Hap en slok

Een door een media-adviseur getraind persoon drinkt of eet niet voor de televisie. Emoties, zelfs lichte traantjes, mogen met mate worden getoond maar slokken of happen zijn al te menselijk voor de camera. Voedsel kan op onverwachte manier kruimelen of uit elkaar vallen, vlekken op het pak veroorzaken. Het blijft geen gezicht, vinden de adviseurs.

Ik was ooit gebiologeerd door leerkrachten die tijdens de les een boterham tot zich namen of de suikerresten uit hun koffiekopje lepelden en discreet in hun mond lieten verdwijnen. Betrapt. Een katholieke priester die alle ogen van gelovigen op zich gericht weet, terwijl hij op het heiligste moment achter zijn mummelende lippen wijn met brokjes ouwel metselt, voelt dat hij zijn waardigheid verliest. Hij wil tevergeefs steels drinken en eten. Bij de tv-kerkdienst van zondagochtend, met de camera en al die bejaarde kijkers erbij is dat dubbel moeilijk. De priester probeert zo min mogelijk kauwbewegingen te maken, als een reptiel dat de kaken stil zet en dan in een flits de volgende haal doet. De puriteinen hebben dat eten tijdens de dienst meteen afgeschaft.

Ik herinner me een programma waar de gast met de interviewer uit eten ging en wij moesten daar naar kijken. Net als de interviewer eet de professionele gast niets zodra de camera aan staat. Je zag een gesprek, terwijl mes en vork stil liggen. Uit die onthouding haal je de mediatraining. Het programma had maar een kort leven, waarschijnlijk bij gebrek aan professionele gasten.

Een slok is ongevaarlijker dan een hap. Water is doorzichtig en kan ordentelijk uit het glas in de keel worden gegoten. Knoeien laat geen sporen na. In elke gespreksstudio staan dan ook glaasjes water klaar om de kelen te smeren.

Maar de meeste professionals hebben dat water niet nodig of ze nemen een slok als ze de camera niet op zich gericht zien. Toch lokt het koele water in de hitte van het debat onder de tv-lampen. Het is een welkome afleiding om de gedachten te ordenen. Ik las laatst een bericht dat slokken water door de plotselinge afkoeling wel één uur lang de hersenactiviteit met zo'n 20 procent zou verminderen. Dat had onderzoek uitgewezen. Ik kan het niet geloven en ik merk er ook niets van bij drinkende studiogasten.

Gisteren zag ik David Barnouw van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie vaak naar het water grijpen toen hem het vuur na aan de schenen werd gelegd over de aangekochte velletjes van het dagboek van Anne Frank. De andere gasten, Jeroen Krabbé, Boudewijn Buch, documentairemaker Lindwer, dronken niets, terwijl zeker Buch verkoeling kon gebruiken. Maar ja, beroepsgasten.

Als professionele kijker ben ik juist gehecht aan onprofessioneel gast-gedrag. Juist als het niet gladjes verloopt, wordt het leuke televisie. Een slok is een inhoudelijk gebaar met het waterglas als instrument. Goede regisseurs moeten dat zien, want ze bengen het drinken dankbaar in beeld. Het is weer iets anders. Een knap gezicht met slagvelden van littekens op de wangen boeit me meer dan een gladde kop.

Hoewel, Barend en Van Dorp liet met extatische achtergrondklanken erbij de aankomst op Schiphol zien van Padma Lakshmi, de vriendin van Salman Rushdie. Ze was zich bewust van de camera, glimlachte verleidelijk met dat gladde bruine gezicht, terwijl ze naar de uitgang zweefde. Oef, het gezelschap was er even stil van. Maar niemand dronk, terwijl de tafel van BVD vol glazen stond. Gasten Paul de Leeuw, Edwin de Vries en Joost Zwagerman zijn professionals. Barend of Van Dorp zie ik de laatste tijd minder drinken uit hun zilveren bekers. Jan Mulder staat al tijden droog. Zo nu en dan zie je een amateur-gast als een cookie monster op de pinda's aanvallen en enthousiast het glas heffen maar meestal niet. Al die gevulde glazen en schaaltjes pinda's zijn er voor het decor. Ze moeten een ongedwongen sfeer scheppen. Het toppunt van professionaliteit: geregisseerde ongedwongenheid. TV blijft theater.