Elliott Sharp

Vuig. Er is geen beter woord denkbaar om Elliott Sharps nieuwe dubbel-cd Blues for next samen te vatten. De New-Yorkse gitarist gelooft niet in gepolijste producties. Zijn evangelie is diep geworteld in de modder van de Mississippi Delta en de daaruit afkomstige blues. Maar Sharp – sinds de jaren zeventig actief in het Amerikaanse avantgarde circuit – voegt aan de tradities zijn eigen grotestadsneurose toe en noemt het resultaat `future blues'. Het is muziek die schuurt, schraapt en rammelt dat het een lieve lust is.

Sharps recept voor een verslavend gevoel van onrust komt het best tot zijn recht op de `Quartet'-cd. Zijn vaste begeleiders rollen hier een gruizig geluidstapijt vol stuwende bas, schorre baritonsax en ratelende drums voor de leider uit. Die dendert daar vervolgens per steel guitar of elektrisch jankhout overheen alsof hij het ontspoorde achterneefje is van Stevie Ray Vaughn. Flarden gitaar spatten als glasscherven uit de luidspreker, conventionele bluesrifjes worden tot een prop noten verfrommeld en bijna achteloos de toonladder afgetrapt.

Op de `Plus'-cd wordt het explosieve kwartet bijgestaan door vocalisten Dean Bowman en Eric Mingus en gitarist Hubert Sumlin, die ieder ook een aantal composities aandroegen. De snelheid wordt op deze schijf een tandje teruggedraaid, de gitaarcapriolen enigszins ingedamd maar het bluesgehalte is zo mogelijk nog hoger.

Elliott Sharp's Terraplane: Blues for the next (Knitting Factory, KFW-285)