Vaste boekenprijs goed voor burger

Staatssecretaris Van der Ploeg (PvdA) en minister Jorritsma (VVD) willen afscheid nemen van de vaste boekenprijs. Europarlementariërs Max van den Berg (PvdA) en Marieke Sanders (VVD) bepleiten daarentegen een vaste boekenprijs omdat deze een doeltreffend instrument blijkt te zijn om een grotere diversiteit aan boeken te garanderen.

Ter gelegenheid van het tienjarig jubileum van het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds op 9 december jongstleden stelde staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur dat ,,mensen met een smalle beurs toch niet mee hoeven te betalen aan de boekenaanschaf van een culturele bovenlaag''.

In haar toespraak op 18 december voor het Nederlands Uitgeversverbond gebruikte minister Jorritsma van Economische Zaken bijna letterlijk hetzelfde argument toen ze zich afvroeg ,,of het wel eerlijk was dat mensen met lagere inkomens meebetalen aan boeken die mensen met hogere inkomens aanschaffen''. Wie zou hun die argumenten hebben ingefluisterd? Vast niet het Centraal Planbureau dat in hun beider opdracht onderzoekt of de vaste boekenprijs inderdaad heeft bijgedragen aan de pluriformiteit van het boekenaanbod en dit onderzoek binnen afzienbare tijd zal afronden.

Als `paarse gelegenheidscoalitie' in het Europees Parlement hebben wij met stomme verbazing kennis genomen van de argumentatie van de beide bewindslieden. Zouden zij nooit hebben gehoord van het pamflet van de uitgever Wouter van Oorschot `De vaste boekenprijs en de losse flodders van de Consumentenbond' uit 1999? Daarin wordt toch overtuigend aangetoond dat de vaste boekenprijs wel degelijk effectief en efficiënt is.

Ook in Europa wordt over de vaste boekenprijs gediscussieerd. Op dit moment hebben acht landen een vaste boekenprijs en in drie andere landen liggen voorstellen ter discussie bij hun nationale parlementen. In het Europees Parlement wordt de roep sterker om Europese wetgeving op te stellen waarmee voor de hele Europese Unie een systeem van vaste boekenprijzen wordt ingevoerd. Het gaat daarbij niet om een Europese vaste boekenprijs, maar wel om een uitnodiging aan de lidstaten om precieze afspraken te maken. Dit, zodat er geen concurrentievervalsing binnen Europa ontstaat tussen landen met een of andere vorm van vaste boekenprijs en landen zonder. Wij steunen deze voorstellen, want die raken de essentie van de discussie. Moet de boekenbranche in al haar geledingen en in al haar verschijningsvormen onder de tucht van de markt opereren, zoals mevrouw Jorritsma dat noemt, of moet men een uitzondering maken in het belang van de toegang tot en het behoud van ons culturele erfgoed?

In het Verdrag van de Europese Unie staat heel nadrukkelijk dat in de lidstaten cultuur gesteund en gestimuleerd moet worden, en is het boek niet een cultuurgoed bij uitstek? Scheppend werk op literair gebied moet bevorderd worden en draagt de vaste boekenprijs daar niet juist toe bij? In haar toespraak zegt mevrouw Jorritsma dat uitgevers aan innovatie en kruisbestuiving moeten doen en kleine pareltjes en jong onbekend talent moeten uitgeven. Helaas zullen ze dat niet van de wind kunnen doen! De paarse bewindslieden geven indirect ook toe dat de vaste boekenprijs in Nederland bijdraagt tot een grotere diversiteit in de literatuur, want daardoor kunnen mensen de minder toegankelijke boeken (dixit mevrouw Jorritsma) aanschaffen. Er is geld om die te produceren, terwijl de verkoopprijs binnen de perken blijft. Deze wisselwerking speelt ook bij non-fictie. Daar zijn het de populaire naslagwerken en bestsellers die de boeken subsidiëren voor de gespecialiseerde hobbyist, die vaak ook onder mensen met een kleine beurs te vinden zijn. Moet hun deze hobby ontzegd worden? De vaste boekenprijs werkt dus niet alleen diversifiërend, maar ook democratiserend.

Wat gebeurt er als de vaste boekenprijs wordt afgeschaft? Dit valt met een paar concrete voorbeelden te illustreren. Van der Ploeg verwijst nadrukkelijk naar het Zweedse model waar het relatief goedkope systeem van een vaste boekenprijs is vervangen door een kostbaar systeem van overheidssubsidies.

Maar als we kijken naar wat er in Zweden is gebeurd met twee vertalingen van Nederlandse boeken, dan is het de vraag of het Zweedse model voor het Nederlandse boekwezen wel zo geschikt is. `Indische Duinen' van Adriaan van Dis, slechts gedrukt in 500 exemplaren en te koop aangeboden voor 95 gulden, is geflopt en `De ontdekking van de hemel' van Harry Mulisch is in Zweden helemaal niet uitgekomen, omdat hij `onder de tucht van de markt' 300 gulden moest kosten. Niet bepaald voorbeelden van het bevorderen van een culturele diversiteit!

Maar die diversiteit speelt niet alleen een rol bij het uitgeven van boeken, de vaste boekenprijs is met name voor de verkoop van groot belang. Het stelt de boekverkopers in staat een zeer gevarieerd aanbod in voorraad te hebben. Ze weten dat ze niet met voorraden boeken blijven zitten, omdat dezelfde boeken in bijvoorbeeld een supermarkt voor beduidend lagere prijzen worden aangeboden. Ze durven het risico van een groot assortiment aan. Doordat de boekhandelaar een grotere bestaanszekerheid heeft, zijn er ook meer boekhandels. En de burger vaart daar wel bij. In België, waar men geen vaste boekenprijs kent, is er één boekhandel per vijfentwintigduizend inwoners. In Nederland is er één op iedere tienduizend inwoners. De Nederlander heeft zijn `boekhandeltje dus bijna om de hoek' en dat brengt het boek beslist dichter bij de burger.

Het mag dan ook duidelijk zijn dat wij als Europese `paarse gelegenheidscoalitie' pal achter de vaste boekenprijs staan. Deze draagt bij tot het instandhouden van culturele diversiteit, nationaal en internationaal.

Door een groot boekenaanbod wordt de burger in staat gesteld kennis te nemen van wat er in de wereld omgaat en zich te ontwikkelen tot een mondige Europese burger. De tucht van de markt zal hem deze kans zeker ontnemen en hem reduceren tot een kritiekloze bestsellerverslinder.

Max van den Berg en Marieke Sanders-Ten Holte vertegenwoordigen respectievelijk de PvdA en de VVD in het Europees Parlement.