Israël moet afscheid nemen van de joodse staat

In Israël voltrekt zich een revolutie, een strijd om het karakter van de staat Israël zelf. De krachten die een religieuze staat willen doordrukken zijn in opmars. Het is de hoogste tijd dat de tegenkrachten zich bundelen om de moderne staat Israël te redden, vindt Uri Avnery.

Venetië zakt in zee weg. Dit door mensenhanden gemaakte juweel van onvergelijkbare schoonheid is aan het verdwijnen. Wetenschappers zijn al aan het berekenen wanneer de golven zich definitief over de stad zullen sluiten. Maar Venetië zakt zo langzaam dat de bewoners het niet merken.

Israël zit in dezelfde situatie. Israël, de staat die we met ons bloed en ons zweet hebben geschapen, met onze talenten en dromen, met haar nieuwe Hebreeuwse taal, cultuur en samenleving die de gehele wereld hebben gefascineerd, is aan het verdwijnen. In plaats daarvan groeit een nieuwe, daaraan tegengestelde staat.

Dit is de betekenis van het proces dat in de afgelopen weken zijn hoogtepunt heeft bereikt. Die troebele soep die `eenheid' wordt genoemd kan niet verbergen wat zich eronder afspeelt: een ware revolutie. Jarenlang was onze blik gericht op de oorlog tussen Israël en Palestina, omdat er mensenlevens mee gemoeid zijn en de toekomst van volkeren. Maar deze oorlog is onderdeel van een dieperliggende strijd: de strijd om het karakter van de staat Israël zelf.

Het is de laatste tijd in om te praten over de tegenstelling tussen Jeruzalem en Tel Aviv, de kloof tussen religieuzen en seculieren, de confrontatie tussen links en rechts, de Kulturkampf. Maar al die modieuze praat verhult de waarheid eerder dan dat hij die verheldert.

De waarheid is dat dit een strijd is tussen twee totaal verschillende staten: de staat Israël aan de ene kant, en de joodse staat aan de andere. Deze strijd begon op de eerste dag van de stichting van de staat, maar bleef verhuld onder een dikke deken van conventionele leugens, foute definities en eindeloos gewauwel over `eenheid', `verzoening' en `dialoog'. Het Hooggerechtshof droeg aan de troebelheid bij door de formule te accepteren van de `joodse én democratische staat', een ingebouwde tegenstelling als geen ander. De Israëlische staat kan niet gered worden zonder dat die tegenstelling wordt blootgelegd en zonder dat een keuze wordt gemaakt wat voor staat Israël moet zijn.

De joodse staat is er een die zich niet aanpast aan de plek waar hij gevestigd is en bij de leefomgeving, maar een die zich ziet als deel van de wereldwijde entiteit die `het joodse volk' wordt genoemd. Hij is gebaseerd op duizenden jaren oude mythen, en op de ontkenning van de dagelijkse realiteit in het land, hier en nu. Hij draagt de herinneringen in zich aan de joodse diaspora, een geschiedenis voornamelijk beschreven als steeds weerkerende vervolgingen, van de pogroms in de 14de eeuw – via de Spaanse inquisitie – tot de holocaust. De joodse staat is onderworpen aan religieuze geboden die ook door de `seculieren' worden geaccepteerd onder het mom van `nationale waarden'. Het is een afgesloten en naar binnen gekeerde wereld, waarin niet-joden, inclusief Arabieren, worden geminacht, een wereld die zich meer oriënteert op het verleden dan op de toekomst.

De Israëlische staat moet wel een moderne staat zijn, open naar de buitenwereld, geïntegreerd in een wereldwijde ontwikkeling en daar een bijdrage aan leverend. Wat helemaal niet betekent dat die geen band meer zou hebben met het joodse verleden, integendeel, alleen, het verleden is voorbij. Voor de nieuwe staat is de bijbel een monumentaal literair meesterwerk, de werkplaats waar de Hebreeuwse taal is geschapen, een universele schat. De joodse religie is een glorieuze creatie, de wieg van de monotheïstische godsdiensten en ieder persoon is vrij er al of niet in te geloven zonder inmenging van de staat. Israël moet een staat zijn die er is voor al zijn burgers, en alleen dat staatsburgerschap moet bepalen of iemand Israëliër is, zoals alle burgers van de Verenigde Staten Amerikanen zijn. Het moet een staat zijn die openstaat voor culturele invloeden en deelneemt aan de strijd voor de gelijkwaardigheid tussen de seksen, de strijd tegen kernbewapening en voor vrede.

Het streven naar vrede met het Palestijnse volk en de integratie binnen dit deel van de wereld is één onderdeel van de zelfdefinitie van de staat, van zijn karakter en belangen. Dit is een patriottische Israëlische opgave. Aan de andere kant zien we het joodse patriottisme in een eeuwige oorlog tegen de Arabieren, compleet met etnische zuivering, uitbreiding van grondgebied en nederzettingen.

