Taxioorlog

In het hoofdredactioneel commentaar van 28 februari wordt gesteld dat ik als wethouder Verkeer van Amsterdam niets zou hebben gedaan aan het in het verleden ontstane monopolie van TCA. Een onjuiste constatering. In die periode (april 1998-december 1999) liet het regionaal bestuursorgaan AZAM, waar ik toen zitting in had, een tweede taxicentrale in Amsterdam toe (TaxiDirekt). En werden, op mijn initiatief, honderden extra vergunningen verstrekt, zeker niet alleen aan TCA'ers.

Een tweede onjuiste bewering is dat ik me pas weer met de taxikwestie wilde bemoeien nadat de gemeente voor de rechter werd gedaagd. Kort nadat in januari 2000 de nieuwe Taxiwet was ingegaan en acties van Amsterdamse chauffeurs hiertegen uit de hand dreigden te lopen, heeft het gemeentebestuur initiatieven genomen om tot normalisering van de verhoudingen te komen.

Dit heeft ertoe geleid dat minister Netelenbos mr. Rood als bemiddelaar aanstelde. Zijn bemiddeling heeft helaas niet tot resultaat geleid. Daarna heb ik vorig voorjaar nog getracht tot afspraken tussen taxicentrales te komen over het gebruik van de taxistandplaatsen en telefoonpalen. Mijn ideeën werden door TaxiDirekt onderschreven, maar uiteindelijk door TCA verworpen.

Daarna restten het gemeentebestuur twee wegen. Middels de politie blijven optreden tegen chauffeurs die anderen van de standplaatsen weerden – dit is gebeurd – en gelijkberechtiging op het gebied van de telefoonpalen bij de standplaatsen. Om het TCA-monopolie op dit punt te doorbreken moesten de palen bij de belangrijkste standplaatsen weg.

Mijn beleidsvoorstellen in deze zijn door het college van B en W en bijna de hele gemeenteraad onderschreven. Dat bracht de gemeente Amsterdam met TCA als wederpartij voor de rechter. Uiteindelijk heeft dat geleid tot de schikking van 27 februari waarin de gemeente wat betreft de omstreden palen gelijk krijgt. Daarnaast ligt er, eveneens op voorstel van het hof, een regeling voor het gebruik van de standplaatsen, waarbij de TCA vergaand inschikt. Het college van B en W beoordeelt deze schikking als een positieve uitkomst van de rechtszaak.

Dat de belangrijkste bestuursleden van TCA zijn aangehouden wegens verdenking van strafbare feiten, is heel ernstig, maar doet aan het bovenstaande niets af.