Sarphatidossier leest als een thriller van Ludlum

ABN Amro topman Rijkman Groenink moet binnenkort getuigen in de Amsterdamse diamantfraudezaak.

Een prangende vraag zoemde gistermiddag door de Amsterdamse rechtbank, tijdens het fraudeproces rond het diamantfiliaal van ABN Amro in de Sarphatistraat. Komt-ie wel of komt- ie niet?

De vice-presidente van de rechtbank, E. van Schaardenburg-Louwe Kooijmans, wikte en woog. ,,Tja, dit is niet het minste verzoek'', sprak ze cryptisch. Maar uiteindelijk besloot Van Schaardenburg, wars van autoriteitenvrees, eerdere beslissingen van haar collega-rechters te overrulen: ABN Amro-bestuursvoorzitter Rijkman Groenink moet zich volgende maand in de rechtszaal aan de Parnassusweg melden.

Dat belooft een spannende dag te worden, als de behandeling van een van de grootste bankfraudes uit de geschiedenis verder gaat. Groenink, als toenmalig lid van de raad van bestuur verantwoordelijk voor de Nederlandse kantoren, leidde de ,,ontmantelingsoperatie'' die onrechtmatigheden aan de Sarphatistraat moest wegpoetsen. Dat deed hij zó goed, dat details over de fraude nooit meer boven water zijn gekomen. Bovendien slaagde hij er in de bank strafrechtelijk buiten de affaire te houden. Maar vragen blijven er.

Het `Sarphatidossier' leest als nagelaten werk van de deze week overleden Robert Ludlum. Het filiaal beschikte over een afdeling waar veel diamantairs als cliënt werden aangehouden. Dat gebeurde via een systeem van ruim achthonderd coderekeningen voor `niet ingezetenen'. Eind 1996 kwam aan het licht dat er via deze rekeningen 178 miljoen gulden was weggesluisd. Een medewerker schoof met geld omdat hij dacht dat een diamant van de sultan van Qatar de verliezen uiteindelijk zou dekken. Vervolgens werd hij gechanteerd door collega's en werden er miljoenen naar een rekening in Thailand overgemaakt. De vier betrokken medewerkers staan nu terecht. Maar er was meer aan de hand. Zo bleek de banktop al in '95 gewaarschuwd te zijn voor de coderekeningen, die risico's voor witwaspraktijken en belastingontduiking herbergen.

In de zaak is de rol van justitie saillant. Hoewel de politie adviseerde te onderzoeken of niet ook de bank moest worden vervolgd, bleef dat uit. Ook toen bleek dat via een contante dollarkas tientallen cash-transacties waren gedaan in strijd met de wet Melding Ongebruikelijke Transacties. Rechercheurs vertellen in het dossier dat de bank tegenwerkte en belangrijke informatie achterhield. Hoewel er al jaren geruchten gaan dat de coderekeningen voor de niet-ingezetenen wel degelijk gebruikt werden voor belastingontduiking door Nederlanders, werd daar geen diepgaand onderzoek naar verricht. En waarom officier van justitie H. de Graaff ,,geen redenen zag'' voor een getuigenis van Groenink, bleef ook gisteren tijdens de zitting onduidelijk.

De rechtbank zag die redenen dus wel. Hoewel de zaak van de verdachten sappige details kent, lijkt het grotere kader interessanter. De rechtbank nam in dat verband nóg een opmerkelijke beslissing. Een intern rapport over het filiaal moet aan het dossier worden toegevoegd. Dat kan nieuw licht werpen. Waarom wachtte de ABN Amrotop bijvoorbeeld zo lang met ingrijpen? Wat wist men van de gehanteerde praktijken? En waarom werd er niet meteen aangifte gedaan? Interessante vragen voor Groenink. Dat die niet eerder aan hem zijn gesteld, is opmerkelijker dan de beslissing van de rechtbank de topman te laten getuigen.