Grieken twisten of catastrofe genocide was

Wat deden de Turken van het Ottomaanse rijk daar wonende Grieken aan? Een catastrofe of een genocide? En moet het allemaal worden herdacht? Een discussie woedt in Griekenland.

Het succes van de Armeniërs bij het verzamelen van internationale erkenning voor de door het Ottomaanse rijk bedreven `genocide' van 1915, werkt door in Griekenland. Maar hier leidt dit tot nieuwe problemen. Al vele jaren ijveren vluchtelingenorganisaties alhier voor intensere herdenking van wat de Grieken in Turkije tussen 1914 en 1923 is overkomen. De nazaten van degenen die indertijd langs de Zwarte Zee woonden, de Pontiërs, slaagden er twaalf jaar geleden in het Griekse parlement ertoe te bewegen de 19de mei uit te roepen tot jaarlijkse herdenkingsdag van de `genocide' die in die periode zou zijn bedreven op 350.000 Griekse Pontiërs. Grieken en Turken stonden in de Eerste Wereldoorlog aan tegengestelde kanten en het Jong Turkse regime in Istanbul zag in de Griekse, net als in de Armeense, christenen, een potentieel vijandige minderheid.

Na dit binnenlands succes wilden de Griekse immigranten uit Klein-Azië niet achterblijven. Bijna drie jaar geleden bestempelde onder hun pressie het voltallige parlement de 14de september tot gedenkdag inzake de `genocide bedreven door de Turkse staat, op Grieken in Klein-Azië.' De wet trok weinig aandacht en bleef in een la liggen totdat onlangs twee ministers, van Cultuur en van Binnenlandse zaken, haar voorlegden voor in werkingstelling in de vorm van een presidentieel decreet.

Inwerkingstelling zou inhouden dat jaarlijks tot in de verste uithoeken van het land herdenkingsplechtigheden worden gehouden met het nodige vlagvertoon en dat ook de scholen, op die datum juist weer geopend, die dag in het teken zouden staan van het memoreren van de Turkse schanddaden en de Griekse verliezen. Intussen is echter, na de twee aardbevingen van 1999, de politiek van toenadering tussen beide landen begonnen en de minister van Buitenlandse Zaken, Jorgos Papandreou, liet weten dat hij buiten de hele procedure was gehouden en dat hij er pas over hoorde van zijn Turkse collega Ismail Cem.

Papandreou en premier Simitis zaten beiden in het parlement dat de wet in 1998 aannam (en dat ook met grote meerderheid de Koerdenleider Öcalan naar Griekenland uitnodigde), maar de recente toenadering maakt in hun ogen het oprakelen van wat tachtig jaar geleden gebeurde onwenselijk. Reeds zijn er twee veranderingen aangebracht in de tekst: de term genocide is weggevallen, evenals de `Turkse staat', want in die jaren was het Ottomaanse Rijk nominaal nog in functie en Kemal Atatürk zou pas in 1923 de Turkse republiek stichten.

De beide ministers staan niet alleen. In de pers is een hevige discussie opgelaaid over de al of niet noodzaak van jaarlijkse herdenkingen en ook over de vraag of het hier wel ging om genocide, zoals zij in 1947 door de Verenigde Naties werd gedefinieerd. De Griekse inval bij Izmir (Smyrna) in 1919 en het daarna oprukken in de richting van Ankara leidden, na Turkse tegenstand onder de latere Atatürk, tot wat de Grieken vanouds de `Klein-Aziatische catastrofe' hebben genoemd.

Moeten we deze benaming nu plotseling gaan veranderen in genocide? vragen de tegenstanders zich af. De `eerlijksten onder hen' herinneren eraan dat ook Van Griekse zijde vlak na de landing en bij het terugtrekken van de legers ('zwarte aarde') veel wandaden zijn bedreven en veel Turkse dorpen zijn verbrand. Aan Griekse zijde zijn tenslotte meer slachtoffers gevallen, maar uit het feit dat bij de bevolkingsuitwisseling van 1923 anderhalf miljoen Grieken levend naar Griekenland overstaken blijkt dat er geen georganiseerde genocide is uitgevoerd.

De voorstanders van de oorspronkelijke tekst, intussen des duivels geraakt, praten echter vooral over de periode van voor de Griekse landing, toen het Jong-Turkse bewind wel degelijk georganiseerd jacht maakte op de Griekse bevolking, vooral op de mannen, die naar de moordende arbeidsbataljons werden gedeporteerd. Het aantal doden daarbij zou, volgens gegevens van het Eucumenisch Patriarchaat van die dagen, 450.000 hebben bedragen.

Niet genoeg voor genocide? Het woord was de laatste jaren in de Griekse pers toch al sterk verwaterd. Het is zelfs gebruikt voor de NAVO-bombardementen op Joegoslavië (maar niet voor de verdrijving van de Kosovaren). Aan de andere kant raakt nu ook de Armeense gemeenschap geïrriteerd over het verschijnsel, dat `hun' genocide wordt veralgemeniseerd. Laten we zuinig zijn op dit woord, schrijft een bezadigde Griekse commentator in het grootste Atheense dagblad Ta Nea, en het blijven gebruiken voor Armeniërs, joden, Cambodja en Rwanda. Intussen lijkt het de eerste genocide van de 20ste eeuw, die van de Duitse kolonisatoren op het negervolk der Herero's in het huidige Namibië (1907) helemaal te zijn vergeten.