`(H)onterecht'

Op het Malieveld in Den Haag verzamelden zich een kleine honderd hondenbezitters. Zij wilden demonstreren tegen het fok- en houdverbod dat minister Brinkhorst overweegt voor de rassen American Staffordshire Terrier, Fila Brasileiro, Mastino Napolitano en Dogo Argentino. Bijna iedereen had zijn hond thuisgelaten, misschien uit vrees voor bloedige complicaties. Op een briefje van de organisatoren aan de deelnemers viel althans deze zin op: ,,Het allerbelangrijkste is dat er geen hond/hond conflicten ontstaan.''

Hond/mens conflicten werden niet genoemd, maar ik besloot toch een beetje uit de buurt te blijven van de paar honden die wél waren meegenomen. Onder hen was een massieve Mastino Napolitano die begeleid werd door een jong, opgetogen echtpaar. De bezitters van dergelijke als agressief bekendstaande honden hebben een onmiskenbare neiging tot overcompensatie. Ze schreeuwen het bijna uit: jullie hoeven niet bang te zijn, kijk maar eens wat voor lieverds het zijn.

Terwijl een eigenaar zijn Dogo Argentino een gedrongen, gespierde vechtjas stond te tongzoenen, probeerde ook het echtpaar van de Mastino allerlei kunstjes met zijn hond uit. De Mastino Napolitano is de lelijkste hond van de wereld. Hij heeft de kop van een volgevreten, fascistische dictator die per ongeluk tweehonderd jaar is geworden, en de romp van Mike Tyson in zijn bloeiperiode. De kop bestaat uit leerachtige plooien en kwabben waaruit soms wat kwijl druipt, de ooghoeken zijn bloeddoorlopen.

,,Een hond is pas écht mooi als hij lelijk is'', zei de eigenaar met een paradox die Harry Mulisch hem niet verbeterd zou hebben.

Het echtpaar duwde steeds een stok of een paraplu in de kluis van de bek en riep dan `los'. De Mastino gehoorzaamde niet altijd terstond, maar misschien doet hij dat wél als er een kinderarmpje in zijn bek wordt gestoken.

,,Gevaarlijk zijn alleen de honden op twee poten'', zei een vrouw die bij de Dogo Argentino hoorde. Dat was de teneur onder de eigenaren: de honden deugen, de bezitters (soms) niet.

De stoet zette zich in beweging onder spandoeken met teksten als `(H)onterecht' en `Straf de daad, niet het ras'. Op het plein voor de ingang van het parlementsgebouw begon een hondenvoorman aan een korte toespraak. Enkele meters verderop stond een kleine, donkere man. Hij hield een bord omhoog waarop hij aandacht vroeg voor zijn situatie. Hij was een Egyptenaar die – met een Nederlands paspoort al tien jaar hier woonde, maar geen werk en woning had.

Er ontstond enige onrust onder de hondenbezitters. Er werd geroepen: ,,Stop 'm onder het tapijt'' en ,,Ik maak hem straks kapot''. De Egyptenaar zei een paar keer: ,,Mensen zijn belangrijker dan honden.'' Ten slotte liet hij zich door een politieagent naar achteren dringen. Toen ik hem daar opzocht, wees hij steeds op een bruin kunstleren koffertje aan zijn voeten. ,,Daar zit alles in'', zei hij, ,,mijn boekhouddiploma en 25 afwijzingsbrieven op sollicitaties. Ik blijf volhouden.''

Alsof hij wilde zeggen: mensen zijn ook een vechtras.