Een neutrale Nozze bij jarig Opera Zuid

Opera Zuid viert het tienjarig bestaan met een nieuwe productie van Mozarts Le nozze di Figaro, de opera waarmee de Maastrichtse instelling in 1991 op beperkte schaal begon te functioneren. Voordien waren er incidentele operavoorstellingen van het Limburgs Symphonie Orkest, een summiere compensatie voor de in 1970 verdwenen Zuid-Nederlandse Opera. Inmiddels is Opera Zuid opgeklommen van twee naar drie producties per seizoen, wat met het nu verruimde budget wellicht nog kan worden opgevoerd.

Tussen de eerste en de huidige Le nozze di Figaro gaf Opera Zuid 25 vaak opmerkelijke voorstellingen, want het artistieke beleid van de drie Engelsen die Opera Zuid totnutoe leidden, brengt naast de exemplarische klassieke stukken – zoals Le nozze – ook onbekend repertoire. Zo waren er Nederlandse premières en zelden gespeelde stukken, zoals L'Etoile van Chabrier, Julietta van Martinu, De zaak Makropoulos van Janácek en Il mondo della luna van Haydn. Ook het volgende seizoen heeft dat patroon: Verdi's Rigoletto, Brittens Death in Venice en de luchtige Ciboulette van Reynaldo Hahn.

Il mondo della luna van de `brave pappa Haydn' leidde wegens het wufte en platte karakter van de regie van Calixto Bieito in 1999 tot het ontslag van artistiek leider Rennie Wright, de opvolger van Aidan Lang. De Spanjaard Bieito mocht zich vorig jaar nog wel revancheren met een opmerkelijke Carmen (inclusief naakte stierenvechter), Wright moest de regie van Mozarts Cosí fan tutte overgeven aan zijn landgenoot Mike Ashman, die kort daarop werd benoemd tot artistiek leider.

Met de klassieke regiestijl van Ashman, die hij ook demonstreert in Le nozze di Figaro, maakt Opera Zuid een wending die het gezelschap nu duidelijk onderscheidt van de reguliere opvattingen van de Nederlandse Opera en de Nationale Reisopera. Ashman mag het regievak hebben geleerd bij uitgesproken vernieuwers als Joachim Herz, Götz Friedrich en Harry Kupfer, zijn opvattingen staan in de praktijk ver af van het dramaturgische Duitse regisseurstheater.

Bij Ashman geen `vernieuwing', geen opzienbarende of tegendraadse typeringen, geen actualisering, geen expliciete boodschap, wel esthetiek en historische kostuums. Het enige `nieuwe' in Ashmans Le nozze zijn de overgangen tussen de actes 1 en 2 en tussen de actes 3 en 4: ze lopen briljant in elkaar over.

Bij Ashman ziet men, net als tien jaar geleden in de conventionele Le nozze di Figaro van Giles Havergal, een tijdloos neo-classicisme. Dat resulteert op zijn best in een fraaie en aangename voorstelling op basis van de door publiek en zangers veelgevraagde `eerbied' voor het werk van de componist. Le nozze di Figaro wordt hier dan ook vrijwel zonder coupures uitgevoerd, dus inclusief de onlangs nog bij de Nederlandse Opera geschrapte aria's van Marcellina en Basilio in de vierde acte.

Deze over het algemeen heel aardig gezongen, milde en ontspannen productie is nogal karakterloos. Het is allemaal erg braaf en zonder veel scherpte door een gebrek aan detaillering in de karakterisering van de personages. Ook kan de vertelling van het verhaal leuker, speelser en kwaadaardiger. Er zijn wel wat problemen in het huwelijk van de gravin, een statige, niet al te gemakkelijk zingende Janny Zomer. Zo probeert de graaf Susanna op haar huwelijksdag te versieren – maar daaraan wordt door niemand zwaar getild. Dat gedoe hoort nu eenmaal bij opera, is de houding, ook van bruid Susanna (een fraai zingende Anna Maria Panzarella) en bruidegom Figaro (een joviale Romain Bischoff). Uiteindelijk is die mislukte drang tot promiscuïteit nog het enige opmerkelijke aan deze saaie slungelgraaf (een veel beter zingende dan acterende Marcel Boone).

Een positieve kant van dat `neutrale' in de enscenering is dat de toeschouwer een beter oog krijgt voor de structuur van de opera. Onafgeleid ziet men hier hoe geleidelijk librettist Lorenzo da Ponte en componist Mozart hun personages introduceren. Natuurlijk was dat altijd al het geval met de gravin (entree in de tweede acte), maar ook de vaak wat bleke rol van Barbarina, die pas echt in de vierde acte uitgroeit, krijgt hier meer profiel.

Door het herstel van een anders vrijwel nooit gespeelde korte scène in de derde acte, waarin ze Cherubino voorstelt zich als meisje te verkleden, komt Barbarina nu eerder dan gebruikelijk op het podium. De relatie tussen Cherubino en Barbarina krijgt meer reliëf en zo wordt Cherubino nog explicieter getypeerd als de ware Don Juan in dit verhaal. Door zijn goede betrekkingen met bijna alle dames is Cherubino dè rivaal van de graaf. De page delft wel een paar keer het onderspit, maar de herhaalde afgang van de graaf is door diens hogere status vernederender.

Bovendien valt de rol van Cherubino nu zo op omdat hij in de travestievertolking van de mooi zingende Monique Scholte fysiek ook zeldzaam echt een jongen lijkt. Uiteindelijk vraagt men zich af waarom Figaro – hier soms bijna zo dom als de bediende Manuel in de tv-serie Fawlty Towers – toch altijd wordt geacht de titelrol te hebben. De aanleiding voor de opera is dan wel zijn huwelijk, maar de dames maken de dienst uit.

Het Limburgs Symphonie Orkest speelt over het algemeen fraai onder leiding van Paul McGrath in passende tempi, van de voortvarende ouverture tot de verheven magische momenten in de slotscène, met een mooie, warme klank.

Voorstelling: Le nozze di Figaro van W.A. Mozart door Opera Zuid en Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Paul McGrath. Decors en kostuums: Bernard Culshaw; regie: Mike Ashman. Gezien: 10/3 Theater aan het Vrijthof Maastricht. Tournee t/m 31/3. Inl.: (043) 3210166.