De afgelopen jaren leek het er op dat de Israëlische staat aan kracht won, terwijl de joodse staat op de terugtocht was. Israël erkende het Palestijnse volk en zijn nationale leiderschap en begon met het aanknopen van banden met de Arabische wereld. Het land werd een hoogontwikkelde technologische macht. Het internet voedde de jongeren met nieuwe ideeën uit de hele wereld. De Arabische staatsburgers begonnen deel uit te maken van het politieke systeem. Golf na golf nieuwe immigranten verrijkte het culturele en wetenschappelijke leven. Het begon erop te lijken dat dit een groeiende en niet terug te draaien politiek-maatschappelijke trend was. Maar die indruk bleek te optimistisch en gemakzuchtig. Want tegelijkertijd groeide de reactie, met name doordat er vanaf het begin al onduidelijkheid bestond over de aard van de staat.

Nu is de contrarevolutie aan de beurt en die is niet mis. Het is geen toeval dat Ariel Sharon er het symbool van is – een mens die opgegroeid is in het nieuwe Hebreeuwse bestaan, maar gevormd door de ideeën van de joodse staat. De `regering van nationale eenheid' die onder zijn toezicht is gevormd is niet alleen maar een cynisch verbond tussen machtswellustige opportunisten, zoals het er oppervlakkig bekeken uitziet. Het is een alliantie tussen alle contrarevolutionaire krachten. In dit opzicht zijn de verschillen tussen Sharon en Peres, en die tussen Rehavam Ze'evi (minister van Toerisme en voorstander van de `verwijdering' van de Palestijnen) en Dalia Rabin-Pilosof, (de dochter van Yitzhak Rabin) maar minimaal. In de praktijk horen ze allemaal bij dezelfde partij, net zoals de meeste fracties die min of meer per ongeluk bij de oppositie terecht zijn gekomen.

Limor Livnat mag dan geen licht zijn, maar door `joods-zionistische waarden' in het schoolsysteem in te willen voeren is ze spreekbuis van de contrarevolutie, net als Fuad Ben-Eliezer, minister van Defensie, ook al geen licht, die het leger op wil jutten zich nog wreder te gedragen. Het leger zelf, waarin niet-joden, volgens het `hoofd educatieve dienst', inferieure soldaten zijn, heeft de hele weg afgelegd van de door de kibboetsen gevormde strijdkrachten, naar een leger gedomineerd door de leden van de religieus-militaire `Yeshivot Hesder'-groepering.

`Zionistisch links' is ingestort omdat het deze fundamentele tegenstelling, tussen Israëlische of joodse staat, niet onder ogen heeft willen zien. Geen wonder dat hun spirituele leiders, mensen als Amos Oz en A.B. Yehoshua nu vooraan lopen in de oorlog tegen de Palestijnen, door de aanval te openen op de moslims die de zeggenschap willen hebben over de Tempelberg. Nu betaalt `links' de prijs voor die gemakzuchtige leugen waaraan het vanaf het begin hing: die van het `zionisme, socialisme en broederschap tussen de volkeren', terwijl ze ondertussen van harte meededen aan de onteigening van de Arabische boeren die van hun land werden verdreven. Intellectuelen die niet met rigoureuze eerlijkheid de waarheid onder ogen durven zien, vallen van hun voetstuk op het moment dat die waarheid niet langer te omzeilen valt.

Het gevaar dat in deze contrarevolutie besloten ligt, is verschrikkelijk. De overname van de staat lijkt op de verovering van Jeruzalem door de Zeloten die tweeduizend jaar geleden de liberale, progressieve elite uitroeiden en de gemeenschap op de weg naar zelfmoord voerden. Ik geloof niet dat ons dat ook zal gebeuren. Een staat gebaseerd op de `waarden' van Limor Livnat redt het niet in de 21ste eeuw. De contrarevolutie kan ons weliswaar meeslepen door de donkere tunnel van een verder escalerend conflict tussen de Israëliërs en de Palestijnen, en binnenslands een ernstige terugval veroorzaken, maar ze zal uiteindelijk niet op kunnen tegen de wereldwijde en regionale werkelijkheid. De Israëlische civilisatie zal niet opgeven, en die heeft vele levendige nieuwe kiemen onder de jongere generatie.

Venetië dreigt ten onder te gaan – maar de wetenschappers zijn al bezig met gewaagde plannen om het proces tegen te houden en te keren. Ook in Israël moeten de tegenkrachten zich bundelen om, zelfs nu, plannen te ontwerpen om de afgang tegen te houden en zich op te maken voor de mars door de 21ste eeuw. Misschien zal de Sharon-Peres-regering eens, als de historici terugblikken, gezien worden als de laatste ademtocht van het getto.

Uri Avnery is Israëlisch vredesactivist.