Macedoniërs praten al over volgende oorlog

De Servische regering en de Albanese rebellen in Zuid- Servië hebben gisteren een bestand getekend. Verderop langs de Macedonische grens is de spanning tussen Albanezen en Macedoniërs voelbaar.

De politiemannen posteren zich breed op het zandweggetje. ,,Er is een oorlog aan de gang'', zegt de ene. ,,Sstt. Dat woord mag je niet zeggen van het ministerie van Binnenlandse Zaken'', zegt de ander. Een oorlog mag het gewelddadig treffen tussen Albanese rebellen en Macedonische troepen niet heten. Toch spreekt de bevolking ongehinderd over de volgende Balkanoorlog, al beperkt die zich nog tot enkele geïsoleerde bergdorpen in het noorden van Macedonië. Daar, op de grens tussen Kosovo en Servië, vechten rebellen voor meer rechten voor Albanezen in Macedonië.

Achter de politieblokkade is het stil. Het stuwmeer is zonder rimpels, een vos steekt de weg over. Een Macedonische boer die water gaat halen, vertelt dat de Albanese rebellen zich `tot hier' hebben bewapend. Zijn verweerde hand blijft ter hoogte van zijn bovenlip hangen. Maar de zwaar bewapende Albanese rebellen laten zich vandaag niet zien. Het gebied oogt verlaten; het handjevol boeren is vertrokken, op de vlucht voor het dreigende geweld, en heeft kinderen en geiten meegenomen. Als het donker wordt, gaat op de berghelling een lichtje aan. Het voetpad dat zich naar boven slingert, is in het donker onvindbaar.

In het laatste dorp voor de politieblokkade, Lipkovo, hadden de Albanese boeren uitvoerig verteld over de onheuse behandeling door de Macedonische autoriteiten. Daarvoor hadden ze de 29-jarige Ludvi, eigenaar van het koffiehuis, naar voren geschoven. Want Ludvi spreekt Duits. ,,Macedonische soldaten en agenten provoceren ons'', zegt Ludvi. ,,Ze gebaren naar ons, halen hun duim langs hun keel en steken drie vingers in de lucht.'' Die drie vingers vormen het Servische overwinningsteken, dat door de Albanezen wordt verafschuwd.

Er zijn meer problemen. ,,Wij komen niet aan het werk binnen de overheid. Albanezen maken dertig procent van de bevolking uit, maar slechts vijf procent van de politie is Albanees'', aldus Ludvi. Daar denken de Macedonische autoriteiten anders over: volgens hun statistieken maken de Albanezen 23,7 procent van de bevolking uit. Wel erkennen ze de ondervertegenwoordiging van Albanezen in het openbaar bestuur.

Daarom, zegt Ludvi, proberen veel jongens uit het dorp werk te vinden in Duitsland of Zwitserland. Zelf werkte hij bij een BMW-fabriek in de buurt van München. Vinden de jonge dorpelingen een redelijke baan en hebben ze nog geen vrouw en kinderen, dan maken ze soms wel duizend mark per maand over naar huis. Lipkovo bestaat volgens de dorpelingen uit ruim zeshonderd huizen maar amper honderd families zouden werk in Macedonië hebben.

De rest teert op het geld van de gastarbeiders.

Jarenlang heeft Macedonië grote etnische conflicten weten te vermijden. Het maakte zich zonder bloedvergieten los van Joegoslavië en wist, ten tijde van de oorlog in Kosovo, de toenemende spanningen tussen de Slavisch-Macedonische meerderheid en de Albanese minderheid te dempen.

Maar nu hebben de Albanese `terroristen', aldus de Macedonische regering, toch vat gekregen op het slaperige land. Enkele weken geleden namen ze het grensdorp Tanusevci in. In gevechten werden vier soldaten en een rebel gedood. Tanusevci is inmiddels met hulp van de internationale vredesmacht KFOR uit Kosovo van de rebellen ontdaan. Maar vorige week kwam een konvooi met regeringsambtenaren even buiten Tanusevci nog langdurig onder vuur te liggen vlak achter de politiepost op het zandweggetje.

Internationale waarnemers menen dat de rebellen zijn verbonden met het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK). Dat leger is opgedoekt, maar de soldaten lopen nog rond. ,,Het is zoals bij ieder gewapend confict'', meent een Westerse diplomaat. ,,Soldaten kunnen na afloop van een oorlog hun draai niet vinden.'' De Albanese rebellen zouden ook contacten hebben met de Albanese guerillastrijders in het zuiden van Servië. Zij vechten voor aansluiting van Zuid-Servië bij Kosovo.

De extremisten in Macedonië hebben andere eisen. Ze willen meer rechten voor `hun' mensen. Zo eisen ze een nieuwe grondwet, met daarin gelijkstelling van Slavische Macedoniërs en Albanezen. Ook vragen ze om internationale bemiddeling. In tegenstelling tot hun collega's in Zuid-Servië verklaren ze nadrukkelijk geen aansluiting bij Kosovo na te streven. De Macedonische staat wordt erkend. Op deze manier hopen de rebellen de internationale gemeenschap niet tegen zich in het harnas te jagen. Want in een nieuwe afscheidingsbeweging op de Balkan heeft het Westen geen zin.

De eisen van de rebellen komen tegemoet aan de onvrede van de Albanese bevolking. Albanezen mogen geen Albanees spreken in het parlement, Albanezen krijgen te weinig werk binnen de overheid, Albanezen hebben geen eigen staatsuniversiteit. Die universiteit is een heet hangijzer. De stad Tetovo heeft een Albaneestalige universiteit, maar haar diploma's worden nergens erkend ook niet in Macedonië zelf. De universiteit wordt bovendien betaald door de Albanese diaspora.

Onder leiding van de speciale gezant van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de Nederlander Max van der Stoel, heeft de regering afgelopen zomer besloten een privé-universiteit voor Albanezen te stichten. De voertaal zal Albanees, Macedonisch en Engels zijn; het geld komt van Westerse donoren. Maar de universiteit is niet overal goed gevallen. De Albanese politicus Xhemal Misliu: ,,Ik betaal belasting. Mijn kinderen mogen dus naar een staatsuniversiteit.'' Naar de staatsuniversiteit in de hoofdstad Skopje gaan zijn kinderen uit principe niet. Want daar is de voertaal Macedonisch.

Xhemal Misliu en andere Albanese politici hebben het geweld van de rebellen veroordeeld. De enige oplossing is een politieke oplossing, prediken ze. De boeren in Lipkovo zijn dat stadium al lang voorbij. Ze trekken de eigenaar van het koffiehuis opgewonden aan zijn arm. ,,Natuurlijk zijn we lid van het bevrijdingsleger'', roept een boer. ,,Sstt. Dat moet je niet rondbazuinen', zegt de ander. Want de politiemannen van de blokkade op het zandweggetje kunnen ieder ogenblik binnenkomen.