Muziek is decor op de vrijersmarkt

Een hoge dichtheid aan telefoons, een laaghangende wolk van zware parfums en honderden hunkerende jongemannen, dat waren gisteren in Paradiso de opvallendste zaken als je door de strenge controle was. Plus de overal aangeplakte mededeling: `Er wordt geen alcohol geschonken. S.v.p. uw begrip hiervoor'. Een Marokkaans feest in Amsterdam slaagt niet zomaar, ook niet als het op zondagmiddag wordt georganiseerd om meer meisjes te trekken, en – om het nog deugdzamer te laten lijken – is opgehangen aan Aïd al Adhaa, oftewel het offerfeest.

Dat bleek ook uit de muziek-programmering waarin een late wijziging vlak voor tijd nóg eens werd gewijzigd. Na ruim twee uur dansen met D.J. Nassi stonden eindelijk Les Frères Rachi op het podium, een gezelschap dat niemand kende. Maar dat bleek voor niemand een bezwaar omdat deze standaardbezette band: slagwerk, synthesizer en gitaren, de vaart er heel behoorlijk inhield. Dat er na de liedjes niet werd geklapt was waarschijnlijk alleen maar vreemd voor leken. Voor dansers in de leeftijd van rond de twintig is een band blijkbaar niet meer dan een juke-box met een een paar zwetende mensen ervoor.

Ook het optreden van Chebba Maria, een 21-jarige ontdekking uit Casablanca, bracht bij het publiek maar weinig teweeg. Dat lag ook een beetje aan de zangeres zelf, die enorm lange teksten voordraagt zonder zich daarbij af te vragen of er wel iemand is die luistert. Dit gevoegd bij het feit dat ze in haar keurige glitterjurk bijna stokstijf achter de microfoon bleef staan, roept de vraag op of het een verstandig besluit van haar was om voor de populaire raï-stijl te kiezen. De vrije cadenzen die ze zong bij de introductie van haar liedjes wekten de indruk dat ze op het conservatorium meer heeft geleerd dan eindeloos doorgaan op dezelfde beat.

Dat ook zij na afloop nauwelijks applaus kreeg betekent geenszins dat deze Marmoucha-middag een mislukking was. De musici vormen namelijk slechts een decor achter de hoofdfunctie van deze feesten, namelijk die van vrijersmarkt. De meisjes, nog altijd veel geringer in aantal, spelen in hun strakke broeken, kokerrokjes en spannende topjes, met flair de rol van moeilijk te krijgen. De jongens, veelal informeel gekleed, maar messcherp op het gebied van hoofdhaar, snorretjes en bakkebaarden, doen hun uiterste best te suggereren dat ze daar toevallig staan, samen met nog vier, vijf anderen, bij de doorgang naar de toiletten.

De afstand tussen de seksen lijkt maar klein maar het water daartussen is peilloos diep. De omgang is eerder hoofs dan hitsig en de enige aanraking waar Gods zegen op rust, lijkt het vluchtige contact tussen wang en wang, vier keer in plaats van de Hollandse drie. En bij de doodenkele keer dat er een `stel' passeert, een jongenshand op een meisjestaille, rollen vele ogen jaloers uit de kassen. De muziek in Paradiso was als altijd keihard maar werd gisteren overstemd door het zuchten van honderden jongemannen: wat heeft die gozer wat ik niet heb.

Marmoucha Festival. Gehoord: 11/3 Paradiso, Amsterdam.