Een concertgebouw voor de popmuziek

Precies over een week gaat in Amsterdan de Heineken Music Hall open. Na het muziekcentrum 013 in Tilburg is dit de tweede zaal in Nederland die speciaal voor popmuziek is ontworpen. ,,Popmuziek vraagt om heel andere akoestiek dan klassieke muziek", zegt directeur Stiekema.

Eindelijk heeft Amsterdam zijn grote zaal voor popmuziek. Over een week opent de Heineken Music Hall in Amsterdam Zuid-Oost, vlakbij bij de Arena, met een concert van de Amerikaanse groep The Deftones. Na het popmuziekcentrum 013, dat een paar jaar geleden naar een ontwerp van Benthem & Crouwel in Tilburg verrees, is de Heineken Music Hall het tweede gebouw in Nederland dat speciaal voor popmuziek is gebouwd.

,,We konden buitenlandse popmuzikanten niet goed uitleggen waarom Amsterdam geen behoorlijke hal voor popmuziek had'', zegt Paul Stiekema, directeur van de Heineken Music Hall, in zijn kantoor in de nieuwe hal. ,,Amsterdam is de stad die ze willen zien. Ook als ze in de Ahoy'-hal in Rotterdam spelen, eisen ze vaak een hotel in Amsterdam. Ze beschouwen Amsterdam als een wereldstad, maar anders dan Londen, Parijs of Brussel kan de grootste popzaal van de stad, Paradiso, niet meer dan 1000 mensen bevatten. Dat vinden ze onbegrijpelijk.''

De Heineken Music Hall heeft een capaciteit van 5500 zit- en vooral staanplaatsen. ,,De hal is bedoeld voor popartiesten die te groot voor Paradiso zijn en nog te klein voor Ahoy' met zijn 10.000 plaatsen'', zegt Stiekema.

Tien jaar heeft het geduurd voor de Heineken Music Hall er kwam. Al in 1990 vroeg Mojo aan de Amsterdamse architect Frits van Dongen om zijn gedachten eens te laten gaan over een Amsterdamse zaal voor popmuziek in de vorm van een `black box'. ,,Mojo wilde een hal die speciaal voor popmuziek is ontworpen", vertelt Stiekema. ,,Hallen waar nu vaak popconcerten worden gehouden, zoals de Rijnhal in Arnhem en de Groenoordhallen in Leiden, zijn bedoeld voor algemene evenementen en in logistiek opzicht heel onhandig voor popconcerten. Het publiek komt bijvoorbeeld vaak binnen naast het podium. Ook de akoestiek van deze zalen is vaak ver onder de maat.''

Waar de Heineken Music Hall precies moest komen, was in 1990 niet duidelijk. Allerlei locaties in Amsterdam – de IJ-boulevard, het Java-eiland, Teleport bij Sloterdijk en het centrum – werden overwogen en vervolgens om verschillende redenen – slechte bereikbaarheid, geluidsoverlast – verworpen. In 1995 werd de bouw van het Arena-stadion door de Amsterdamse Dienst Ruimtelijke Ordening aangegrepen om het omringende gebied te veranderen in wat Amerikanen een `urban entertainment destination' noemen. Het nieuwe Ajax-stadion moest worden omgeven door warenhuizen, bioscopen, theaters en horeca. In dit nieuwe uitgaans- en shoppingcentrum zag Mojo wel plaats voor de muziekhal.

De Heineken Music Hall is uiteindelijk pal naast de vorig jaar geopende Pathé megabioscoop aan de Arena Boulevard terechtgekomen. Dat Van Dongen ook de kloeke bioscoop heeft ontworpen, is toeval, maar de architect heeft er wel gebruik van gemaakt om ze, aan de buitenkant althans, tot verwanten te maken. Van Dongen heeft het begrip `box' heel letterlijk genomen. Anders dan het popcentrum 013, dat Benthem & Crouwel hebben behangen met echte cd's om de functie duidelijk te maken, kent het exterieur van de Heineken Music Hall geen enkele opsmuk. De hal is nauwelijks meer dan een grote platte doos met een nog strengere, grotendeels gesloten gevel dan de naburige bioscoop. Op enkele glazen delen na zijn de gevels van de Heineken-doos kant bekleed met `kallzip', langwerpige aluminium-platen die gewoonlijk als dakbedekking worden gebruikt. Oorspronkelijk was het Van Dongens bedoeling om de muziekhal met dezelfde roestvrije geperforeerde staalplaten te bekleden als de Pathé bioscoop, maar hiervoor bleek het bouwbudget van Mojo niet toereikend. Mojo heeft de bouwkosten van 26 miljoen gulden overigens gedeeltelijk gefinancierd via een commanditaire vennootschap.

