Westen pakt ex-Joegoslavië verkeerd aan

Waar het Westen in voormalig Joegoslavië probeert bevolkingsgroepen een multi-etnische staat op te leggen, gaat het mis. De vorming van etnisch-homogene staten biedt een uitweg, vindt Raymond van den Boogaard.

De jongste vijandelijkheden in Macedonië en Zuid-Servië zijn, anders dan vertegenwoordigers van de OVSE en de NAVO ons willen doen geloven, veel meer dan een oprisping van `extreme Albanezen'. In werkelijkheid ziet het Westen zich geconfronteerd met het failliet van zijn politiek ten aanzien van het voormalige Joegoslavië.

Die was er steeds op gericht dat de betrekkelijk arbitraire grenzen tussen de deelrepublieken van de federale republiek Joegoslavië behouden moesten blijven, terwijl daarbinnen civiele vrede moest heersen en verschillende etnische groepen vreedzaam moesten samenleven.

Voor de alternatieve basisoptie – het opdelen van het voormalige Joegoslavië in min of meer etnisch-homogene eenheden – heeft in het Westen nooit politieke steun bestaan, zoals de Nederlandse diplomaat Peter van Walsum, voorstander van zo'n opdeling, onlangs nog in zijn boek Verder met Nederland heeft gememoreerd.

Toch is er, in het licht van de uitzichtloze militaire inspanningen van het Westen in Bosnië-Herzegovina en Kosovo, én het vooruitzicht van een nieuwe, alleszins denkbare bloedige ronde van de Joegoslavische burgeroorlog in de omgeving van Kosovo, alle reden om het bestaande beleid eens grondig tegen het licht te houden.

Sinds de Macedonische onafhankelijkheid in 1991 heeft de houding van de internationale gemeenschap inderdaad bijgedragen aan het behouden van de interne rust in deze armste der ex-Joegoslavische republieken. Enerzijds door zware diplomatieke en economische druk om de leiders van de Macedoniërs en de Albanezen – die maken ten minste dertig procent van de bevolking uit – tot samenwerking en een politiek vergelijk te brengen, anderzijds door de aanwezigheid van een bescheiden contingent VN-troepen.

Het is echter zeker dat de huidige Macedonische staat de test van een Albanese guerrilla-opstand niet zal kunnen doorstaan. De situatie in Macedonië lijkt in dit opzicht angstig veel op die in Bosnië-Herzegovina in 1992, waar het Westen tegen beter weten in een wettige regering in Sarajevo wilde erkennen, die geen enkele feitelijke macht had over grote delen van haar territorium – met de bekende gevolgen.

Het heeft weinig zin om – zoals Daan Everts van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) in Kosovo dezer dagen doet – de continuïteit van de gewapende strijd van de UÇK (Kosovo Bevrijdingsleger) te ontkennen of als extremistische restanten af te doen, die door de grote meerderheid van de bevolking niet worden gesteund. De gehele geschiedenis van de Joegoslavische burgeroorlog is er één van betrekkelijk kleine militair-politieke groeperingen, die de eigen etnische groep als het ware in gijzeling nemen en mede daardoor op aanzienlijke steun kunnen rekenen.

Over de ambities van de Albanese guerrilla kun je alleen maar heel somber zijn. De Kosovaarse schrijver en politicus Rexhep Qosja bijvoorbeeld, maakt er in zijn boek La question albanaise uit 1995 geen geheim van dat het `natuurlijke Albanië' zich, behalve tot Kosovo, uitstrekt tot delen van Zuid-Servië (waar thans ook gevochten wordt), het Westen van Macedonië en delen van Montenegro en Noord-Griekenland.

De inspanningen van het Westen om eerder soortgelijke ontwikkelingen in het voormalig Joegoslavië op te lossen, hebben tot weinig verheffende resultaten geleid. In Kroatië werd de civiele vrede hersteld doordat het leger van de Kroatische nationalisten, met steun van het Westen, in 1994 het verzet mocht oprollen in de Servische gebieden die gewapend verzet boden tegen de nieuwe Kroatische staat.

In het voorbijgaan werden daarbij honderdduizenden Serviërs verdreven, vermoedelijk de grootste etnische zuivering tot nu toe in voormalig Joegoslavië. Het Westen heeft in Kroatië dus ingestemd met een etnische zuivering de facto, die overigens gunstige effecten heeft gehad. Kroatië is mede door de etnische zuivering in grote lijnen een democratische en functionerende staat geworden. Hetzelfde geldt voor Servië, nadat deze republiek verlost was van de hypotheek van Kosovo.

Waar het Westen evenwel probeert op een grondgebied de multi-etnische staat op te leggen, gaat het volledig mis – ondanks enorme bedragen aan economische hulp en omvangrijke Westerse militaire aanwezigheid zonder einde. Jaren van Westers protectoraat over Bosnië-Herzegovina hebben de vestiging van een functionerende eenheidsstaat in dit in Servische, Kroatische en moslim-gebieden opgedeelde land geen stap dichterbij gebracht. De door het Westen nagestreefde eenheid is een kostbare fictie.

Eenzelfde beeld biedt Kosovo. Er is geen sprake van dat Albanezen en Serviërs daar in een afzienbare toekomst nog samen kunnen leven en besturen, zoals de OVSE vroom blijft verkondigen. Ook hier is de staatkundige situatie die het Westen nastreeft – reïntegratie van Kosovo in Klein-Joegoslavië – een fictie. Wie heeft er ooit gehoord van een nationalistische guerrilla die, eenmaal met hulp van de NAVO tot de overwinning geraakt, enthousiast de etnisch-staatkundige eenheid opgeeft?

Gaat het Westen straks, wanneer de bloedige strijd Macedonië en andere gebieden maanden of jaren in zijn greep heeft, daar ook met militaire middelen niet-levensvatbare protectoraten vestigen? Of leren we iets uit de ervaringen tot nu toe?

Geef het noorden van Kosovo, waar geen Albanees woont, terug aan Servië en maak van de rest een Albanese staat, eventueel aangevuld met delen Servië en Macedonië. Geef de Servische en Kroatische delen van Bosnië-Herzegovina formeel de mogelijkheid zich bij Servië en Kroatië aan te sluiten. Op die manier ontstaan tenminste staten die een zekere interne coherentie bezitten, en kan een stabiele vrede ontstaan die al het andere mogelijk maakt: economische wederopbouw, respect voor internationale normen op het gebied van respect van minderheden.

Betekent dat voor het Westen niet enorm gezichtsverlies? Zeker. Maar dat gezichtsverlies hebben we dan gemeen met al die verschillende nationalisten die in tien jaar Joegoslavische burgeroorlog hun ambities slechts ten dele, of helemaal niet gerealiseerd zagen. Om over al die gevluchte, gedode en verminkte mensen nog maar te zwijgen.

Raymond van den Boogaard is redacteur van NRC Handelsblad. Hij was van 1991 tot 1994 voor deze krant verslaggever in voormalig Joegoslavië.