De andere oorlog van Joop Janssen

Morgen maakt de derde bouwer van Nederland, Heijmans, zijn jaarcijfers bekend. Voor topman Joop Janssen van het bedrijf was het een bewogen jaar. ,,Ik dacht: door die kanker ben ik binnen drie weken weg.''

`Dit is toch véél interessanter'', roept Joop Janssen uit. In tegenstelling tot de meeste bestuursvoorzitters heeft hij het liever over zijn leven, hét leven, dan over de jongste jaarcijfers of over de overname van IBC, waaraan zijn bouwbedrijf Heijmans jaren gewerkt heeft. ,,Want waar het uiteindelijk allemaal om gaat is dit: hoe sta je in het leven, hoe ga je ermee om en wat doe je met die hele meuk?''

Het afgelopen jaar was geen jaar zoals alle andere voor Joop Janssen. De 58-jarige topman van een van Nederlands grootste bouwbedrijven hoorde in maart vorig jaar dat hij de ziekte van Kahler had. Beenmergkanker. Nooit meer te genezen, maar als je geluk hebt wel onder controle te houden. Volgens Janssen zijn er zo'n tweeduizend Kahler-patiënten in Nederland. ,,Daar komen er elk jaar zeshonderd bij, maar er gaan er ook elk jaar zeshonderd af. Nou, zo'n lekker idee is dat niet'', zegt Janssen.

Toch zit hij er rustig en vaak lachend bij, in zijn woning in de Helvoirtse bossen. Rustgevend is het daar zeker. Het zandpad dat naar de hekken om het huis leidt, ziet eruit alsof het meer bereden wordt door de lokale landbouwer dan door de chauffeur van de bouwer zelf.

Hoewel hij sinds kort weer aan het werk is, ontvangt hij zijn zakelijke contacten een paar dagen per week bij hem thuis, in plaats van op het hoofdkantoor in Rosmalen. Zijn vrouw ontvangt en doet uitgeleide, verzorgt de thee en mengt zich zo nu en dan in het gesprek. Janssen oogt fit. ,,Maar slapen gaat moeilijk en mijn huid is nog erg gevoelig. Dat komt door al dat gif dat in mij gespoten is.''

Mede door `dat gif' zijn de kankercellen, zo hoopt hij, tot stilstand gebracht. Toen hij vorig jaar door drie verzakte wervels `helse en ondraaglijke pijnen' in zijn rug kreeg, werd al snel de ziekte van Kahler geconstateerd. Kahler-cellen breken de botten af. De second opinion van een bevriend oncoloog bevestigde de jobstijding. Janssen: ,,Toen ik het hoorde dacht ik: ik ben binnen drie weken weg.'' Zijn vrouw komt tussenbeide: ,,Maar hij dacht ook: er is een naam voor deze ziekte, dan zal er ook wel wat aan te doen zijn.''

In die opmerking schuilt wat er zo bijzonder is aan deze situatie. Niet alleen de openheid van de bestuursvoorzitter (,,Ik heb tienduizend man achter me, dat geeft een kick en is toch hartstikke geinig?''), maar vooral de opgewektheid die er in doorklinkt is opvallend. Ernaar gevraagd zegt hij, terwijl zijn vrouw instemmend knikt: ,,Ik ben altijd vrij berustend, en dacht al snel: ik heb een verdomd mooi leven gehad. Ik heb vier hartstikke leuke zoons, een leuke vrouw en we kunnen drie biefstukken per dag eten...''

Zijn vrouw: ,,...maar dat doen we niet.''

Janssen: ,,Nee, want daar krijg je Creutzfeldt-Jakob van.''

,,Dus toen ik hier op die beruchte woensdag 22 maart vorig jaar met mijn vrouw en kinderen aan tafel zat om alles door te spreken, telde ik mijn zegeningen. Want weet je wat mij het allerergst lijkt? Om op je 57ste hiermee geconfronteerd te worden, en dan te moeten zeggen: had ik alles maar anders gedaan. Wat dat betreft ben ik een voorstander van quality management: doe het maar meteen gewoon goed.''

Een makkelijk jaar werd het, ondanks Janssens zegeningen, niet. Na chemotherapie volgden twee beenmergtransplantaties en ,,gif, veel gif''. Na zijn tweede transplantatie, afgelopen kerst, was zijn weerstand nul en moest hij drie weken in couveuse liggen. ,,In die strijd tegen de Kahler-cellen is het met een mitrailleur schieten op alles dat beweegt. De rest van je lichaam krijgt ook klappen. Van je mond tot je kont, alles wordt kapotgemaakt.''

Zalvender is hij niet geworden door zijn ziekte, denkt hij zelf. ,,Ik ben altijd al vrij relativerend geweest.'' Hij denkt dat er niets aan hem veranderd is, maar vraagt het voor de zekerheid toch even na bij zijn vrouw.

,,Jij, anders? Ja, je bent nu kaal, hè.''

Ze lachen samen.

Voor de bestuursvoorzitter is het de gewoonste zaak van de wereld om openheid te verschaffen over zijn privé-sores. ,,Je krijgt heel wat te horen als je deze ziekte hebt. Ik moest het wel bespreekbaar maken.'' Janssen kreeg `meters' boeken van vrienden tijdens zijn ziekte. Hij heeft net J.J. Voskuils Het Bureau-cyclus afgerond en ziet in hoofdpersoon Maarten Koning wat hij zelf wilde voorkomen. Koning dacht geliefd te zijn op het werk, maar na zijn pensioen lieten zijn voormalige collega's hem vallen. ,,Mensen zijn niet gek. Je moet rekening met ze, én met hun eigenaardigheden, houden. Non-communicatie is het ergste dat er is, daarom streef ik naar een open relatie met anderen.''

