Crisis in Kiev

Vorige week bracht ik, vergezeld door een handelsmissie, een bezoek aan Oekraïne. In het commentaar in deze krant van 26 februari werd gesteld dat dit bezoek plaatsvond op een ongelukkig moment – economisch, maar vooral politiek.

Tegen president Koetsjma worden zware beschuldigingen geuit, de persvrijheid staat onder druk en een wijziging van de Grondwet dreigt langs ondemocratische weg te worden doorgedrukt. Met een hervormingspolitiek wordt weinig voortgang geboekt en corruptie tiert welig.

Een oplossing voor deze omvangrijke en complexe problematiek is uiteraard niet snel voorhanden. De commentator besluit: ,,geen aantrekkelijk perspectief voor ondernemers die fatsoenlijk zaken willen doen''.

Tal van westerse bedrijven zijn al actief in Oekraïne. Daartoe ook gestimuleerd door hun regeringen. Regeringen die het na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie belangrijk vonden om intensieve politieke èn economische banden met Oekraïne aan te gaan. Zo ook de Nederlandse regering; Oekraïne is sinds enkele jaren een van de prioriteitslanden van het economisch programma voor Oost-Europa en is lid van de Nederlandse kiesgroep bij Wereldbank en IMF. De Nederlandse regering is niettemin uiterst bezorgd over de politieke en economische ontwikkelingen in Oekraïne. Daarbij komt dat de Nederlandse bedrijven die daar actief zijn ook met die problemen (corruptie, bureaucratie, stagnerende hervormingen) in aanraking komen.

Het bezoek aan Oekraïne was gepland om onder meer die problemen bij de Oekraïense autoriteiten aan de orde te stellen. Gegeven de actuele ontwikkelingen heb ik uiteraard het bezoek ook aangegrepen om de verontrusting van de Nederlandse regering over de politieke situatie (met name de kwestie Gongadze) aan de Oekraïense premier Joesjenko kenbaar te maken.

Het blijft van belang hervormingsprocessen zoveel mogelijk te blijven steunen, ook in crisisituaties.