Hardschaatsen als kunst

Een Japanner met de statuur van een dwerg houdt sinds enkele jaren de gemoederen in de wereld van de schaatsers bezig. Nauwelijks 1 meter en 60 centimeter lang is de 25-jarige Hiroyasu Shimizu en mede daarom wel de snelste schaatser op de kortste afstand.

Omdat hij met zijn neus bijna op het ijs kan schaatsen, ondervindt hij minder luchtweerstand dan wie ook. Gevoegd bij de manier waarop hij de bochten snijdt – ook mede als gevolg van zijn geringe lengte, zijn krachtig ontwikkelde bovenbeenspieren en zijn vechtlust, is Shimizu de beste schaatssprinter van de laatste jaren. Hoe perfect zijn grotere concurrenten ook schaatsen, hoe gedreven zij ook over het ijs snellen, tegen Shimizu in gewone doen zijn zij kansloos.

De sprints van Shimizu hebben een hoge amusementswaarde en kunnen gerekend worden tot een vorm van kunst. Wat Shimizu biedt, is meer dan sport, het is veel meer dan andere schaatsers in hun concurrentiedrift en jacht op grensdoorbrekende prestaties laten zien. Waarom zou een schaatssprint van Shimuzu in al zijn fascinerende vormen geen aanleiding zijn voor een verhandeling over de culturele waarde van sport? Bijvoorbeeld op een kunstpagina – al is het maar om de betrekkelijkheid van al die hoogdravende essays over de waarde van `echte' kunst aan te tonen.

We zouden Shimizu's bewegingen in een contemplatieve context kunnen plaatsen. Een schaatser die zich naar Zen-boeddhistische methoden oefent en races rijdt – verzonken in gebed, op zoek naar verlichting. We zouden zijn vaardigheid kunnen analyseren. Een schaatser die lijf en benen kromt op gevoel en de voeten zo precies neerzet zodat hij in staat is de perfecte race te rijden.

We zouden het nog verse leven van Shimizu kunnen vergelijken met dat van Yukio Mishima, de bizarre Japanse grootmeester in de gruwelijke vertelkunst die op 45-jarige leeftijd een rituele zelfmoord pleegde. Dat laatste doen we maar niet. Het jeugdleven van Shimizu mag dan vaak een kwelling zijn geweest, het verwarde leven van Mishima duldt geen enkele vergelijking.

Toch is er iets in het schaatsende mannetje dat een overweldigende fascinatie teweegbrengt. Zoals zijn moeder en zusjes drie jaar geleden aan de rand van de olympische ijsbaan van Nagano hun emoties de vrije loop lieten na de gouden triomf op de 500 meter van Shimizu – alleen dat al was overweldigend. De machtsgreep van Hiroyasu dreef de familie terug naar de dag, zeven jaar eerder, dat vader Shimizu na een jarenlange lijdensweg aan kanker overleed. Zestien jaar was Hiroyasu toen de man stierf die hem ware levenslessen gaf en hem als kleuter al in de vrieskou liet schaatsen als medicijn tegen astma.

De dood van vader betekende veel voor het gezin. Moeder moest gaan werken en werd walsbestuurder in een wegenbouwbedrijf. Intussen probeerde Hiroyasu zijn verdriet te verwerken op de universiteit én in de sport. IJzingwekkend zouden de beelden rondom de begrafenis van vader Shimizu zijn geweest wanneer zij op film waren vastgelegd. Hiroyasu ontvluchtte het kerkhof, rende naar het ijs – zijn vertrouwde plek, bond zijn schaatsen onder en reed urenlang rondjes. Totdat hij uitgeput en huilend door zijn moeder werd opgevangen.

Was Shimizu een Amerikaan geweest, dan zou een cineast allang het idee hebben geopperd dit rouwproces te verfilmen. Maar Shimizu is een Japanner. Hij is een Japannertje dat mensen versteld doet staan van zijn kunsten, zonder dat een kunstrecensent, laat staan een begenadigd auteur of cineast, er acht op slaat. Mogelijk dat nog een standbeeld van Shimizu verrijst – het hoeft maar 1 meter 60 hoog te zijn.