De `echte oorlog' bereikt nu ook Macedonië

De strijd van de Albanese rebellen beperkte zich tot nu toe tot de grensstreek met Kosovo. Gisteren bereikte de oorlog Tetovo, het stedelijke noordwesten van het land.

Terwijl de mensen scanderen, klinken de eerste schoten op de heuvel. `Social shooting', zal een internationale waarnemer later grijnzend zeggen. Hij doelt op de gewoonte in de regio om bij huwelijken, demonstraties en andere feesten met een pistool in de lucht te schieten. Maar een uur later scheurt de speciale politie in pantserwagens door de stad en rijden gillende ambulances af en aan. Dan is het social shooting veranderd in een echt gevecht.

Waar iedereen bang voor was, gebeurde gistermiddag. Het conflict in Macedonië escaleerde. Albanese rebellen verplaatsten hun gewapende strijd van het geïsoleerde noorden naar het dichtbevolkte westen van Macedonië. In het westen wonen vooral Albanezen – ruim een kwart van de twee miljoen mensen tellende bevolking.

De problemen begonnen gisteren rond het middaguur, tijdens een demonstratie van Albanezen in de stad Tetovo. Een dag eerder hadden Albanezen, onder aanvoering van de regerende Democratische Partij van Albanezen (PDSh) al in de Macedonische hoofdstad Skopje betoogd. Die demonstratie was `voor de vrede'. De demonstratie in Tetovo is de eerste masssale steunbetuiging aan de rebellen en richt zich `tegen het staatsterrorisme'. Daar zit een duidelijk verschil van opvatting in.

Bovendien wordt de demonstratie gehouden in Tetovo, de grootste stad van de Albanese minderheid. Albanese vrienden in Skopje noemen de stad grappend `het Islamabad van Macedonië', omdat sommige cafés naar islamitische maatstaven geen alcohol schenken. Nog voor het begin van de schietpartij op de heuvel slaan demonstranten een Slavisch-Macedonische cameraman in elkaar.

De sprekers roepen op tot steun van de extremisten – en tegelijk tot een dialoog met de regering. Maar de menigte, die kleiner is dan een dag eerder in Skopje en alleen uit mannen bestaat, begint al gauw te scanderen: `UÇK, UÇK'. Het zijn de initialen van het nieuwe Albanese Nationale Bevrijdingsleger in Macedonië. En enkele minuten later klinkt het eerste geweervuur uit de heuvels.

,,Dat is afgesproken werk'', aldus de internationale waarnemer. Demonstranten en rebellen staan volgens hem met elkaar in contact via mobiele telefoontjes. De schoten zouden zijn bedoeld om de menigte op te jutten. ,,Had er een intekenlijst voor het UÇK gelegen, dan hadden duizend mannen zich opgegeven'', zegt een Westerse diplomaat op zijn beurt.

En dat is een veeg teken, want de Macedonische autoriteiten hebben steeds onderstreept dat het Albanese `terrorisme' geïmporteerd is uit het naburige Kosovo om zo de schuld op het naburige de facto internationale protectoraat af te schuiven. Alleen de leider van de PDSh, Arben Xhaferi, heeft gewaarschuwd dat de rebellen uit eigen land afkomstig zijn. Hij en andere politieke leiders van de Albanese minderheid in het land hebben het geweld van de extremisten veroordeeld, maar staan onder toenemende druk vanuit de achterban om toch hun steun aan de rebellen uit te spreken.

Op de heuvel staat inmiddels een huis in brand. Een konvooi speciale politie, tot de tanden bewapend, klimt even later tegen de heuvel op. Vlak onder de top houden de troepen stil en beginnen te schieten. Het geratel van machinegeweren en de doffe klappen van granaten weerklinken in de stad, op nog geen kilometer afstand.

Overal in Tetovo verschijnen mensen met verrekijkers. Zo wordt de strijd nog dichterbij gebracht. Op het grasveld in het centrum van de stad ligt een handvol toeschouwers in de zon de gevechtshandelingen te volgen – modern theater op de Balkan. ,,Het is echt oorlog'', zeggen ze tegen elkaar. Sommige winkels sluiten uit voorzorg de deuren. Maar het leven gaat vooral gewoon door. ,,Ik had een afspraak om drie uur'', zegt een vrouw met een hoofd vol krulspelden bij de plaatselijke kapper. Buiten dreunen de inslagen. Naast het grasveldje leert een kleine jongen fietsen.

Drie weken zijn de rebellen actief. Ze eisen een federale staat van (Slavische) Macedoniërs en Albanezen en meer rechten voor de Albanezen, zoals hoger onderwijs in hun eigen taal. Maar vooralsnog zetten zij hun eisen kracht bij met aanslagen in het noorden van Macedonië, op de grens met Kosovo en Servië.

In een poging om hun bevoorrading af te snijden, trokken Joegoslavische troepen gisteren de zogenoemde bufferzone binnen. Deze gedemilitariseerde bufferzone, die na de luchtoorlog om Kosovo door de NAVO werd ingesteld, loopt tussen Kosovo en Servië. In het uiterste zuiden raakt zij echter Macedonië.

In de bufferzone zitten eveneens Albanese rebellen, verenigd in het Bevrijdingsleger voor Preševo, Medvedja en Bujanovac (UÇPMB). De bufferzone zou een `lek' zijn waardoor de rebellen van het UÇK in Macedonië wapens, versterkingen en andere voorraden ontvangen. Juist op de dag dat de Joegoslavische strijdkrachten proberen het lek te dichten, escaleert het conflict in Macedonië.

Aan het einde van de dag staan diverse huizen en bomen als brandende toortsen op de heuvel. De premier van Macedonië, Ljubco Georgijevski, maakt bekend dat tijdens de gevechten een dode en dertien gewonden zijn gevallen. De dode is volgens de premier door een sluipschutter doodgeschoten; onder de dertien gewonden bevinden zich drie politiemannen.

Het Macedonische ministerie van Binnenlandse Zaken verwacht meer conflicten in de komende dagen. ,,Rond Tetovo hebben de rebellen de afgelopen maanden grote wapenvoorraden aangelegd'', zegt een woordvoerder. De nacht blijft rustig. Maar bij het krieken van de dag klinkt vanuit de heuvels opnieuw het geratel van machinegeweren.