Opera verdient aan verkoop producties aan buitenland

De Nederlandse Opera verhoogt voor het komende seizoen de toegangsprijzen niet, maar zal dat na de invoering van de euro waarschijnlijk wel doen, tegelijk met een afronding van de prijzen in euro's. De Opera wil de relatief lage toegangsprijzen zoveel mogelijk handhaven om de toegankelijkheid van voor een breed publiek te handhaven. Ze variëren nu nog van 50 tot 140 gulden (22.69 tot 63.53 euro).

Zakelijk directeur Truze Lodder zei gisteren bij de presentatie van het nieuwe seizoen dat De Nederlandse Opera naast subsidies en kassa-inkomsten ook toenemende inkomsten heeft uit de verhuur of verkoop van voorstellingen aan het buitenland. De opera van San Francisco heeft belangstelling voor de productie van Tsjaikovski's Jevgeni Onjegin, die deze maand in het Amsterdamse Muziektheater is te zien. De recente voorstelling van Wagners Tristan und Isolde gaat waarschijnlijk naar Barcelona. De Nederlandse Opera heeft plannen om zelf in New York uitvoeringen te geven van Marco Polo van Claude Vivier. De voorstelling was vorig jaar in de enscenering van artistiek directeur Pierre Audi een groot succes in het Holland Festival en wordt volgend jaar herhaald.

De Nederlandse Opera begint het komende seizoen in Carré met de wereldpremière Alice in Wonderland van de Russische componist Alexander Knaiffel in de regie van Pierre Audi. Mstislav Rostropowitsj, die in 1992 bij de Opera Life with an idiot van Alfred Schnittke leidde, zou de voorstelling dirigeren, maar heeft zich wegens de hoeveelheid werk teruggetrokken. Hij wordt vervangen door de Brit Martyn Brabbins.

Andere nieuwe producties zijn Lear van Aribert Reimann in de regie van Willy Decker; Giulio Cesare van Händel (het begin van een Händel-cyclus) in de enscenering van Ursel en Karl-Ernst Herrmann; L'elisir d'amore van Donizetti in de regie van Guy Joosten; Lohengrin van Wagner in de regie van Pierre Audi met decors van Iannis Kounellis; Lulu van Alban Berg in de regie van Andreas Homoki en Turandot van Puccini, met een door Luciano Berio nieuw gereconstrueerd slot, begeleid door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Riccardo Chailly.

Reprises worden gegeven van Jenufa, Salome (beide, net als Lohengrin gedirigeerd door chef-dirigent Edo de Waart), Dialogues des Carmélites en Don Giovanni. De Opera zegt te hopen op ,,wijze beslissingen'' van staatssecretaris Van der Ploeg (cultuur) over aanpassingen van het orkestenbestel, omdat het de beschikking wil houden over het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Nederlands Kamerorkest, de drie orkesten uit de Randstad en het Radio Filharmonisch Orkest.