Vaste boekenprijs

De voorstanders van de vaste boekenprijs gaan voorbij aan de veranderingen die zich de laatste twintig jaar in het boekenvak hebben voltrokken (NRC Handelsblad, 13 maart). Moderne technieken hebben de kosten van het uitgeven van boeken enorm gedrukt. Uitgevers zijn tegenwoordig uit de kosten bij heel lage oplages, oplages die gewoon zijn voor poëzie.

De strategie van het vak is hierdoor sterk veranderd. De kans op een bestseller groeit nu bijna evenredig met het aantal uitgebrachte titels.

Daarnaast is het rationeel reclame-uitgaven te reserveren voor bewezen bestsellers. Hierdoor is niet alleen het aantal uitgebrachte titels sterk gegroeid, ook wordt het leeuwendeel tamelijk liefdeloos en zonder enige vorm van begeleiding op de markt gezet. Het is een illusie te denken dat in zo'n markt `het goede vanzelf komt bovendrijven' zoals de voorstanders beweren. Voor de uitgevers is er een nagenoeg risicoloze markt ontstaan en ook de boekhandel en het moderne antiquariaat floreren. Het economische risico is verhuisd naar auteurs die werk leveren dat de moeite waard is zonder dat het direct de grote massa bereikt en die van hun werk proberen te leven. Het risico van verschraling en massacultuur is reëel. Niet in het aanbod maar in het lezen.

Om die reden wijzen verschillende landen in West-Europa de verticale prijsbinding voor literatuur af. Dat de vaste boekenprijs het aantal uitgebrachte titels vergroot, hoeven de bewindslieden Jorritsma en Van der Ploeg niet voor veel geld te laten uitzoeken. Dát de vaste boekenprijs dat doet, staat onomstotelijk vast.

De vraag die moet worden beantwoord is of de vaste boekenprijs bij de huidige stand van de techniek en met de huidige markt, de schutspatroon óf de vijand van een veelzijdige leescultuur is.