Amerika moet zich instellen op zware recessie

Er bestaan drie soorten recessies. Het eerste type wordt veroorzaakt door een grote schok, bijvoorbeeld een oorlog die uitbreekt of een plotselinge scherpe stijging van de olieprijs. Vergeet niet dat de olieschokken van de OPEC in de jaren zeventig tweemaal tot een wereldrecessie leidden. De tweede soort recessies ontstaan toevallig, bijvoorbeeld als het consumentenvertrouwen daalt of het bedrijfsleven nerveus wordt en zijn investeringen en/of voorraden vermindert. Dat was de oorzaak van de Amerikaanse recessie in het begin van de jaren negentig.

De derde soort recessie doet zich voor als de onevenwichtigheden in een economie onhoudbare vormen aannemen voordat ze tot een uitbarsting komen. Dat soort recessie wordt soms gekenmerkt door een enorme stijging van de schulden (van bedrijfsleven of consument), of door duizelingwekkende beurs- of kapitaalspeculaties die uiteindelijk een harde landing maken. Zo'n `zeepbel' klapte er tien jaar geleden in Japan en daar is dat land nog altijd niet van hersteld.

Recessies van het eerste soort zijn haast per definitie grotendeels onvoorspelbaar. Die van het tweede type zijn niet zo belangrijk en betrekkelijk eenvoudig bij te sturen, zij het niet te vermijden. Meestal volstaat een verlaging van de rentevoet of enige reflatie. Het zorgelijkste zijn de recessies van het derde soort.

Heeft Amerika te maken met het derde type recessie? Met andere woorden: wat zal Amerika voor recessie krijgen, als er nu een recessie komt? Optimisten voorspellen een recessie van het tweede soort; pessimisten denken dat de derde variant in de economische schaduwen loert. Wie heeft er gelijk? Het antwoord hangt vrijwel geheel af van één enkel getal: het toekomstige groeicijfer van de Amerikaanse productiviteit.

Gecorrigeerd voor inflatie zijn de Amerikaanse aandelen in de jaren negentig grofweg in waarde verdrievoudigd. Ten opzichte van de winsten zijn de prijzen verdubbeld. De besparingen van de huishoudens in Amerika zijn gedaald van vijf procent van het bruto binnenlands product in 1990 tot nul in 2000. De Amerikaanse handelsbalans – de uitvoer afgezet tegen de invoer – staat op dit moment zo'n drie procent van het bruto binnenlands product in de min.

Weerspiegelen deze cijfers alarmerende onevenwichtigheden of zijn het de normale tekenen van een hoogconjunctuur? Als het Amerikaanse groeicijfer de komende tientallen jaren blijft wat het de afgelopen dertig jaar is geweest, is het antwoord simpel en beangstigend. Dan zouden de beurskoersen veel te hoog zijn. Dan zouden de huishoudens zich volstrekt onverantwoordelijk gedragen. Dan zou het tekort op de handelsbalans onverantwoord, ja onhoudbaar zijn.

Als de jaarlijkse productiviteitsverbetering in Amerika de komende dertig jaar hoger blijkt dan de afgelopen dertig jaar, hoeft het land zich weinig zorgen te maken. Dan zouden de hoge beurskoersen een zonnige toekomst weerspiegelen, dan zouden de huishoudens zich verstandig gedragen en dan zou Amerika er wijs aan doen om te investeren en een tekort op de handelsbalans voor lief te nemen. Onder die omstandigheden kan een eventueel nog resterend plooitje worden gladgestreken door een lichte ingreep van de FED, het Amnerikaanse systeem van centrale banken, in de rentetarieven; en anders is het wel op te lossen met een belastingverlaging. Dan zou de recessie vermoedelijk kort en beperkt zijn.

Wat voor productiviteitsverbetering kan Amerika de komende jaren verwachten? De groei zal waarschijnlijk hoger zijn dan voor 1995: de sterke groeicijfers van de laatste jaren zijn geen incidenten; de high tech-explosie is echt. Niettemin blijf ik bang dat de productiviteitsverbetering lager zal blijken dan de profeten van de Nieuwe Economie beloven.

Bij dat vooruitzicht krijg ik letterlijk de rillingen. Niet alleen is de toekomst misschien wel minder zonnig, maar als de werkelijkheid zich eenmaal doet gelden, zouden de vereiste aanpassingen wel eens kunnen leiden tot een akeliger recessie en een langduriger economische malaise dan alles wat er op dit moment wordt voorspeld.

Olivier Blanchard is hoofd van de economische faculteit van het Massachusetts Institute of Technology (MIT).

© Project Syndicate