`Oorlogssituatie' dreigt door mond- en klauwzeer

Nederland moet zich voorbereiden op een `oorlogssituatie' als er mond- en klauwzeer uitbreekt, aldus minister Brinkhorst (Landbouw). Wat houdt dat in?

Een uitbraak van mond- en klauwzeer in Nederland is nog steeds een als-scenario – tot het einde van vanmorgen was er nog geen geval van de meest besmettelijke ziekte geconstateerd. Nu de ziekte gisteren in Frankrijk en daarmee op het Europese vasteland is uitgebroken, twijfelt de Europese Commissie inmiddels of Nederland nog aan de ziekte kan ontsnappen, maar minister Brinkhorst en zijn ambtenaren weigeren daarover in het openbaar te speculeren. ,,Mijn schrikbeelden hoef ik niet voor de camera te beschrijven'', zei de minister gisteren voor de televisiecamera's.

Dat weerhield hem er niet van tegelijk voor diezelfde camera's en in de Tweede Kamer te spreken van een ,,oorlogssituatie'' die ontstaat zodra één ziektegeval in Nederland wordt ontdekt. ,,Er zal dan nog maar weinig beweging zijn'', sprak Brinkhorst dreigend, ,,ook van mensen.''

Hoe die `oorlogssituatie' er precies uit zal zien, staat nauwkeurig beschreven in het `Draaiboek mond- en klauwzeer' dat al weken klaarligt op het ministerie van Landbouw. Bij de uitbraak van de ziekte wordt onmiddelijk in heel Nederland een volledige ,,standstill'' van diervervoer van kracht: niet alleen runderen, geiten, schapen en varkens, waarvoor het verbod nu al geldt, maar ook paarden en kippen mogen dan niet meer worden getransporteerd. Transporten van mest, veevoer en melk zijn niet verboden, maar worden onderworpen aan strenge regels, die voor een deel nu ook al gelden: banden van vrachtwagens op de bedrijven bijvoorbeeld worden bij elk bezoek ontsmet om verspreiding van het virus te voorkomen.

Op de getroffen bedrijven worden volgens het draaiboek alle besmette dieren geruimd. Alle dieren die gevoelig zijn voor de ziekte in een straal van een kilometer rond het bedrijf moeten preventief worden geruimd. Brandstapels zoals ze in Engeland dezer dagen te zien zijn, komen daarbij in principe niet voor. Het draaiboek voorziet erin dat de dieren op het bedrijf door middel van electrocutietangen worden gedood en vervolgens in lekvrije vrachtwagens afgevoerd naar de destructor.

Aangezien het enige Nederlandse destructiebedrijf Rendac, in het Friese Bergum, alle reservecapaciteit momenteel al benut (door de maatregelen tegen gekkekoeienziekte BSE), is een uitwijkmogelijkheid voorzien. Minister Brinkhorst heeft aangekondigd dat de dieren in afwachting van hun vernietiging worden gevaccineerd. Deze `noodvaccinatie' (de enige vorm van vaccinatie tegen mond- en klauwzeer die de Europese regels momenteel toelaten) wordt eerst toegepast in de buitenste omtrek van de te ruimen cirkel rond het getroffen bedrijf. Vervolgens komen alle dieren dichter bij de besmettingshaard aan de beurt. Doel is de ziekte zo te isoleren.

Het draaiboek rept niet van een geheel bewegingsverbod voor mensen in de geïsoleerde gebieden. Per situatie wordt wel bekeken of de openbare weg rond het bedrijf tijdens de ruiming tijdelijk wordt afgesloten. Het ministerie zal mensen adviseren de getroffen gebieden niet te bezoeken - bovenop de nu al als voorzorgsmaatregelen verstrekte adviezen natuurgebieden en kinderboerderijen te sluiten of te vermijden. Mensen zal ook worden verzocht zo weinig mogelijk bij elkaar op bezoek te gaan, zeker in de getroffen haarden.

Wie daar wel komen, zijn de ambtenaren van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees, die de ruimingen uitvoeren. Het draaiboek schrijft in detail voor aan welke voorzorgsmaatregelen zij dienen te voldoen: van de regels voor ontsmetting en te dragen kleding tot het plastic op de grond bij de ruiming. De enige controle op de omstandigheden van de ruiming is in handen van de Algemene Inspectiedienst (AID) van het minsterie van Landbouw zelf. Pers en burgers worden niet toegelaten. De inspecteurs van de AID moeten na een bezoek aan een mond- en klauwzeerhaard drie dagen op kantoor blijven.