Komrij als dichter tussen twee culturen

De schrijver-dichter woont al lange tijd in Portugal. Maar aan zijn positie als buitenstaander heeft dit niets veranderd, zo bleek op een feestelijke avond rondom hem.

Een bloemkool, met die groente voelt Gerrit Komrij zich nog het meest verwant: ,,Het lukt me in het buitenland niet om me van het bloemkoolachtige los te maken''. Dat hij in het thema van de boekenweek past, `schrijven tussen twee culturen', daarover verbaast alleen Komrij zelf zich, zo bleek vrijdagavond in De Balie in Amsterdam. Tijdens een feestelijk programma rondom de dichter, essayist en romanschrijver werd door diverse gasten het belang onderstreept van Komrij's verhuizing naar Portugal, bijna twintig jaar geleden. ,,Ben je niet milder geworden door de afstand tot Nederland?'' vroeg Mark Schaevers van Humo. ,,Ik heb altijd op afstand gestaan'', antwoordde Komrij.

Boven de avond hing als een onweerswolkje de kritiek, die de laatste tijd in de Volkskrant en de Groene Amsterdammer te lezen viel: dat Komrij als Dichter des Vaderlands een instituut is geworden, onderdeel van het literaire establishment dat hij vroeger bespotte. Robert Ammerlaan, directeur van De Bezige Bij, refereerde er al aan in zijn openingstoespraak: ,,Is Komrij Adriaan Roland Holst geworden? Nee, Komrij is Komrij.'' Het bewijs zou te vinden zijn in de nieuwe dichtbundel Luchtspiegelingen en de essaybundel Vreemd pakhuis, die Komrij overhandigd werden.

Het publiek keek gniffelend naar de door fadomuziek begeleide, idyllische beelden van Komrij's palazzo in de Portugese binnenlanden. De eigenaar verklaarde dat dit geen aanprijzingsfilmpje was van een makelaar, maar een home-video, oorspronkelijk voor zijn oude vader vervaardigd. Vervolgens werd Komrij onder vuur genomen door interviewer Mark Schaevers. Heeft het niet iets vreemds dat een `outcast' als Komrij een poëzieclub opricht? ,,Het is de logische consequentie van wat ik hiervoor gedaan heb'', luidde het antwoord. ,,De poëzie moet beschermd worden.''

Over de positie van Dichter des Vaderlands zei Komrij: ,,Ik neem het lang niet zo ernstig als sommige mensen. Het is maar een soort publiciteitsstunt, om aandacht voor poëzie te genereren.'' Komrij raakte zichtbaar geïrriteerd door de kritieken die Schaevers maar bleef aanhalen. Mild was hij allang niet meer toen de Nederlandse poëzie ter sprake kwam: ,,Dat is doorzonwoning-poëzie, keurig en fantastisch, maar er is geen dichter bij waar je wakker van ligt''. Verder klonken er vooral veel warme woorden over Komrij's grote verdiensten voor de literatuur. Hafid Bouazza vertelde over de grote indruk die Komrij's roman Dubbelster op hem maakte. Kees van Kooten haalde herinneringen op aan zijn jarenlange vriendschap met Komrij. ,,Gerrit is de enige vriend met wie ik kleding kan kopen'', zei Van Kooten. In Portugal had Komrij hem geadviseerd een gebroken wit kostuum aan te schaffen dat ze in de etalage zagen. De winkelier die de paspop van het pak ontdeed zorgde ervoor, dat zijn handelingen aan het zicht onttrokken werden. Komrij's verklaring: ,,Ze willen niet dat we schrikken van die blote poppekont''.