Asterix redt Caesar weer

Het leek een militaire operatie, Julius Caesar waardig. Voorafgegaan door een wekenlang publiciteitsoffensief en een wereldwijd persembargo arriveren vandaag acht miljoen nieuwe Asterix-albums in twintig verschillende talen in de boekhandels van Europa. Het 31ste avontuur van de onoverwinnelijke Galliër, Asterix en Latraviata, speelt, zoals tekenaar-schrijver Albert Uderzo een jaar geleden in een interview met deze krant al aankondigde, in ,,het hart van Gallië''; niet alleen in `het dorpje dat wij zo goed kennen' maar ook in de Romeinse hoofdstad van Bretagne, Condatum (Rennes).

Net als het klassieke album Het ijzeren schild draait Asterix en Latraviata om speciaal wapentuig waarop de Romeinen jacht maken – in dit geval een sierhelm en -zwaard van generaal Pompejus. Deze historische tegenstander van Caesar in de Romeinse burgeroorlog van 49-46 voor Christus is – wat minder historisch – in Gallië om troepen te werven voor een opstand, en wil vermijden dat Caesar hem op het spoor komt. Met hulp van een toneelspeelster, Latraviata, moet zijn door een dronken legionair verkwanseld bezit gered worden uit handen van de nieuwe eigenaars, Asterix en Obelix. Latraviata verkleedt zich daartoe als Walhalla, de geliefde van Asterix' onafscheidelijke metgezel uit Het Eerste Legioen.

Asterix en Latraviata, vertaald door Frits van der Heide en Margreet van Muijlwijk, is het eerste Asterix-album sinds De beproeving van Obelix (1996) en het zevende dat de 73-jarige tekenaar Uderzo vervaardigd heeft sinds 1977, toen de vaste scenarist René Goscinny aan een hartaanval overleed. Op het titelblad worden drie medewerkers vermeld voor ininkting, belettering en inkleuring; maar ondanks internationale kritiek op zijn plots en zijn grappen, heeft Uderzo nog steeds niet de hulp van een scenarioschrijver ingeroepen.

A.s. vrijdag bespreking van Asterix en Latraviata in Boeken.