrekensommen is het hergebruiken van origineel in een nieuwe functie (dus zonder recycling) natuurlijk helemaal een goede oplossing. De in Arnhem tentoongestelde Curva liniaal van De Denktank begon zo ooit zijn leven als jaloezie-lamel. En de Spaanse modeontwerpers die actief zijn onder de naam Vacas Flacas verwerken restpartijen uit de textielindustrie tot tassen, hoeden en andere kledingstukken. Dit soort puur hergebruik vergt echter wel de nodige creativiteit van de ontwerper en het is altijd maar afwachten of er vraag is naar het nieuwe product. Als dat niet het geval is, blijf je nog met afval zitten. Of zoals ontwerper Lewerissa het samenvat: ,,Succes van je product is essentieel voor milieuwinst. Anders zijn er een hoop inspanning en materiaal verloren gegaan.''

Waar zeker milieuwinst te halen valt, is bij het verhogen van de efficiëntie van transport. Dankzij de Atilla drankblikjes-pers kunnen er meer gebruikte aluminium blikjes per vrachtauto naar de recyclefabriek worden vervoerd. En het ronde biervat van Edwin Nieuwenhuizen en Bert Hanssen is dan weliswaar maar eenmalig te gebruiken, het is wel 80 procent lichter dan de traditionele aluminium biervaten, waardoor er per vrachtwagenrit 25 procent meer bier kan worden vervoerd. De brandstofwinst wordt groter doordat het vat niet geretourneerd hoeft te worden, wat vooral bij export naar verre landen aantrekkelijk is.

Maar je kunt de energiebesparing ook zoeken in het transport zelf. Michelin experimenteerde met autobandprofielen en kwam uit bij een ontwerp dat zo'n lage rolweerstand heeft dat het een brandstofbesparing van 5 procent oplevert. Nog meer besparing is natuurlijk te behalen door fossiele brandstof of elektriciteit te vervangen door duurzame energiebronnen. Een succesnummer op dit gebied is de Freeplay radio van de Britse uitvinder Trevor Bayliss, die niet op batterijen werkt, maar op een generator en een veer die zich met de hand laat opwinden. Het Japanse Nissho Engineering heeft een equivalent voor de mobiele telefoon op de markt gebracht. De AladdinPower, die eruit ziet als een ouderwetse knijpkat, zet een minuutje handspieroefeningen om in een minuut telefoontijd.

De allernieuwste ontwikkeling die Re-f-use signaleert op het gebied van eco-design, weekt de ontwerper nog verder los van het product. Hij ontwerpt geen voorwerp meer, maar een dienst. Het ontwerpuitgangspunt verschilt radicaal van wat tot nu gebruikelijk is in de designwereld. Niet meer de eigenschappen van een wasmachine staan centraal, maar de consumentenwens om schone was te hebben. Een efficiënt opgezet centraal wasserettesysteem kan dan milieutechnisch de ultieme oplossing blijken te zijn.

Wie denkt dat dit soort scenario's thuishoort in het domein van de futuristische sprookjes hoeft maar te denken aan de leaseprojecten bij kantoorgroothandels als Ahrend en `mobiliteitsaanbieders' als Green Wheels. In Arnhem is de milieuvriendelijke `totaalaanpak' aanwezig in de vorm van het succesvolle Mobiliteitsconcept voor Individueel Transport op de Korte Afstand oftewel MITKA. Het werd ontwikkeld door Kathalys, TNO, Gazelle, Stork en Nike om het parkeerprobleem rond het recent uitgebreide kantoor van Nike op te lossen. Dichtbij het kantoor wonende werknemers kunnen een driewielige, overkapte fiets aanschaffen en krijgen daar automatisch een uitgebreid pakket aan diensten bij, zoals een fietsenstalling, reparatieservice, eventueel vervangend vervoer, een helpdesk en een verzekering. MITKA is de jaren negentig-variant van het witte-fietsenplan van de Provo's.

Met de vervanging van dingen door diensten raakt bezit steeds meer op de achtergrond. Het gebruik is de spil geworden van het ecologisch ontwerpen. Duurzaamheid is geen kwestie meer van hoelang een hebbedingetje meegaat. En de taak van ontwerpers strekt zich uit tot ver voorbij de materiële grenzen van koffiezetapparaat of wasmachine. Als eco-designers geven ze mede vorm aan een levensstijl.

Re-f-use: tentoonstelling over duurzaam design. 17 maart t/m 13 mei in het Museum voor Moderne Kunst, Utrechtseweg 87, Arnhem. 23 mei t/m 29 juli in Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement, Buurkerkhof 10, Utrecht. Inl www.re-f-use.com