BOUWVAL OF PALEIS

Door de uiteenlopende manieren waarop de Palestijnse vluchtelingen her en der zijn opgevangen en de lange tijd die is verstreken sinds hun vlucht, voldoen nog maar enkele van hen aan het standaardbeeld van `de vluchteling'. Zo woont 99 procent van de Palestijnse vluchtelingen niet in tenten, en is een aanzienlijk deel van hen al eens teruggeweest naar hun geboortegrond; hetzij als arbeider om daar woningen voor joodse emigranten te bouwen, hetzij op een dagjestrip zoals die tot het uitbreken van de tweede intifada in september vorig jaar regelmatig door het Rode Kruis of andere instanties werden geregeld.

De 1,41 miljoen Palestijnse vluchtelingen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, sinds zeven jaar onder Palestijns bestuur, wonen doorgaans in betonnen, op elkaar gestapelde bouwvallen, met nauwe steegjes ertussen. In plaats van `vluchtelingenkampen' zou daarom `sloppenwijken vol vluchtelingen en hun nakomelingen' een nauwkeuriger beschrijving zijn.

In Jordanië en Syrië hebben de Palestijnse vluchtelingen het veel beter, en wonen ze vaak buiten de kampen. De ruim 380.000 Palestijnen in Syrië genieten sociale rechten en participeren volwaardig mee op de arbeidsmarkt. In Jordanië maken de 1,57 miljoen Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen zeker 50 procent van de bevolking uit. Naast sociale hebben zij ook politieke rechten, en ze nemen als volwaardige burgers deel aan het leven. De nieuwe koningin van Jordanië, Ranya, is een Palestijnse.

Het beroerdst komen de bijna 380.000 Palestijnen in Libanon er vanaf. Ze zijn uitgesloten van meer dan zeventig beroepen, hebben geen recht op onderwijs of medische zorg en mogen geen land bezitten. De meesten leven van overmakingen uit het buitenland, van ongeschoold of illegaal werk, en van de Verenigde Naties.

De kampen in Libanon zijn een soort `staten in een staat' waar het Libanese leger zich niet vertoont, en daarbuiten worden de Palestijnen sterk gediscrimineerd. De Libanezen houden hen verantwoordelijk voor het uitbreken van de burgeroorlog, en vrezen dat de Palestijnen bij permanente vestiging de precaire etnische balans zullen verstoren; in Libanon houden achttien verschillende religieuze sectes elkaar al eeuwen in een ongemakkelijk evenwicht. De Palestijnen die naar Libanon vluchtten zijn overwegend sunnitisch moslim, met een kleine christelijke minderheid. Permanente vestiging van driehonderdduizend sunnieten zou het evenwicht ernstig verstoren, met als gevolg een nieuwe burgeroorlog, zeggen de Libanezen.