Bourgogne uit Amerika

Oregon in de VS staat nog in de kinderschoenen van de wijnproductie. Toch wordt hier een aardige Bourgogne geproduceerd, en aanzienlijk goedkoper dan de Franse.

Het woord `Bourgogne' doet menigeen naar het puntje van de stoel schuiven. Bourgogne? U bedoelt Pommard, Clos de Vougeot, Chambolle Musigny en Chambertin? Ja, die bedoelen we. Nog meer dan Bordeaux laat rode Bourgogne het hart van de liefhebber sneller kloppen. Napoleon had altijd een paar kisten Chambertin bij zich op zijn veldtochten en schrijvers als Somerset Maugham en Dorothy Sayers die hun helden iets zinnigs over wijn laten zeggen, deden hen in restaurants vragen naar topwijnen uit de Bourgogne, liefst van een goed jaar.

Wat maakt rode Bourgogne zo speciaal? Het is zeker niet alleen de stevige prijs waarmee je kunt scoren bij een disgenoot die beseft wat hem wordt aangeboden. Het is ook het moeilijke karaker van de Bourgogne-druif, de Pinot noir, dat wijnen uit deze streek bijzonder maakt. Pinot noir is een lastige druif, je kunt het hem maar moeilijk naar de zin maken. Hij heeft gauw last van temperatuurschommelingen, is gevoelig voor meeldauw en rot en produceert sterk wisselende smaken op verschillende bodemsoorten. Maar als alles goed uitpakt, is een rode top-Bourgoge een voorproefje van het paradijs. Helaas gebeurt dat niet vaak. Jancis Robinson, 's werelds bekendste vrouwelijke wijnschrijver, zei ooit: ,,Als je een keer een goede Bourgogne hebt gedronken, blijf je zoeken en neem je al die dunne en magere Bourgognes voor lief, hopend dat je ooit weer zo'n mooie wijn tegenkomt.'' Daar komt bij dat er maar relatief weinig Bourgognewijn is (de wijngaarden zijn zelden groter dan 3 hectare en verdeeld over talloze kleine producenten) en dat de hele wereld graag een paar van die prestigieuze flessen in de kelder wil hebben liggen, perfect of niet.

Geen wonder dat de Nieuwe Wereld – de wijnproducerende landen buiten Europa – in de afgelopen decennia niet alleen het oog heeft laten vallen op de eenvoudiger te onderhouden chardonnay en cabernet sauvignon, maar ook op de pinot noir. Want een pinot noir vergt investeringen, maar levert uiteindelijk een fors bedrag op als er goede wijn uitkomt. Bovendien speelt het prestige van de Bourgogne mee.

De meeste landen buiten Europa hebben echter een klimaat dat niet zo geschikt is voor pinot noir. Chili, Californië, Australië en Zuid-Afrika: het merendeel van deze wijnlanden heeft een erg warm en droog klimaat. Pinot noir vraagt koelte en liefst wat hoogte. Toch hebben zich in de jaren negentig een paar gebieden ontpopt tot interessante pinot-noirproducenten. Zij kunnen in de toekomst wellicht de dorst naar de wijn van deze bijzondere druif lessen en wie weet, leveren voor een iets lagere prijs doordat de aanplant niet zo beperkt is als in de Côte d'Or.

De meest opvallende nieuwe producent is Oregon. Deze Amerikaanse staat ten noorden van Californië heeft een koeler klimaat dan Napa en Sonoma Valley (afgezien van diens Russian River gebied). Oregon staat wat wijnproductie betreft nog in de kinderschoenen: tot in de jaren zeventig werd er uitsluitend fruitwijn gemaakt, die overigens een zeer goede naam had. Al in de jaren zestig echter onderzocht Joseph Drouhin van het bekende, gelijknamige Bourgognehuis de situatie in Oregon met het oog op mogelijke uitbreiding van zijn productie. Drouhin is de eerste buitenlander die in Oregon de wijnbouw, met name die van pinot noir, groots heeft opgezet. De Franse wijnbouwer heeft er vierentwintig hectare aangeplant met 7.500 stokken per hectare, ruimschoots meer dan de 2.500 die de Amerikaanse boeren per hectare neerzetten.

De invloed van de oceaanlucht in combinatie met warme zomers en een goede bodem langs de Dundee River in Willamette Valley doen de pinot noir helemaal uitrijpen, iets wat in de Bourgogne soms moeilijk is wanneer augustus of september koel is. Ook het ontbreken van regen in die periode is gunstig, want rijpe druiven kunnen door vocht razendsnel worden aangetast door rot.

De prijs van de Oregon pinot noirs is niet opvallend laag, wat mede wordt veroorzaakt door de hoge transportkosten bij kleine hoeveelheden. Maar met een prijsrange van circa ƒ35 tot ƒ75 zijn ze nog altijd goedkoper dan Bourgognes, die makkelijk oplopen tot ƒ200.

Bij een proeverij met zowel Bourgognes als pinot noir wijn uit de Nieuwe wereld – waar de wijn onder de naam van het druivenras wordt verkocht – was een duidelijk verschil te proeven tussen Oregon pinot noirs (van Drouhin en Oak Knoll) en Hautes Côtes de Nuits en Nuits St.Georges. Qua fruitigheid en souplesse deed Oregon het uitstekend, de 1997 pinot noir van Drouhin was zelfs kruidig, iets wat nu niet direct typerend is voor een pinot noir. Daar staat tegenover dat de Bourgognes, zeker de Côtes de Nuits van Confuron, een subtiliteit en `gelaagdheid' van smaken hebben die de Oregonwijnen (nog) missen.

Al met al waren de pinot noirs uit Oregon toegankelijker en daardoor consumentvriendelijker dan de Bourgognes. Dat laatste zal ze een mooie toekomst bieden. Maar wie voor diepe vineuze emoties gaat, zal zijn zoektocht naar de ware Bourgogne voorlopig moeten blijven voortzetten.