Bestand Servië en Albanese rebellen

De Servische regering en de Albanese rebellen in Zuid-Servië hebben gisteren een staakt-het-vuren akkoord bereikt. De rebellen hebben aangekondigd het akkoord gedurende een week te eerbiedigen.

In die week moeten beide partijen gesprekken gaan voeren over een politieke oplossing voor het omstreden gebied. De rebellen eisen een betere behandeling van de Albanese bevolking en aansluiting van Zuid-Servië bij Kosovo. In een jaar tijd zijn meer dan veertig mensen omgekomen bij gewelddadigheden tussen leger en rebellen.

Albanese extremisten zijn sinds vorig jaar actief in de gedemilitariseerde bufferzone tussen Kosovo en Servië. De zone werd na het einde van de luchtoorlog om Kosovo ingesteld door de NAVO. Alleen lichtbewapende Servische agenten mogen er komen. De rebellen hebben zich verenigd in het bevrijdingsleger voor Presevo, Medvedja en Bujanovac (UÇPMB), drie stadjes in het gebied.

Het staakt-het-vuren werd de afgelopen dagen steeds uitgesteld, want de rebellen keerden zich tegen de toezegging dat het Joegoslavische leger mocht terugkeren in (een deel van) de bufferzone. Het gaat om het uiterste zuiden, tegen de grens met Macedonië. Internationale waarnemers geloven dat de Albanese rebellen dit `gat' gebruiken om andere Albanese guerillastrijders in het noorden van Macedonië te bevoorraden. Met de komst van het Joegoslavische leger hopen ze dit gat te dichten.

Het UÇPMB besloot gisteren het akkoord toch te ondertekenen. Maar commandant Musliu zei, onder verwijzing naar de komst van het leger in de bufferzone: ,,Het is niet onze verantwoordelijkheid als er doden vallen.''

De commandant van de internationale vredesmacht KFOR, de Italiaanse generaal Carlo Cabigiosu, liet voor de ondertekening van het akkoord weten dat de Joegoslaven snel de bufferzone in kunnen trekken. ,,Het is een kwestie van dagen.'' Leger en politie mogen geen pantservoertuigen en geen raketwerpers gebruiken.