Indoor-armoe

Indoor verhoudt zich tot atletiek als een glas limonade tot een grand cru uit de Bordeauxstreek. Ik hou te veel van de moeder aller sporten om nog langer naar deze charlatanerie te turen. En van die luchtbel moet ik bijna kokhalzen. Die hal in Portugal wordt bevolkt door bedelaars die zich voor even in koninklijk hermelijn mogen steken. Stuivers met dromen vol dubbeltjes in het hoofd.

Patrick van Balkom bereikte dit weekeinde op de wereldkampioenschappen indooratletiek in Lissabon het hoogtepunt van zijn sprintcarrière. Met een bronzen medaille op de 200 meter. Met alle respect: het had ook chocola mogen zijn. Of marsepein. Een WK-indoormedaille stelt niets voor behalve voor subtoppers die door de afwezigheid van de wereldtop even met lucifers mogen spelen. Er is toch niets brandbaar in die woestijn met dak. Zuchtend nam ik de moeite om de outdoor-ranglijsten van afgelopen jaar te raadplegen. Op de 200 meter stond bronzen medaillist Van Balkom met 19.36 op de 37ste plaats genoteerd. Geeft niet, die plak is voor ieder zichzelf respecterende schoenendoos altijd een leuke bijkomstigheid.

Nee, ik wil er niets meer over horen. Hoewel. Terwijl ik gisteren mijn bitterheid op mijn toetsenbord van mij aframde zag ik uit mijn rechter ooghoek hoe de 400 meter indoor werd verkracht. De 400 is in de buitenlucht een sierlijk en krachtig nummer dat zich als een waaier om het gras van het middenveld ontvouwt. Maar in die Portugese kaasstolp met een te krappe piste verlieten de lopers na een minirondje hun baan om hun eigen polonaise te hossen. Om als loeders te duwen en te trekken alsof het een vulgaire 800 betrof. Geen gezicht. En ook niet om aan te zien die Daniel Caines die met zijn overwinning zo blij was dat ik voor hem onmiddellijk een kistje dooie mussen bestelde. Hij begon te gesticuleren na de finish, zette een hoge hoed met Engelse kleuren op en drapeerde zich met de Union Jack zoals hij zijn grote broers uit de buitenlucht ooit had zien doen. Ik schaamde me diep. Daniel Caines, de wereldkampioen uit Lissabon, bezette vorig jaar de 55ste plek op de wereldranglijst. De winnaar van het zilver, Milton Campbel, werd als 53ste door de IAAF gerangschikt en bronzen medaillist McFarlane is wereldberoemd door zijn 43ste plek. Om te huilen.

Indoor atletiek had nooit mogen worden geboren en moet zo snel mogelijk worden afgeschaft. In de winter, met een halve uitzondering voor de lange-afstandlopers, is een atleet die zijn discipline serieus neemt met een specifieke voorbereiding bezig voor het buitenseizoen, het enige dat telt. Je kunt bijvoorbeeld onmogelijk een krachttraining die gericht is op de zomer combineren met een optimale explosie in de winter. Nelli Cooman is twee keer indoor wereldkampioen geworden op de 60 meter, maar heeft in de zomer nooit fatsoenlijk kunnen presteren op de 100. Maar misschien geldt deze wet niet voor alle disciplines en alle atleten. Dit weekeinde won Lawrence Johnson het polsstokhoogspringen met 5 meter 95, wat maar 1 centimeter lager ligt dan zijn beste prestatie van afgelopen zomer. En natuurlijk zijn de records van Sergej Boebka op hetzelfde nummer volstrekt atypisch. Met 6 meter 15 is het indoorwereldrecord van de Oekraïener nog steeds hoger dan zijn 6 meter 14 in de buitenlucht.

Maar dan nog weet ik een redelijk argument dat indooratletiek allang had moeten diskwalificeren: waar zijn de gekooide roofdieren met discussen en slingerkogels en de sierlijke binken met speer? Nergens. Gediscrimineerd wegens het te lange traject dat hun projectielen moeten afleggen. Te duur zo'n grote stadion met dak. Wel te betalen voor die armoedzaaiers uit Arnhem of arrogante hoofdstedelijke Arenisten. Het is niet anders: wat onderwijs en zorg betekenen voor de Zalm-norm zijn de mooiste werpnummers voor indooratletiek. Hoe noem je een gezin waar de calculerende vader een paar van zijn kinderen in het bos achterlaat?