Berechting Kris J. was een zaak van lange tanden

Tegen de man die volgens justitie jarenlang werkte als criminele informant van het IRT-politieteam, is gisteren een straf geëist van twaalf jaar wegens grootschalige drugshandel.

,,Niet een doorsneestrafzaak'', noemde officier van justitie G. Sta het gisteren met een goed gevoel voor understatement bij de aanvang van zijn requisitoir. De opdracht tot vervolging van de 39-jarige criminele infiltrant Krishnapersad J. wegens het spelen van een vermeende ,,dubbelrol ten nadele van de overheid'' was immers niet minder dan een politieke dienstorder.

Met zelfs in de rechtszaal vaak nauwelijks verholen lange tanden hebben de officieren van justitie Sta en mevrouw M. Koelewijn zich de afgelopen twee jaar beziggehouden met de berechting van de man die door zijn drugsimporten - die voor een deel gebeurden in samenwerking met agenten van het IRT-politieteam - het opsporingsapparaat pijnlijk heeft laten ontsporen. Verschillende onderzoekscommissies, waaronder twee parlementaire, hadden immers duidelijk gemaakt dat justitie zich royaal beet heeft laten nemen door informanten die met hulp van de overheid drugs konden importeren. Vooral Kris J. zou zich hierin bedreven hebben getoond. In het rapport van de Kamercommissie Kalsbeek uit 1999 wordt hij - zonder zijn naam te noemen - aangemerkt als een man die tot recent nog 15.000 kilo cocaïne invoerde.

Een aantal betrekkelijk jonge officieren van justitie kreeg vervolgens van het college van procureurs-generaal de opdracht om samen met 30 agenten van het Landelijk Rechercheteam de eigen beerput eens goed helemaal leeg te scheppen. De echte ervaren crime fighters binnen het OM, zoals F. Teeven uit Amsterdam of P. Snijders uit Haarlem, mochten zich niet langer met de IRT-zaak bemoeien omdat ze de afgelopen jaren in venijnige interne stammenoorlogen betrokken raakten.

Het jongste onderzoek heeft er evenwel niet toe geleid dat een schuldige kan worden aangewezen. Zoals al eerder aangekondigd, eiste justitie gisteravond vrijspraak voor de verdenking dat Kris tussen de hasjtransporten die hij voor het IRT-politieteam begin jaren negentig regelde ook voor eigen gewin cocaïne verstopte. Justitie kan het simpelweg niet wettig en overtuigend bewijzen.

Aanklager Sta bracht in herinnering dat twee anonieme getuigen tegenover een Haarlemse onderzoeksrechter weliswaar uitvoerig hebben verteld hoe Kris met hulp van hoge corrupte Nederlandse agenten en douaniers ongehinderd drugs uit Colombia kon importeren, maar justitie had verder geen steunbewijs kunnen vinden. En in het wetboek staat nu eenmaal dat bewijs ,,door een rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op grond van verklaringen van bedreigde getuigen''.

In het gerechtelijk vooronderzoek naar Kris — dat een jaar geleden leidde tot zijn aanhouding - heeft justitie naar eigen zeggen wel kunnen aantonen dat hij als ,,onbetwiste leider'' van een groepering met leden uit de Haagse, Haarlemse en Colombiaanse onderwereld drugsimporten regelde. Voor die feiten, zoals een transport uit 1999 van 1.200 kilo coke naar Oostenrijk, eiste het OM gisteren een straf van twaalf jaar onvoorwaardelijk en een miljoen gulden boete. Negen medeverdachten hoorden een straf eisen van tussen de zes en elf jaar en eveneens hoge boetes.

,,Kris is in Colombia een belangrijk persoon maar ook in Nederland trekt hij aan de touwtjes. Om zich heen heeft hij een groep personen verzameld die de vuile zaakjes voor hem opknappen. Duidelijk is geworden dat J. over veel geld beschikt waarvan de herkomst niet is vast komen te staan'', aldus Sta. Kris heeft zelf geen verklaring afgelegd en beroept zich steeds op zijn zwijgrecht.

De Haarlemse rechters zullen op 6 april vonnis wijzen. Daarna volgen er overigens nog twee hoofdstukken in het toch al dikke IRT-dossier. Volgende maand komen de hoogleraren strafrecht C. Fijnaut en H. van de Bunt met een onderzoeksrapport waarin ze op verzoek van de minister van justitie zullen aangeven hoe het mogelijk is dat justitie het IRT-schandaal nooit heeft opgelost en de zweer jarenlang heeft laten groeien. Binnen het OM bestaan grote verwachtingen over dit zogeheten evaluatie-onderzoek.

Minister Korthals (Justitie) zal vervolgens voor het zomerreces een afsluitend IRT-rapport naar de Kamer sturen. Dan zal blijken of hij het parlement, dat zich eerder unaniem achter het rapport van de commissie Kalsbeek (nu staatssecretaris) schaarde waarin staat dat er een groot schandaal is, er alsnog van kan overtuigen dat er niets aan de hand is. Pas dan kan justitie opgelucht het IRT-dossier afsluiten.