Binnen verdwijnt de verwantschap van de muziekhal met de Pathé bioscoop. Met zijn amoebe-vormige garderobe en kassa van matglazen platen heeft de hal eerst nog enigszins dezelfde koele sfeer als de bioscoop. Maar vervolgens is het alsof er een andere architect aan het werk is geweest. Een klein deel van het publiek moet rechtdoor naar het balkon en de tribune, het grootste deel gaat naar rechts en komt dan in een immense foyer met een bar en een bescheiden internet-ruimte. De foyer is een curieuze ruimte die door zijn dimensies (16 meter hoog, 10 meter breed en 130 meter lang) doet denken een hangar voor zeppelins.

Opvallend is het kleurgebruik in Heineken Music Hall. Sommige gangen zijn helemaal – ook de vloer en het plafond – knalrood. De `Postbank-lounge', een forse driehoekige ruimte boven de entree op de eerste verdieping, is vrijwel geheel hardblauw geschilderd. ,,De lounge is bedoeld voor het publiek dat na een concert even wil blijven hangen en nog wat wil drinken'', zegt Stiekema. ,,Hier zullen after-party's met extra concerten worden gehouden.''

De kleur rood keert terug in de concertzaal, zij het op bescheiden schaal. Hier zorgen de rode wanden van de drie balkons – twee kleine voor de sponsors en hun gasten en een grote voor het publiek – voor accenten die contrasteren met de grijze, geperforeerde staalplaten waarmee de wanden verder zijn bekleed. Voor het overige heeft Van Dongen weer afgezien van enige opsmuk: ook de zaal is niet meer dan een doos in een doos. Dit maakt de Heineken Music Hall tot een traditioneel muziekgebouw, dat nauw verwant is met bijvoorbeeld het beroemde Concertgebouw uit 1888 in Amsterdam-Zuid. Maar de akoestiek zal heel anders zijn dan die van het Concertgebouw. ,,Anders dan klassieke muziek vraagt popmuziek om een zo `droog' mogelijke akoestiek'', zegt Stiekema. ,,Er moet zo weinig mogelijk nagalm zijn. Op het eerste gezicht vraagt de stalen gevelbekleding om akoestische moeilijkheden. Maar achter de geperforeerde staalplaten is steenwol geperst. Het bekende akoestisch adviesbureau Peutz is bij het ontwerp van deze zaal betrokken geweest. Zelfs als je in een volkomen lege zaal in je handen klapt, galmt het niet.''

De Heineken Music Hall wijkt nog in een ander opzicht af van het Concertgebouw: de zaal is een heuse flexibele `black box'. Vrachtauto's kunnen het gebouw binnenrijden tot vlak achter het podium. Het podium kan verschillende maten aannemen en is bovendien verplaatsbaar tot het midden van de zaal. Overal zijn in de stalen dakconstructie voorzieningen aangebracht, die het mogelijk maken om op elke plek in de zaal een flinke batterij lampen, schijnwerpers of andere attributen te hangen. Ook de tribune kan, afhankelijk van het aantal verkochte zitplaatsen, worden verkleind, zodat het humeur van de artiesten en de sfeer onder het publiek niet wordt verpest door gapende leegten.

,,In akoestisch en logistiek opzicht is aan alles gedacht'', zegt Stiekema. ,,Maar mensen gedragen zich nu eenmaal onvoorspelbaar. Het blijft dan ook spannend hoe het gebouw straks zal functioneren."

De Heineken Music Hall opent 19/3 met The Deftones.