Bush negeert critici belastingplan

President Bush heeft een vliegende start gemaakt met zijn plan om de belastingen in de Verenigde Staten te verlagen. Maar de twijfel begint te knagen en de Senaat is nog sceptisch.

De familie Kennedy heeft een dramatisch beroep gedaan op president Bush en een Republikeinse actiegroep voor belastingverlaging om niet langer gebruik te maken van de in 1963 vermoorde president J.F. Kennedy. Zij citeren Kennedy om hun eigen plan te verkopen en dat vindt de familie ,,intellectueel oneerlijk en politiek onverantwoord''.

Toen John Kennedy de inkomstenbelasting verlaagde was het toptarief 91 procent, nu is dat 39 procent. Senator Edward Kennedy, een verklaard tegenstander van de huidige Republikeinse plannen, wees er bovendien op dat de door Bush voorgestelde verlagingen vooral de rijksten ten goede komen, terwijl in '63 maar zes procent van de hele verlaging ging naar mensen die meer dan 300.000 dollar verdienden (in dollars van vandaag).

De Republikeinen hebben het verzoek naast zich neergelegd. Door JFK in toespraken en tv-reclame te gebruiken willen zij onderstrepen dat zij niets uitzonderlijks doen. Bush zorgt altijd dat hij een onderwijzersgezin bij de hand heeft om te laten zien dat hij de gewone, hardwerkende Amerikaan de helpende hand toesteekt.

Deze week zijn Florida en New Jersey aan de beurt voor een wervelwind-bezoek van president Bush. De `Salesman-in-chief' reist het land af om zijn plan voor belastingverlaging aan de man te brengen, vooral in staten met Democratische Senatoren. De oogst is voorlopig beperkt.

Bovendien, de kritiek van buiten de politiek groeit. De bezwaren van de 93-jarige econoom Galbraith, schrijver van onder meer The Great Crash 1929 en The Affluent Society, gingen zondag in The New York Times verder dan de omvang van de de voorgestelde belastingverlaging. De rijken, die in de voorstellen het meeste geld terugkrijgen, gaan niet meer besteden en de economie heeft er dus niets aan.

Galbraith ridiculiseerde verder het blinde vertrouwen in de stabiliserende werking van het spelen van de Federal Reserve Board met de rentetarieven. Met een beetje pech zou de aanpak van Bush tot rampspoed leiden.

Gisteren voegden zich twee andere stemmen van gewicht bij het koor: oud-minister van financiën Robert Rubin en Paul Volcker, de voorganger van Alan Greenspan als president van de Federal Reserve Board, vonden de omvang van de verlagingen (1.600 miljard dollar over tien jaar) onverantwoord groot.

Bush is niet onderste boven van dergelijke kritiek. De betrokkenen behoren niet tot zijn fanclub, Galbraith is een oude `liberal', wat in de Amerikaanse verhoudingen behoorlijk links is, en Rubin was Clintons schatkistbewaarder. De kritiek van Volcker is wat pijnlijker. Maar de president draagt al twee jaar dezelfde boodschap uit en hij laat zich niet door gewijzigde omstandigheden of harde woorden van doorgestudeerde economen van zijn plan af brengen.

Zondag gunde hij een verslaggever van The Washington Post een gesprekje in het presidentiële vliegtuig om het land te verblijden met nóg een belastingverlaging. Die zou kunnen samenvallen met de tussentijdse Congres-verkiezingen van 2002. Hij erkende dat hij nu misschien een beetje water in de wijn zal moeten doen, de krachtsverhouding in de Senaat is immers 50-50, en de beslissende stem van vice-president Dick Cheney zou een wat krappe marge opleveren voor dit gezichtsbepalende project.

De regering kan op extra stroefheid rekenen bij de Democraten.

Vooral na de overval-tactiek waarmee de Republikeinen er vorige week in slaagden het Huis van Afgevaardigden binnen twee dagen de helft van het pakket te laten aannemen. Het Huis nam, zonder veel aandacht te besteden aan de bezwaren van de Democraten, de verlaging van de inkomstenbelasting aan. Kosten meer dan 900 miljard dollar.

Wat de Democraten ook zeiden, de Republikeinen hebben genoeg stemmen en die brachten zij uit zonder één overloper. De uitslag 230-198 was een mooie, eerste overwinning van Bush. Iedere deskundige econoom heeft overigens gezegd: het overschot is voor één jaar al moeilijk te schatten, laat staan voor tien jaar. Dus of het geld er ook echt zal zijn, weet niemand.

Daarom hebben nu ook een paar Republikeinen in de Senaat, met steun van enkele Democraten, het plan opgevat de verlaging van de inkomstenbelasting te koppelen aan het beschikbaar zijn van een overschot. De meeste Democraten voegen er aan toe: én het veilig zijn van de sociale zekerheid én het verder aflossen van de staatsschuld. Zij willen dat pakketje voorwaarden koppelen aan toekomstige belastingverlaging. Maar het Witte Huis heeft laten weten niets te voelen voor een dergelijk `trigger'-mechanisme. De burger moet kunnen rekenen op zijn belastingtarieven.

Rubin zei gisteren dat zo'n trigger aantrekkelijk lijkt, maar waarschijnlijk niet werkt. Daarom stelt hij een kleinere verlaging van de inkomstenbelasting voor. Als dan over een jaar of twee alle lichten nog steeds of weer op groen staan, en de beurs niet daalt zoals gisteren, dan kan de burger alsnog meer terugkrijgen, is zijn redenering.

Bush geeft voorlopig niet op. Hij heeft ingezet op: niet meer, niet minder. Ook als het geld er straks niet is. De overschotten op de sociale zekerheid kunnen straks nog wel eens goed zijn voor de aanschaf van nieuwe bommenwerpers.