Een jaar later

FINANCIËLE MARKTEN staan bekend om hun beweeglijkheid. Resultaten uit het verleden vormen geen garantie voor de toekomst. Dat geldt zeker voor de aandelenkoersen op de Nasdaq, de Amerikaanse schermenbeurs voor technologiefondsen, en daarvan afgeleid voor de koersen van high tech-fondsen wereldwijd. In deze sectoren ontrolt zich het scenario van een beurskrach in slow motion.

Een jaar geleden bereikte de graadmeter van de Nasdaq een recordstand, sindsdien is de index gezakt naar het niveau van 1998. In de tussenliggende periode heeft zich een even spectaculaire stijging als daling van de koersen voorgedaan. Het was de kortstondige euforie van de nieuwe economie van elektronica, internet- en telecombedrijven en de daarop volgende ontnuchtering. Daardoor doet het koersverloop van de Nasdaq aan de seismische registratie van een vulkaanuitbarsting denken. De luchtbel van de opgeblazen aandelenkoersen is gedurende een periode van een jaar geleidelijk leeggelopen. Dat is de positieve kant van de gebeurtenis. Negatief bekeken telt dat de koersen op de Nasdaq met 60 procent zijn gekelderd en dat duizenden miljarden aan papieren beurswaarde in het niets zijn verdwenen.

De langzame leegbloeding van de Nasdaq heeft zijn weerslag in de ICT-sector. Het grenzeloze optimisme over het nieuwste van het nieuwste is verdwenen, beginnende high tech-bedrijven kunnen geen risicodragend kapitaal meer aantrekken, opties voor het management zijn waardeloos, bedrijven waarvan de beurswaarde is weggevaagd, sluiten. De voorgespiegelde inkomsten vallen tegen, of doen zich helemaal niet voor. De wanverhouding van een jaar geleden, toen nieuwe bedrijven met een onbeproefd idee voor het internet van de ene dag op de andere meer waard bleken dan gevestigde ondernemingen die degelijke goederen produceerden, is rechtgetrokken. In de telecomsector is het financiële optimisme over toekomstige inkomsten uit nieuwe communicatiemogelijkheden afgestraft.

DE HOGE BEURSKOERSEN vormden tot vorig jaar met name in de Verenigde Staten een aanjager van de economische groei. Huishoudens waanden zich rijk door hun beleggingen, verzuimden te sparen en zetten het op een consumeren. De terugval in de Nasdaq-koersen zet een domper op dit uitbundige consumentengedrag en dat draagt weer bij tot afzwakking van de Amerikaanse economie. Dit kan een spiraal naar beneden worden, zoals deze de afgelopen tien jaar in omgekeerde richting werkte. Het rentebeleid van de Amerikaanse centrale bank heeft hierop geen directe invloed: de Amerikaanse economie lijkt niet op weg naar vertraging in een ouderwetse cyclus van oververhitting en afkoeling. Eerder is er sprake van dalende bedrijfswinsten en dalend consumentenvertrouwen. Daarom kan de huidige malaise nog wel even aanhouden. Centrale banken, de laatste bakens voor het geloof dat overheden de economie in goede banen kunnen sturen, kunnen meer geld in de economie pompen, maar dat heeft geen onmiddellijk effect. Voorlopig zit er voor beleggers weinig anders op dan de rit naar beneden uitzitten en wachten tot de bodem is bereikt.