Compensatie dwangarbeid: geld is bijeen

Het Duitse bedrijfsleven heeft eindelijk de vijf miljard mark bij elkaar, die bedoeld zijn als schadevergoeding voor vroegere buitenlandse dwangarbeiders in nazi-Duitsland.

Met de vijf miljard die de regering-Schröder eerder ter beschikking stelde kunnen voormalige dwangarbeiders op 10 miljard mark rekenen.

Woordvoerder Wolfgang Gibowski van de stichting, die Duitse bedrijven hebben opgericht om het geld bijeen te krijgen, zei gisteren dat de ontbrekende 1,4 miljard mark nu door de 17 oprichters van de stichting bij elkaar zijn gebracht. In totaal zijn 6.000 ondernemingen lid van de stichting.

De ontbrekende gelden waren de laatste maanden telkens weer mikpunt van kritiek geworden, hoewel vorig jaar al een akkoord was bereikt over uitbetaling van de schadevergoeding. Volgens schattingen van het Rode Kruis rekenen ongeveer een miljoen vroegere dwangarbeiders op de vergoeding. De meeste verzoeken worden verwacht uit de gebieden van de voormalige Sovjet-Unie.

De Duitse industrie en regering zouden in ruil voor de schadevergoeding de toezegging krijgen, dat juridische zekerheid wordt gegeven Duitse bedrijven niet opnieuw aan te klagen. Tot nog toe is deze rechtszekerheid van Amerikaanse zijde uitgebleven.

Vorige week ontstond beroering toen de Amerikaanse rechter in New York een gezamenlijke klacht toeliet van nazi-slachtoffers tegen een aantal Duitse banken. De rechter zei de klacht toe te laten omdat het Duitse bedrijfsleven de 5 miljard mark nog niet bij elkaar had. Deze uitspraak bracht het Duitse bedrijfsleven en de regering in grote verlegenheid. Kanselier Gerhard Schröder is er veel aan gelegen dat de kwestie eindelijk wordt opgelost.

De afgelopen dagen heeft de bondskanselarij dan ook intensief contact gehad met de stichting van Duitse bedrijven, om ondernemers ertoe te bewegen over de brug te komen. Toen de stichting gisteren de vijf miljard bij elkaar had, zei Schröder dat het Duitse bedrijfsleven zich ,,heel wel bewust'' is van zijn morele verantwoordelijkheid. Hij wilde niet verhullen dat men ook internationale schade voor het imago van het Duitse bedrijfsleven vreesde.