Viktor & Rolf komen terug uit zwart gat

Het Nederlandse modeduo Viktor & Rolf toonde in Parijs zijn sterkste collectie tot nu toe. Zwart was de enige kleur in kleding en hun show.

Parijs – Het zwarte gat. Het is de val waar elke succesvolle mode-ontwerper wel eens in trapt. Het overkwam Viktor & Rolf, het Nederlandse modeduo dat nu internationaal succes heeft met een eigen confectiecollectie. De commerciële druk – de kleding moet verkopen, willen fabrikant en ontwerper eraan verdienen – en met de hoge verwachtingen en overstelpende aandacht in de media bleken een aanslag op hun creativiteit. Maar de heren lieten zich niet kennen. Afgelopen weekeinde zetten ze de sterkste collectie tot nu toe neer bij het begin van de modeweek in Parijs, waarin ruim honderd ontwerpers en modehuizen hun najaars- en wintercollecties voor 2001/2002 laten zien.

Het is een gave om iets negatiefs om te zetten tot iets moois. Viktor & Rolf kunnen dat. Het zwarte gat is het thema van hun najaarscollectie waarin ze al hun frustraties hebben gestopt. In een pikdonkere zaal, op een witte catwalk en begeleid door onheilspellende donder schreden zwart geschminkte modellen voorbij, het haar in een zwarte chignon, de benen in zwarte panty's, de voeten in hoge zwarte pumps. En gekleed in uitsluitend zwart. Het had een bizar, vervreemdend en soms spookachtig effect. De creaties waren echter vertrouwd, zoals oude Yves St. Laurent-remakes als bolle knielange rokjes, bolero's met hoge kraag en een grote knoopsluiting of een simpele kiel met lage pofmouwen op een soepelvallende bandplooibroek met extreem wijde pijpen.

De modewereld is een keiharde business en het pleit voor Viktor & Rolf dat ze het zover geschopt hebben. De glitter en glamour is uiteindelijk maar schijn, achter de schermen wordt een verbeten strijd gevoerd om te overleven. De verkoopcijfers bepalen uiteindelijk of een ontwerper het redt of niet. Hopelijk verliezen de twee heren zich niet in het gevecht om de commercie. Juist die eigen(wijze) stijl en originaliteit heeft ze gebracht waar ze nu zijn.

Een Nederlander die de modewereld inmiddels kent, is Josephus Thimister. Hij is na een seizoen afwezigheid (geen geld, geen producent) weer terug met een eigen collectie. Zijn huidige werkgever, het zeer marktgerichte Italiaanse modehuis Genny, steunt hem financieel en neemt de productie op zich. Dat hij bij Genny het een en ander heeft geleerd is duidelijk. Thimisters gevoel voor de markt is verbeterd. Hij weet nu een balans te vinden tussen extravagant en bestsellers. Hij blijft trouw aan zijn rauwe, imperfecte stijl, maar ingehouden. ,,The hard times are over'' schalde het uit de speakers, terwijl de modellen over de met witte anjers bezaaide vloer marcheerden. Thimisters wintercollectie is stoer, met licht militaire en androgyne trekjes. Zwartleren broeken onder officiersjassen in robuust leer, legergroene rokjes met opgestikte klepzakken, truien waarin wol en veulenbont werden gecombineerd en lange voile rokken met cape-jasjes en omslagdoeken. ,,Ik zie de dingen anders nu, ik ben meer volwassen'', zei hij na afloop van de show. ,,Ik richt me ook op andere producten, riemen, tassen, accessoires.'' Het zijn juist deze dingen, naast make-up en parfum, waarmee een modehuis geld verdient.

Ook Niels Klavers snapt dat. Zijn collecties zijn voor sommigen wat te hoog gegrepen, maar met zijn ingedeukte, leren tassen type doktersmodel kun je zonder problemen over straat. In zijn kleren eigenlijk ook wel. Zijn vormentaal is vaak zo alledaags. Klavers en zijn rechterhand Astrid van Engelen zijn namelijk in staat dat wat kleren overkomt (opwaaien, verfrommelen, kreuken, samenknijpen, afzakken) te bevriezen in een ontwerp zonder dat het er statisch uitziet. In een vestje van T-shirtstof zitten opgestroopte mouwen, rokjes en blouses zien eruit alsof ze samengeknepen zijn zoals gebeurt wanneer je je door een menigte heenperst. Precies zoals de mannequins dat deden tijdens de show: ze moesten zich letterlijk een doorgang vechten tussen twee grote met lucht gevulde kussens.