Senaat gispt Vermeend om ILO-verdrag

De Eerste Kamer heeft gisteren in een motie het optreden van minister Vermeend (Sociale Zaken) als `onjuist' veroordeeld en aan diens opzeggen van een internationale verdrag over werktijden parlementaire goedkeuring onthouden.

Coalitiepartij D66 sloot zich aan bij de oppositie in de Eerste Kamer, om Vermeend kwalijk te nemen dat deze vorig jaar zonder voorafgaande parlementaire goedkeuring een verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) over de rusttijd op kantoren en in de handel heeft opgezegd, daar het niet in overeenstemming was met de Nederlandse arbeidstijdenwet. Door afwezigheid van een VVD-senator staakten vorige maand de stemmen, waarna Vermeend de uiterste datum om Nederland voor het verdrag opnieuw aan te melden, 2 maart van dit jaar, liet voorbijgaan zonder actie te ondernemen.

De senaat heeft Vermeend niet opgedragen Nederland weer aan te melden. Dat zou weinig zin hebben, want wederaanmelding zou in de vorm van een wetsontwerp de Tweede Kamer moeten passeren, waar daarvoor geen meerderheid zou bestaan. D66 zag echter in de Vermeends handelwijze aanleiding zich aan te sluiten bij de oppositie in de senaat, die ook meer inhoudelijke bezwaren tegen opzegging had. De senaat wees de opzegging met 40 stemmen tegen en 33 stemmen vóór van de hand. VVD en PvdA steunden Vermeend, en stemden ook tegen een GroenLinks-motie waarin diens optreden onjuist werd genoemd.