Vernietiging van gezonde dieren is onduldbaar

Het beleid van non-vaccinatiebeleid rondom mond- en klauwzeer is een onethische schijnvertoning. Het is bovendien onhoudbaar. Het maakt kleinschalige landbouw onmogelijk en laat de inheemse fauna aan uitroeiing ten prooi vallen, meent Willem Schaftenaar.

Brandstapels kleuren de lucht boven het Verenigd Koninkrijk, en nu ook boven Frankrijk, rood. Massaal worden dieren verbrand. De Britten hebben in de Europese Unie het hardst gevochten om vaccinatie van vee tegen MKZ (mond- en klauwzeer) te verbieden. De ziekte is echter niet uitgebannen en de Britten kregen er bij de laatste uitbraak als eersten mee te maken. Inmiddels heeft het virus voet gezet op het Europese continent.

Jaren geleden stelde de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) zich ten doel om wereldwijd de pokken uit te bannen. De strategie die toen werd bedacht, was gebaseerd op een massale inentingscampagne van zo goed als ieder mens op aarde. Pas nadat dít bereikt was en er al een aantal jaren geen pokkenuitbraak was gesignaleerd, durfde men het aan te stoppen met vaccinatie. Tot nu toe met succes. De dierenartsen die het non-vaccinatiebeleid voor MKZ geadviseerd hebben, kunnen dit voorbeeld niet voor ogen hebben gehad. Dan hadden ze wel beter geweten.

Het MKZ-virus komt in zeven verschillende gedaanten voor in Azië, Afrika, Zuid-Amerika en delen van Europa. Het virus kan – in tegenstelling tot het pokkenvirus – vele diersoorten infecteren. Van sommige serotypen is bekend in welk zoogdier het symptoomloos kan vertoeven.

De Afrikaanse buffel in het Krugerpark is daar een voorbeeld van. De hypothese is dat andere wilde evenhoevigen, zoals de impala, die wél gevoelig is voor het virus een intermediaire rol vervullen. Deze antilopen kunnen de klassieke verschijnselen krijgen en zelfs sterven door ondervoeding, omdat het grazen ze moeilijk afgaat met al die blaren in de bek. Aangezien de dieren het virus al massaal uitscheiden via de uitgeademde lucht vóórdat ze ziek worden, kunnen ze in deze periode het melkvee van de boeren rond het Krugerpark besmetten.

Het intrigerende van deze onbedoelde samenwerking tussen diersoorten is dat de impalakuddes zich tussen twee uitbraken in weer volledig van het virus weten te ontdoen. Antistoffen worden in nieuwe generaties niet meer aangetroffen. Men bedenke dat de zes overige serotypen er net zo'n vernuftig systeem op nahouden en dat een Aziatisch serotype zich in de dieren van het Krugerpark weer heel anders kan gedragen dan het inheemse Afrikaanse serotype.

De bedenkers van het non-vaccinatiebeleid kennen het fenomeen van symptoomloze dragers ook. Daarom eisen zij dat er geen evenhoevigen met antistoffen in hun bloed mogen rondlopen in een land dat de officiële status `MKZ-vrij' heeft.

Het virus dat momenteel in het Verenigd Koninkrijk rondwaart, voelt zich kennelijk thuis in schapen en geiten. Maar stel nu eens dat het zich op dezelfde wijze thuis voelt in reeën of wilde zwijnen? Of in andere diersoorten? Ook egels kunnen MKZ krijgen. Nu slapen ze nog heerlijk in hun winternesten. Als straks de temperatuur wat aangenamer wordt, zullen we ze weer platgereden op 's lands wegen aantreffen. Hoe kan de Britse overheid ten overstaan van Japan of de Verenigde Staten bewijzen dat er straks geen seropositieve reeën of egels in de Engelse bossen van Dartmoor ronddwalen?

Laten we dichter bij huis blijven: als MKZ straks ergens op de Veluwe opduikt, zullen ook wij niet kunnen aantonen dat ons inheemse wild 100 procent vrij is van het virus. Erger nog. Stel dat we een dode ree met de gevreesde blaren in de bek vinden! Gaan we dan de hele Veluwe uitkammen en elk ree, wild zwijn, moeflon en edelhert afschieten?

In de vorige eeuw zijn pogingen om in delen van Afrika de tse-tsevlieg uit te roeien door massaal wild af te schieten jammerlijk mislukt. De Tweede Kamer heeft onlangs de drijfjacht op wilde zwijnen verboden. Als die wet ook door de Eerste Kamer wordt geaccepteerd, zal hij direct weer buiten werking gesteld moeten worden. En dan nóg is het een waanidee om te veronderstellen dat we in staat zouden zijn om ál het wild af te schieten. Om maar niet te spreken van de morele kant van de zaak. Wie durft zich het recht toe te eigenen om de evenhoevigen van onze inheemse fauna uit te roeien?

De uitbraak van mond- en klauwzeer laat ook het lopende debat over de richting die de landbouw moet opgaan niet onberoerd. Juist in de afgelopen maanden wordt de kleinschalige veehouderij als weg naar een betere toekomst bejubeld. De gesubsidieerde grootschalige veehouderij is economisch gezien een ramp. De nieuwe Duitse minister van Landbouw Künast was nog maar amper aangetreden, of ze verklaarde de liefde aan het scharrelvarken en de weidekoe.

Haar Nederlandse collega Brinkhorst toonde zich verheugd met deze nieuwe aanpak. Wie ziet er niet graag de reeën tussen de koeien grazen in de oranje gloed van de avondzon?

Echter, hoe kleinschaliger en diervriendelijker de veehouderij is, des te groter wordt de kans op het verspreiden van ziektes zoals varkenspest, influenza en MKZ. Het is gemakkelijker een fabrieksvarken te beschermen tegen een virus dan een scharrelvarken dat in de wei met de pot mee-eet. Maar ook voor dit probleem is vaccineren de enige juiste oplossing.

Wanneer de veeteelteconomen volharden in hun mening dat het beter is voor onze economie om vlees- en melkproducten te exporteren naar landen waar geen MKZ voorkomt, zullen zij een certificeringsysteem moeten bedenken. Bedrijven die aan deze export willen verdienen, zullen zelf via een integrale ketenbewaking moeten aantonen dat hun product MKZ-vrij is. Datzelfde eisen wij immers ook van Argentinië wanneer wij hun malse bieflapjes importeren.

Het is onduldbaar dat een beschaafde maatschappij op zo'n grote schaal gezonde dieren vernietigt als nu gebeurt, en in principe bereid is daar het laatste restje wilde fauna voor op te offeren. En dit heeft allemaal plaats terwijl een beschermend vaccin op de plank ligt, nota bene in de vriezers van het ID-Lelystad, het veterinaire instituut van datzelfde ministerie van Landbouw. Wim Köhler heeft daar op deze pagina (5 maart) al op gewezen.

Het is een kwestie van de spuiten vullen en de boer op gaan. Zoals we dat vóór 1991 ook elk jaar deden. Anders verliest deze samenleving het predikaat `beschaafd'.

Willem Schaftenaar is dierenarts van de Diergaarde Blijdorp en voorzitter van de Commissie Dierentuindierenartsen van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde.