Bebop

`Dat haar van jou, dat moet anders', zei Marianne een paar jaar geleden en ze nam me mee naar de Paarlaarsteeg in Haarlem waar Kim – kapsters hebben alleen een voornaam – mijn haar op plaatsen waar het volgens mij gekort moest worden, liet staan en daar waar het lang moest blijven, rigoureus wegmaaide. Het heeft lange tijd geduurd voor ik aan het nieuwe model gewend was.

De eerste kapper in mijn leven was mijn vader. Een democratisch man maar bouwvakker van beroep en geen coiffeur. Hij gunde je alle inspraak in de te knippen coupe, maar voor het resultaat maakte dat weinig uit. Met een handtondeuse – wanneer ik er eentje op een rommelmarkt zie ligggen kan ik het nooit laten om er even wat knipbewegingen mee te maken – knipte hij van onderuit recht naar boven tot het werktuigje geen weerstand meer ondervond. Op deze manier bleef alleen op de schedel wat haar staan. Het knippen vond plaats in de keuken waar het slachtoffer op een keukenstoel zijn lot onderging. Er was alleen een spiegel in een van de deurtjes van het keukenkastje en we gingen dus regelmatig even staan om argwanend de vorderingen in ogenschouw te nemen. Vooral mijn jongere broer vond deze behandeling verschrikkelijk, hij had het idee dat hij wekenlang voor schut liep. Bij mij viel het resultaat meestal wel mee omdat ik, zoals het toen genoemd werd, een `slag' in het haar had.

Eind jaren vijftig was naar mijn idee de praktijk van het thuisknippen nog tamelijk wijd verbreid. Vooral in gereformeerde en katholieke kring waar grote gezinnen nog usance waren, leverde dit een een flinke besparing op. De komst van de Beatles is voor veel jongens een ware bevrijding geweest.

Elke generatie heeft zo zijn eigen modes. Zo droegen mijn vader en veel van zijn leeftijdgenoten het haar strak achterover gekamd en ze smeerden er bier of karnemelk in om het op zijn plaats te houden. Mijn grootvader van moeders kant droeg een `bebop', ook wel model pleeborstel genoemd, kort stekeltjeshaar dat overal even lang was. Ik moest onlangs aan hem denken toen ik bij Hoofddorp langs de Joodse en de Algemene begraafplaats reed en zag dat alle bomen daar – zeker in verband met de aanleg van de vijfde Schipholbaan – op precies dezelfde hoogte waren afgezaagd.

Een verschijnsel waarvan ik niet weet of het zich nog voordoet, is het bewaren van haar. Zo herinner ik mij een blauw doosje met daarin een lange dikke vlecht van rood haar die mijn moeder als klein meisje had gedragen. De vlecht werd bewaard op een bedje van tabak. Daar ging kennelijk een conserverende werking van uit. Misschien ligt hij nog ergens bij een van mijn zussen in de kast.

Kim, inmiddels verhuisd naar de Kinky Kappers in Amsterdam, knipt nog steeds mijn haar. Ik zit nu regelmatig in een voormalig koetshuis aan de Overtoom tussen allerlei kinky figuren en zie mezelf terug op een beeldscherm dat hier de plaats van de spiegel heeft ingenomen. Heel vervreemdend is dat. Je kunt jezelf namelijk niet aankijken, want zodra je in de camera kijkt zie je jezelf niet meer op het scherm.

Ik voel me geen conservatieve ouwe sok, maar dit soort nieuwerwetse fratsen mag van mij snel tot het verleden behoren.