Spoorwijzen

TWEE WIJZEN UIT de polder moeten een oplossing zien te vinden in het slopende conflict tussen de directie van de Nederlandse Spoorwegen en een groot deel van het personeel. Minister Netelenbos (Verkeer) heeft oud-werkgeversvoorzitter Blankert en oud-werknemersvoorman Stekelenburg gevraagd binnen enkele weken met een zwaarwegend advies te komen om de impasse te doorbreken. Hun statuur moet garant staan voor succes, want de opdracht zelf is beperkt. De verhoudingen bij de Spoorwegen zijn dermate verziekt dat bindende arbitrage voor de bonden al een stap te ver bleek.

Hulp van buiten lijkt inderdaad nog de enige uitweg. Maar het nadeel van deze formule, waar een vorm van compromis in feite al van tevoren zit ingebakken, is wel dat een structureel probleem blijft bestaan. Dat probleem is de onaantastbare positie die een groot deel van het personeel binnen de NS zich heeft toegeëigend. Een bedrijf dat vooruit bewegen als belangrijkste opdracht heeft, beschikt over werknemers die permanent de stilstand prediken.

De heersende mentaliteit wordt het beste gesymboliseerd door het massale verzet van het spoorwegpersoneel tegen het voorgestelde `rondje om de kerk'. Machinisten en conducteurs voelen er niets voor elke dag hetzelfde traject af te leggen. Afgezien van de vraag of dit nu werkelijk zo'n probleem is – de Spoorwegen vervoeren dagelijks tienduizenden werknemers die op kantoor hun `rondje om de kerk' gaan maken – klopt de voorstelling van zaken niet. Het treinpersoneel gaat vaker op één dag hetzelfde traject rijden. Maar vaak zal er ook sprake zijn van twee trajecten terwijl op andere dagen weer op andere vaste routes kan worden gereden. Het valt met de gevreesde `sleur' dus nogal mee.

DE VOORDELEN die er voor de bedrijfsvoering tegenover staan zijn daarentegen evident. Doordat in de nieuwe opzet treinen niet meer hoeven te wachten op het personeel van een andere trein, kunnen de gevolgen van een vertraging beperkt blijven tot één traject, en raakt dus niet een groot deel van het spoor ontregeld van een gebroken bovenleiding. Aan het personeel zijn dit soort noties niet besteed. Daar heerst het dogma van het verworven recht dat verdedigd kan worden door middel van een onevenwichtig grote machtspositie.

De verhoudingen bij de Nederlandse Spoorwegen zijn verziekt, is een veel gehoorde analyse. Daarmee wordt het probleem meteen bij de twee direct betrokken partijen gelegd. Het is zonder meer waar dat de directie van de Spoorwegen zich in het verleden niet al te tactisch heeft opgesteld tegenover het personeel. Maar getuige de naar binnen gekeerde houding van het NS-personeel, valt te betwijfelen of een directie wel ooit goed kan doen.

DAAROM IS TE hopen dat Blankert en Stekelenburg zich niet zullen beperken tot `middelen' maar tevens de durf tonen om het personeel er op te wijzen dat ook voor de Spoorwegen de nieuwe tijd is aangebroken en dat er een achterhaalde strijd gevoerd wordt. Een modern bedrijf vraagt om een flexibele en open instelling van het personeel. In de vorige eeuw werden als compromis de stokers nog lange tijd gehandhaafd op de elektrische treinen. Op een dergelijke oplossing zit nu niemand meer te wachten.