Hulp zelfdoding vervolgd

Een psychologe van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) moet strafrechtelijk worden vervolgd voor het verlenen van hulp bij zelfdoding van een 43-jarige vrouw met psychische problemen. Dit heeft het gerechtshof van Den Bosch bevolen.

Het is de eerste keer dat een medewerker van de NVVE wordt vervolgd naar aanleiding van de dood van een lid van de vereniging. Het openbaar ministerie in Den Bosch seponeerde de zaak eerder, omdat het bewijsmateriaal onvoldoende wettig en overtuigend zou zijn. Gezien de ernst van de zaak meent het hof evenwel dat een rechter hierover moet oordelen.

De 43-jarige vrouw, die al verschillende zelfmoordpogingen had gedaan en onder behandeling was van een psychiater, nam op 1 mei 1999 met sterke drank een dosis medicijnen in. Ze raakte in coma en overleed drie weken later. De vrouw was lid van de NVVE en had een persoonlijk gesprek gevoerd met de psychologe van de vereniging. Deze voorzag haar van informatie over een `milde manier' om een eind te maken aan haar leven. De benodigde medicijnen zou de vrouw zelf hebben aangeschaft. De psychologe voerde daarna nog zo'n vijftien telefoongesprekken met de vrouw, het laatste nadat zij de pillen had ingenomen. Overigens was het de bedoeling dat zij sneller zou overlijden.

De NVVE, een in 1973 opgerichte vereniging die streeft naar legalisering van euthanasie en hulp bij zelfdoding, heeft ruim 100.000 leden. Mensen die minimaal drie maanden lid zijn kunnen het zogenoemde Schotse boekje aanvragen, waarin methoden van `humane zelfdoding' beschreven staan.

Leden van de NVVE kunnen ook een gesprek aanvragen met een psycholoog van de vereniging. De NVVE verleent geen actieve hulp bij zelfdoding. Actieve hulp is strafbaar; het geven van informatie niet.

Volgens het hof is het aannemelijk dat de vrouw de methode die haar door de NVVE was aangereikt, heeft toegepast en dat zij aan de gevolgen daarvan is overleden. Met de vele telefoongesprekken heeft de psychologe van de NVVE volgens het hof ,,zeer wel bewust de grenzen van het behulpzaam zijn opgezocht''. Het laatste telefoongesprek, nadat de vrouw de pillen had ingenomen, is volgens het hof wellicht een overtreding van artikel 450 van het wetboek van strafrecht (het nalaten van hulpverlening aan iemand die in levensgevaar verkeert). Het feit dat de psychologe geen contact heeft opgenomen met de behandelaars van de vrouw, is volgens het hof mogelijk aan te merken als ,,onzorgvuldig''. Het hof concludeert dat nog niet is uit te sluiten dat de psychologe een strafbaar feit pleegde.

De zaak kwam terecht bij het hof via de broer van de vrouw. In eerste instantie voerde het openbaar ministerie van Den Bosch een gerechtelijk vooronderzoek uit. De hoofdofficier kwam tot de conclusie dat hulp bij zelfdoding niet kon worden bewezen. Hierop diende de broer een klacht in bij het hof, volgens de zogenoemde ex artikel 12-procedure.

De uitspraak van het hof brengt de zaak terug bij rechtbank en openbaar ministerie. Zolang de zaak onder de rechter is geeft de NVVE geen commentaar.