Aanval veedieven kost tientallen doden

Bij grootschalige veediefstallen in de afgelopen dagen zijn in het noordwesten van Kenia ruim zestig doden gevallen.

De autoriteiten keken machteloos toe hoe dorpen in brand werden gestoken en tientallen vrouwen en kinderen gedood.

De aanvallers behoren tot de nomadenstam de Pokot. Zij vielen enerzijds leden aan van het boerenvolk de Kalenjin in het district Marakwet en voerden tevens aanvallen uit op nomaden van de Turkana-stam. Aan de kant van de Kalenjin vielen 47 doden, onder wie twee leraren, acht scholieren en een moeder mettwee kleine kinderen. Driehonderd rieten onderkomens gingen in vlammen op. ,,Het is een bloedbad, een nationale ramp'', aldus een parlementslid uit het gebied. Duizenden geiten en honderden koeien werden buitgemaakt. Bij de aanval op de Turkana vielen dertien doden.

Ruim zeshonderd met geweren en messen bewapende Pokots verzamelden zich in het weekeinde in Marakwet, zo'n honderd kilometer verwijderd van hun eigen stamgebied. Gisteren tijdens zonsopgang omsingelden ze eerst een militaire eenheid, die speciaal was opgericht om veediefstal te bestrijden. Terwijl ze deze regeringssoldaten onder vuur namen, plunderden hun collega's in een vier uur durende operatie de dorpen van de Kalenjin. ,,De situatie is rampzalig'', zei een districtsbestuurder. ,,De aanvallers beschikken over modernere wapens dan mijn eigen soldaten en zijn beter opgeleid.''

De autoriteiten hebben na beide incidenten geen arrestaties verricht. Dat geldt ook voor soortgelijke incidenten tussen nomaden en boeren vorige week bij Isiolo, in het noorden van het land, en in het district Tana River, aan de kust. Bij deze gevechten vielen in totaal twintig doden.

Grote delen van het onherbergzame noorden van Kenia zijn al jaren een soort Wilde Westen. De eeuwenoude gewoonte van nomadenvolkeren om in moeilijke tijden vee te stelen speelt daarbij een rol, maar vormt niet de oorzaak. Kenia kampt al twee jaar met aanhoudende droogte. Maar er komen ook verkiezingen aan. Politici en plaatselijke bestuurders zetten nomaden soms aan tot het stelen van vee. Zij regelen dan dat de politie of het leger niet ingrijpt en ontvangen later een deel van de opbrengst. Het geld wordt aangewend voor verkiezingscampagnes.

Sinds onder druk van het IMF veel staatsbedrijven zijn geprivatiseerd, is het moeilijker om illegaal fondsen te vergaren voor campagnes. Veel politici zoeken daarom naar andere manieren, zo schreef columnist John Githongo deze week. Veediefstal is een van de opties. Een andere wijze van politieke patronage is het weggeven van land. De regering zei onlangs een controversieel plan door te zetten dat bepaalt dat tien procent van het toch al uitgedunde aantal bossen gebruikt gaat worden voor de vestiging van landloze boeren. Volgens Githongo is dit een politieke zet in het licht van de verkiezingscampagnes.

Het conflict tussen boeren en nomaden heeft ook een historische dimensie. De kolonisten verdreven nomadenvolkeren als de Maasai uit de vruchtbare hooglanden naar de droge savanne en de woestijn. Na de onafhankelijkheid werden grote delen van het land, die oorspronkelijk fungeerden als uitwijkplaatsen voor nomaden tijdens droogtes, bezet door boeren. De stem van de nomaden heeft te weinig gewicht in de nationale politiek om deze landroof tegen te gaan.

In de uitgestrekte nomadische gebieden oefent de staat nog nauwelijks invloed uit. Om toch de schijn van orde op te houden, hebben de autoriteiten nomaden bewapend om zich tegen veedieven te verdedigen. Deze wapens, en andere die door burgeroorlogen in buurlanden vrij voorhanden zijn, worden nu ingezet in de strijd tussen nomaden onderling en tussen nomaden en boeren.