Lokaal chauvinisme

Zeg niet, dat er geen lokaal chauvinisme in Nederland bestaat. En zeg niet dat er met zulke plaatselijke gevoelens geen zaken te doen zijn. Want dat kan wel degelijk, zoals zes randgemeenten van Den Haag al een paar jaar laten zien in hun toch vrij kalme regio. Wazeggu, slaperige regio? U komt vast van verderop. Dan begrijpt u ook niets van al die posters en raambiljetten – Samenwerken ja, Annexatie nee! – die duidelijk maken dat de inwoners van Rijswijk, Voorburg, Leidschendam, Nootdorp, Pijnacker en Wateringen geen gebiedsvermindering ten gunste van buurman Den Haag willen.

Ten gunste dus van de armlastige centrumgemeente die, ingeklemd tussen haar randgemeenten en de Noordzee, te weinig ruimte heeft voor woningbouw en nieuwe bedrijven en die in financieel opzicht klaagt over een almaar groeiend gebrek aan draagkracht. Want Den Haag is maar een magere usurpator in vergelijking met die groeiende en welvarende randgemeenten, waarvan de inwoners vaak pas één generatie geleden met de emancipatie-expres uit Den Haag zijn aangekomen.

Die mensen zitten in hun tuintje of hun doorzonwoonkamer en voelen er weinig voor om tien of 25 jaar later via een `gemeentelijke herindeling' als het ware terug te verhuizen naar die grote klager, waar zoveel allochtonen en uitkeringstrekkers wonen en de onroerendgoedlasten zoveel hoger zijn. En die in minister Klaas de Vries (Binnenlandse Zaken) een handlanger heeft en in het kabinet een medestander. De Vries, die zelf nota bene in Pijnacker woont, heeft immers vorig jaar in een herindelingsvoorstel flinke stukken van Rijswijk, Leidschendam en Voorburg aan Den Haag toegedacht, daaronder de Leidschendamse nieuwbouwwijk Leidschenveen (7.000 woningen) en een flinke hap van Ypenburg. Waar dan misschien een stadion voor FC Den Haag zou komen – het water loopt een mens al door de mond.

Die gebieden zouden via een lange corridor over de Vliet en de richting van de Utrechtsebaan met Den Haag moeten worden verbonden. Nadien is er uit politieke partijen in de randgemeenten echter zoveel hernieuwd hevig lawaai gekomen dat geestverwanten in de grote Tweede-Kamerfracties van die partijen De Vries tot een wat beperkter definitief wetsvoorstel wisten te bewegen, dat sinds eind januari bij de Kamer ligt.

Over dat voorstel, waarin die Haagse verbindingscorridor nog maar de breedte van een navelstreng (een weg) heeft en Voorburg alsnog een deel van Voorburg-West mag houden, organiseert de Kamer komende maandag een eerste hoorzitting, waaraan ook belanghebbenden als de speeltuin Drievliet en een nette Voorburgse tennisclub zullen meedoen. Daarmee komt de Kamer toe aan een sluitstuk van een ontwikkeling die begon met plannen voor een stadsprovincie Haaglanden, waarvan Paars I in 1997 wegens interne verdeeldheid en geslaagde vertragingsacties van de randgemeenten, definitief afscheid nam met een motie-Remkes (VVD, Remkes is nu staatssecretaris). In die motie van VVD, PvdA en D66 werd aangedrongen op extra financiële steun voor Den Haag (die al is verleend) en niet al te vergaande herindelingsplannen. Binnen de VVD en het CDA is de meningsvorming vlottend geraakt, vooral door hevige klachten van lokale en regionale partijvrienden en daarmee samenhangende slechte scores in de Statenverkiezingen 1999. Of het herindelingsvoorstel het haalt, staat dus allerminst vast, zeker waar VVD en CDA in de Eerste Kamer een meerderheid hebben.

Hoe dat ook afloopt, Nootdorp en Pijnacker hebben al een fusiebesluit genomen om zich bestuurlijk te versterken, conform een suggestie-De Vries trouwens, en samen op 42.000 inwoners uit te komen (en op 60.000 à 70.000 over tien tot 15 jaar). Op de valreep, namelijk vorige week, kwam er zelfs ook een fusiebesluit van de besturen van het tweeduizend jaar oude Voorburg en het zestig jaar oude Leidschendam, een creatie van de vooroorlogse rooms-katholieke staatspartij die destijds zoiets als een `eeuwige meerderheid' in de raad voorzag. Hun inwoners mogen op 9 mei in een referendum oordelen over de geplande fusie, die een stad van 72.000 of, inclusief Leidschenveen, zelfs 92.000 mensen opleveren zou. Een interessante vraag is, gezien de traditioneel matige verstandhouding van die twee gemeenten, of hun fusiebesluit óók nog applaus krijgt indien de Haagse herindeling aan het Binnenhof straks zou worden verworpen. Dat laatste zou op zichzelf geen ramp zijn, zeggen sommige bestuurlijke deskundigen nu al, want de zorgen van Den Haag zullen door die herindeling (een toevoeging met 7.000 dan al bewoonde huizen en een getaxeerd schaalvergrotingsvoordeel van zo'n 30 miljoen of circa 1 procent van de huidige begroting) niet echt worden verholpen. Integendeel, Den Haag mag financieel veel meer verwachten van de inmiddels op bijzondere situaties als de zijne toegesneden middelen uit het Gemeentefonds. En die herindelingsoperatie zou over tien jaar alweer aan een vervolg toe zijn, menen zij. De Haagse burgemeester, Deetman, doet daarover overigens ook niet geheimzinnig. Die vrees hebben de bestuurders in de randgemeenten natuurlijk ook. In hun antiannexatiecampagnes, grotendeels betaald uit dezelfde belastingmiddelen waar ook Den Haag, de provincies en het rijk het van moeten hebben, spelen zij daarop in. Met ernstige waarschuwingen, van harte doorgegeven door hun lokale huis-aan-huisbladen, voor Haagse dominantie en tersluikse verwijzingen naar toekomstige lastenverzwaringen.

Omgekeerd is er in Den Haag ook een grimmige stemming aan het ontstaan. Daar vertellen inwoners elkaar dat Rijswijk het financieel zó goed voor elkaar heeft dat het een mooi theater naast het stadhuis kan zetten terwijl Den Haag niet eens genoeg geld heeft om zijn Schouwburg behoorlijk te onderhouden, Of dat alle gemeenten een potje hebben voor inentingen tegen tbc maar dat de randgemeenten hun patiënten eenvoudig naar de Haagse GGD sturen. Enzovoort. Zo groeien over een matig effectief herindelingsplan de wederzijdse animositeiten en verslechtert de sfeer voor wat nóg nuttiger zou zijn: méér samenwerking.