Joegoslaven in bufferzone Kosovo

Joegoslavische troepen zijn vanochtend de gedemilitariseerde bufferzone tussen Kosovo en Servië binnengetrokken. Een commandant van het Albanese rebellenleger UÇPMB, dat zich in de bufferzone ophoudt, noemde de komst van de troepen `verraad door de NAVO'.

De Joegoslavische troepen kregen vorige week toestemming van de NAVO om de gedemilitariseerde zone in te trekken. Die zone werd na het einde van de luchtoorlog om Kosovo, in juni 1999, door het bondgenootschap ingesteld. In de zone zijn rond duizend Albanese rebellen actief met aanslagen op Servische soldaten en agenten. Ze vechten voor aansluiting van Zuid-Servië bij Kosovo.

Medewerkers van de NAVO en de Europese Unie trokken vanochtend ook de zone in om de naleving van het staakt-het-vuren te controleren. Serviërs en Albanezen sloten daartoe maandag een akkoord. De Albanese rebellen hebben gezegd het staakt-het-vuren een week te eerbiedigen. ,,Maar als de strijdkrachten beginnen de burgers te mishandelen, dan vallen wij hen aan'', aldus commandat Muhamet Xhemajli van het UÇPMB.

De Joegoslavische strijdkrachten zijn in de bufferzone aan beperkingen gebonden. Zo mogen ze niet in de dorpen komen en mogen ze geen pantserwagens, helikopters, raketwerpers of mijnen gebruiken. Hun komst heeft tot onrust geleid onder de Albanese inwoners van het gebied.

De troepen mogen vooralsnog alleen in het uiterste zuiden van de bufferzone komen, tegen de grens met Macedonië aan. De NAVO hoopt zo de bevoorradingslijn tussen Albanese rebellen in Zuid-Servië en Albanese rebellen in Noord-Macedonië door te snijden. Deze laatste strijders, verenigd in het Nationale Bevrijdingsleger (UÇK), zijn sinds drie weken actief in het geïsoleerde noorden van Macedonië.

In de Macedonische hoofdstad Skopje demonstreerden gisteren rond vijftienduizend Albanezen tegen het geweld. Ze riepen op tot vrede en zwaaiden met Albanese en witte vlaggen. De demonstratie verliep vreedzaam.