Gratis geld op het Frederiksplein

Spaarders voelden het al aan hun water, schuldenaren kunnen hun vreugde niet op: Nederland heeft geen reële rente meer. Vrijdag werd bekend dat de inflatie over februari 4,5 procent bedroeg volgens de nationale, en 4,9 procent bedroeg volgens de Europese maatstaf. Het officiële rentetarief van de Europese Centrale Bank staat op 4,75 procent, en tot aan een looptijd van 10 jaar ligt de rente op staatsleningen onder de 4,85 procent. Wie tegen dit tarief geld leent ziet de waarde van het geleende bedrag nu even snel dalen als de rente die moet worden betaald. Geld is in die zin `gratis'.

De laatste keer dat de reële rente in Nederland nul of negatief was, was in de jaren zeventig, toen de inflatie volledig uit de hand liep en de huizenmarkt op hol sloeg. Nu zijn er, behalve banken en overheid weinig partijen die kunnen lenen tegen de hier vermelde bodemtarieven – hoewel ook huizenbezitters op dit moment bij een aftrek van 50 procent een negatieve reële hypotheekrente betalen.

Belangrijker is het signaal. In de monetaire unie wordt een gemeenschappelijke rente voor alle landen vastgesteld, en zal het voor afzonderlijke lidstaten altijd óf te hoog (Duitsland) óf te laag (Nederland) zijn. Dat leidt nu tot de situatie dat Nederland van alle OESO-landen op dit moment het enige is waar de reële rentevoet nul of zelfs negatief is. Japan, met een rente die loopt van 0,15 procent voor de geldmarkt tot zo'n 1,2 procent voor tienjarige leningen, heeft een hogere reële rente, omdat de prijzen daar niet stijgen, maar dalen.

Negatieve reële rentes zijn – tijden van hyperinflatie daargelaten – doorgaans een paardenmiddel dat monetaire beleidsmakers toedienen als de economie diep in het slop zit of de banksector wankelt. In de VS werd daarom de rente begin jaren negentig een tijdje lager dan de inflatie gehouden.

Die omstandigheden zijn er niet in Nederland, zodat de rentestand nu werkt als een onwelkome monetaire aanjager. Intussen lopen de lonen in Nederland verder op, en blijkt de onderliggende inflatie hoger en weerbarstiger dan gedacht.

De Nederlandsche Bank kan weinig doen. Het beleid wordt nu gemaakt in Frankfurt en bankpresident Wellink stelt zich volgens het daar geldende gebruik niet nationaal maar Europees op. Maar als de ECB morgen tijdens haar tweewekelijkse vergadering besluit de rente niet te verlagen van 4,75 naar 4,5 procent, zal er in de torens van De Nederlandsche Bank op het Amsterdamse Frederiksplein toch een heimelijke zucht van verlichting klinken.