Die houding van openheid zegt hij ook in zijn werk toe te passen. ,,Bijvoorbeeld met mijn naaste collega`s. Want wanneer ik rondkijk in mijn raad van bestuur zie ik al die gezichten waar ik rekening mee moet houden. Dat is niet alleen een kwestie van bestuurlijk je best doen, maar ook een psychologisch spelletje. Het is maar goed dat een bedrijf geen democratie maar een doelgerichte organisatie is'', zegt Janssen. Uiteindelijk is híj, en niemand anders, degene die de knopen doorhakt.

Ook naar de particuliere belegger toe is Heijmans open, en niet geheel zonder eigenbelang. Volgens Janssen is de bouw een vergeten sector voor beleggers; en dat terwijl Heijmans de afgelopen zeven jaar een jaarlijkse stijging van meer dan 25 procent van de winst per aandeel liet zien. Onder de slogan `Heijmans, een geheid aandeel' plaatst de bouwer advertenties voor zijn aandelen in dagbladen – een zeldzaamheid in Nederland. Janssen wil zo aandacht, en kapitaal, genereren voor zijn bedrijf. ,,En we stoppen pas met adverteren als de koers een reële afspiegeling is van de resultaten van het bedrijf. Nou ja, dan eigenlijk ook nog niet. Want met het geld dat we daarna van beleggers binnenkrijgen kunnen we weer bedrijven kopen.''

Janssen heeft wel een idee welk beeld particuliere beleggers van bouwers zoals Heijmans hebben. ,,Een slecht beeld. Iedereen heeft weleens een keuken verbouwd, of laten verbouwen, en heeft er dus verstand van. Die ervaringen tellen allemaal mee in de waardering van het aandeel.'' Avontuurlijke bouwers filosoferen zo nu en dan over de mogelijkheid kopers van een huis aandelen in het bouwbedrijf te geven. Janssen zegt die gok wel te willen wagen. ,,Stel je eens voor: die mensen hebben al een Heijmans-huis en daarmee Heijmans-aandelen. Als ze dan nóg meer aandelen willen kopen, telt het positieve gevoel van herkenning dat ze bij de naam Heijmans ervaren. Gevolg: ze kopen daarna nog meer aandelen Heijmans.''

Het Noord-Brabantse bouwbedrijf Heijmans is van oorsprong een familiebedrijf. Janssen (oud-KPMG en -NMB en voormalig commissaris bij Baan) is de eerste topman van buiten de Heijmans-familie. Binnenkort verdwijnt de laatste Heijmans-telg uit de leiding van het bedrijf. Janssen, vanaf 1988 lid van de raad van bestuur, bracht het bedrijf eind 1993 naar de beurs. In 1990 had de bouwer ruim 2.300 werknemers, nu zijn dat er rond de 10.000. De nettowinst steeg in dezelfde periode van 4,2 miljoen euro naar 34,3 miljoen (ruim 80 miljoen gulden) in 1999.

Morgenmiddag maakt Janssen de cijfers over 2000 bekend, ,,en die zijn goed natuurlijk''. ,,Heijmans zit dit jaar met de winst voor het eerst boven de 100 miljoen gulden. Op naar de honderd miljoen euro!''

Verdere groei dus. Maar is dat wel verstandig? In de bouw zijn de marges klein en de risico's groot. Janssen wil geen wanklank horen: ,,Je moet de uitdaging ervan blijven inzien. Wij groeien niet om de groei, wij groeien om de winst voor de aandeelhouders door groter in te kopen en te produceren. Natuurlijk stijgen de overheadkosten daarmee. Daar heb ik dan ook een grote hekel aan.''

Janssen is niet bang voor een krimpende markt. Hij denkt dat Heijmans daar weinig schade van zal ondervinden. Heijmans neemt woningbouwprojecten pas in uitvoering nadat ten minste 70 procent van de woningen is verkocht.

Vorige maand kocht Heijmans de bouw- en vastgoedonderneming IBC uit Den Bosch, dat vestigingen in Nederland en België heeft. Heijmans was al sterk op Vinex-locaties en krijgt daar met IBC een stevige kantorenpoot bij. Janssen denkt, in tegenstelling tot eerdere geluiden, dat ,,Heijmans er nog een hele hijs aan zal hebben IBC's winstgevendheid naar 3,5 procent te laten stijgen''. Op dit moment is dat nog 2 procent. Ondanks deze waarschuwing juichen analisten van ING Barings de overname toe. Zij denken dat de overname van IBC ook op bestuurlijk vlak gevolgen zal hebben. Als Janssen over twee jaar met pensioen gaat, zou IBC-topman Berry Bemelmans hem kunnen opvolgen.

Voordat het zover is, moet Janssen eerst nog door de dag van morgen heen. Naast de presentatie van de jaarcijfers heeft de bestuursvoorzitter nóg een belangrijke afspraak. Morgen hoort Janssen of de behandeling van zijn ziekte is aangeslagen. ,,Het mooiste nieuws zou zijn dat die oorlog, die woekerende strijd van kankercellen tot rust is gekomen.'' Janssen denkt even na. ,,Anders wordt het een zaak van pappen en nathouden. Gelukkig hoef je tegenwoordig niet meer zo angstig voor de dood te zijn. Vroeger was je nog bang dat je gillend aan je einde zou komen.''

Wanneer hem de bijna retorische vraag gesteld wordt wat belangrijker voor hem is, zijn gezondheid of de resultaten van morgen, wordt de mens Joop Janssen weer even de bestuursvoorzitter J.P.M. Janssen, en concludeert dan glimlachend: ,,Nee hoor, de jaarcijfers zijn ook erg belangrijk.''