Maggie Cheung

In de reeks profielen van eigentijdse sterren deze week de uit Hongkong afkomstige Maggie Cheung, de favoriete actrice van cultregisseur Wong Kar-wai, die ook tegenover Jackie Chan en in Franse kunstzinnige films speelde.

Bij haar optreden in de talkshow tijdens het laatste Filmfestival Rotterdam waren de voorste tafeltjes bezet door zenuwachtige Chinese tieners met fototoestelletjes. Wie deze week de internetfansites van Maggie Cheung bezoekt, loopt kans te worden geregistreerd als de 87.000ste bezoeker. Ook in Frankrijk begint Cheung een superster te worden: niet zozeer door haar huwelijk in 1998 met regisseur Olivier Assayas, die haar in 1996 de titelrol gaf van een Chinese ster in een Franse film in Irma Vep, of door de hoofdrol in Anne Fontaine's komedie Augustin, roi du kung-fu (1999), maar vooral door de fenomenale hit In the Mood for Love: na de wereldpremière in Cannes trok de film van Wong Kar-wai al een miljoen bezoekers in Frankrijk en werd hij bekroond met de César voor de beste buitenlandse film. Als het Hollywoodproject Memoirs of a Geisha doorgaat, dat Steven Spielberg met haar wil maken, zal Maggie Cheung definitief Gong Li van de troon stoten als grootste vrouwelijke Aziatische filmster.

Tot nu toe speelde Maggie Cheung Man-yuk (Hongkong, 20 september 1964) al in een kleine tachtig films en talloze televisieseries. Tussen haar achtste en haar zeventiende woonde Cheung met haar ouders in Engeland, daarna werd ze in 1984 tweede bij de Miss Hongkong-verkiezing en debuteerde ze in Prince Charming (Wang Jing, 1984). De hitstatus van Jackie Chans Police Story (1985) leidde tot een stroom van rollen in actiefilms met en zonder Chan, en in melodramatische tv-series. In sommige jaren, zoals 1988, was Cheung in wel twaalf films te zien.

Langzamerhand groeide de intelligente schoonheid ook uit tot een favoriet van de Hongkongregisseurs met artistieke ambities. Ze won een Zilveren Beer in Berlijn voor haar vertolking van de Chinese stille film-actrice Ruan Lingyu in Stanley Kwans Center Stage (1992), maar werkte ook met regisseurs als Ann Hui (Song of the Exile, 1990), Clara Law (Farewell, China, 1990), Wayne Wang (Chinese Box, 1997) en, verschillende keren, Tsui Hark.

Het belangrijkst was de samenwerking, al vanaf zijn debuut uit 1988, As Tears Go By, met cultregisseur Wong Kar-wai, vaak net als in In the Mood for Love tegenover Tony Leung. De gratie van Maggie Cheung, in talloze hooggesloten japonnen met bloemetjesmotieven, levert een belangrijke bijdrage aan de aantrekkingskracht van In the Mood for Love.

Uit interviews met Cheung blijkt vooral het belang dat zij hecht aan professionaliteit, opgebouwd door een onblusbare werklust. Alleen de laatste jaren neemt het tempo iets af, vooral door het forensen tussen Hongkong en Parijs. Op haar 36ste kan Cheung al bijna op haar lauweren gaan rusten, en staat zij desondanks aan het begin van een veelbelovende internationale carrière.