OM onderzoekt recherche politie

Het college van procureurs-generaal van het openbaar ministerie gaat onderzoeken of de inzet van meer geüniformeerde agenten op straat ten koste gaat van de recherche bij de politie. Dit zegt procureur-generaal J. Hulsenbek vandaag in het Algemeen Dagblad. Het OM krijgt al ,,geruime tijd signalen'' dat de inzet van straatagenten ten koste gaat van de opsporing.

Volgens het OM dreigt de balans bij de politie door te slaan naar het zogenoemde `gebiedsgebonden', op de wijk gerichte werk. Ook is er steeds meer vraag gekomen naar het handhaven van de openbare orde. Het OM verwacht dat dit vooral gevolgen heeft voor het opsporen van de middelgrote criminaliteit, zoals bedrijfsinbraken en kleine fraude. Er zijn geen richtlijnen die bepalen hoe groot het percentage rechercheurs in een korps moet zijn.

Het college wil de recherchecapaciteit vaststellen door per korps te gaan tellen hoeveel processen-verbaal worden opgemaakt, hoeveel zaken voor de rechter komen en hoe vaak verdachten worden gehoord. Op de vraag of het OM dit ook als bruikbaar middel ziet om de politie intensiever te controleren, zegt een woordvoerder van Hulsenbek, die zelf niet wil reageren: ,,Ons onderzoek is niet bedoeld om in een ander licht te zien. Geloof ik.''

Het OM kondigt het onderzoek aan op het moment dat bij het ministerie van Justitie een concept-rapport ligt van een onderzoek naar het vertrek van politiefunctionarissen naar de particuliere beveiligingsbranche. Volgens betrokkenen geven veel ex-rechercheurs aan dat opsporingswerk sinds de IRT-affaire enigszins besmet zou zijn bij de politie. Gebiedsgebonden werk wordt door rechercheurs ook wel als een nieuwe `trend' gezien, die hun te weinig ruimte geeft om `boeven te vangen'. Die mogelijkheid hebben ze binnen de particuliere branche wel.