Burger wordt steeds gewelddadiger op straat

Eén op de drie mensen die in (semi-) openbare ruimten werken, is de afgelopen twee jaar geconfronteerd met fysiek geweld, zoals slaan en spuwen. Het gaat daarbij om politieagenten, conducteurs, gevangenbewakers, ambtenaren van de sociale dienst, huisartsen, verpleegkundigen, taxichauffeurs of verkopers.

Dit blijkt uit een eerste onafhankelijk onderzoek naar geweld in de (semi-)openbare ruimte dat in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie is verricht. Uit het rapport blijkt dat meer dan tweederde van hen werd uitgescholden of bedreigd. Van de minst bedreigde groep - de verkopers in winkels - wordt niettemin één op de tien jaarlijks slachtoffer van fysiek geweld. Dat leidt ertoe dat op grote schaal vaak tegemoet wordt gekomen aan de eisen van de geweldgebruiker, zodat er géén bekeuring wordt gegeven, wél een recept voor een geneesmiddel wordt voorgeschreven of geen kaartje wordt gecontroleerd.

Het rapport is gisteren door minister De Vries (Binnenlandse Zaken) naar de Tweede Kamer gestuurd. Hij noemt de uitkomsten ,,stuitend'' en vindt de huidige situatie ,,van geen kanten acceptabel''. Hij legt zo snel mogelijk een actieplan voor aan het kabinet. ,,Het is duidelijk dat dit geweld enorm moet worden teruggedrongen.''

De overheid heeft op vier manieren een bijzondere verantwoordelijkheid voor dit soort geweld, zo stellen de onderzoekers. De overheid is verantwoordelijk voor een veilige (semi-)openbare ruimte en verschillende van de betrokken beroepsbeoefenaren zijn nu juist werkzaam om de veiligheid van de openbare ruimte te garanderen, bijvoorbeeld als politieagent. Bovendien zijn de meeste van deze beroepsbeoefenaren werknemers van de overheid. De overheid heeft dus ook een verantwoordelijkheid als werkgever. Als laatste argument noemen de onderzoekers de integriteit van het functioneren van de overheid die kan worden aangetast als ambtenaren voor (gewelds-)intimidatie zwichten.

Bij deze eerste landelijke meting zijn 2.352 beroepsbeoefenaren uit acht verschillende disciplines betrokken. Vooral treinconducteurs en politieagenten hebben te maken met lijfelijk geweld in de vorm van trekken en duwen, maar ook slaan, stompen of schoppen. Van de werknemers die te maken kregen met verbaal geweld, werd 71 procent uitgescholden of bedreigd. Daarbij gaat het vooral om treinconducteurs, gevangenisbewaarders, politieagenten en medewerkers van sociale diensten. Het geweld wordt meestal gepleegd door één persoon, vrijwel altijd een man van gemiddeld 29 jaar oud.

Omgekeerd blijken volgens de onderzoekers mannen beduidend vaker te worden bedreigd dan vrouwen. Vrouwelijke huisartsen vormen daarop een uitzondering. Zij hebben vaker met geweld te maken dan hun mannelijke collega's. Opmerkelijk is dat in steden vaker geweld wordt gebruikt dan op het platteland en veelal buiten kantooruren.

De plegers van geweld blijken gewoonlijk voor hun gedrag te worden beloond. Zo laat 66 procent van de bedreigde treinconducteurs toe dat de agressieve passagier zonder kaartje reist. Bijna de helft van de bedreigde huisartsen (44 procent) schrijft na een bedreiging tegen de eigen wil een recept uit.

Eerder deze week heeft de CFO CNV-Bond Overheid in een brief aan de vaste Kamercommissie voor Justitie aangedrongen op zwaardere strafmaatregelen tegen mensen die zich jegens ambtenaren ernstig misdragen of hen molesteren. De bond krijgt steeds meer klachten van leden, die wanhopig hulp inroepen. De CFO wees op een recent incident in Rotterdam, waarbij in een tram drie controleurs en een steward werden aangevallen door twintig passagiers.

De Tweede Kamer zou dan ook op korte termijn maatregelen moeten voorbereiden waardoor de geweldsplegers zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk zwaarder kunnen worden gestraft. ,,Het gevoel dat niets meer heilig is krijgt door toenemende geweldsacties steeds meer voedingsbodem,'' schrijft de bond.