Dreigende `val' Parijs eigen schuld van rechts

Een vorstelijk buffet en nootjes op schraagtafels. Het contrast was groot tussen de bijeenkomst van de omstreden Parijse burgemeester Tiberi, en zijn linkse opponent Delanoë.

Als een gladiator komt hij binnen, omringd door lijfwachten, een glimlach van triomf op het gezicht. Jean Tiberi, scheidend burgemeester van Parijs. Probleemgeval. Maar niet als je het hemzelf vraagt. Hij geniet. Hij straalt. Het gerucht gaat dat hij misschien wel zeventien procent van de stemmen heeft gehaald. Te weinig om zijn positie veilig te achten, te weinig ook om niet met klem op te roepen tot een fusie met rivaal Philippe Séguin, maar genoeg om een cruciale rol te gaan spelen bij rechts dat hem verfoeit. Vernederd, uit de partij gegooid, en zelfs in de steek gelaten door zijn beste vriend, president Jacques Chirac. Maar: een sleutelfiguur.

In de glorie van zijn habitat-sinds-zes-jaar, het somptueuze Hôtel de Ville van Parijs laat hij de sukkel Séguin en de weliswaar leidende maar bleke lijststrekker van links, Bertrand Delanoë, zien hoe je politiek bedrijft. Macchevelliaans. Geamuseerd dus, losjes, geheel niet uit het evenwicht gebracht door de massieve aanwezigheid van de media, die iedere oogopslag vastleggen (dat is juist de bedoeling!) en hem met tientallen camera's tegelijk bespringen. Hij kan er niet genoeg van krijgen. Hij maakt een triomftocht door de grote zalen van zijn paleis, iedere vijf meter stilstaand om opnieuw hetzelfde, buitengewoon redelijke verhaal af te draaien.

Rechts moet zich herenigen, er staat te veel op het spel, niemand kan de verantwoordelijkheid op zich nemen van een ,,val'' van Parijs. Strijden moeten we, zoals hijzelf steeds gedaan heeft, ondanks de verraderlijke aanvallen in de rug door zijn geestverwanten. Wat zegt hij daar? Daar wil hij het helemaal niet meer over hebben! Wat doet het er toe, in het licht van de historische taak die rechts wacht: het behoud van Parijs. En verder gaat het weer. Om na tien meter weer andere cameraploegen de kans te geven zijn bedaarde triomf vast te leggen. Nee, hij kan zich niet voorstellen dat ook maar iemand het risico durft te nemen niet met hem in zee te gaan.

Moet Bernadette ook meedoen? vraagt iemand. Bernadette Chirac, mascotte van rechts, die laatst Tiberi bij een ontvangst op het Élysée voor het oog van de camera's een ijskoud handje gaf. Bernadette? Het zwarte schaap ontploft bijna van gespeelde verbazing. Wat dacht u, natúúrlijk moet ook Bernadette van de partij zijn.

Wat een contract met de echte, zij het voorlopige, winnaar, die zich op een steenworp afstand angstvallig schuilhoudt in zijn hoofdkwartier. Door de raampjes van het eeuwenoude pandje aan de rue des Juges Consuls staan tientallen camera's iedere beweging binnen vast te leggen. Bij gebrek aan spektakel gaan ze ook de uitslagen maar staan filmen op de her en der opgestelde monitors, of elkaar, of ze drommen om arriverende grootheden, van wie de interviewers naderhand zelf niet eens weten wie ze zijn. Halverwege de avond betreedt Bertrand Delanoë, onder applaus van de pers, de grote tent die voor de gelegenheid is opgetrokken naast Centre Pompidou. Aan de zijkanten staan schraagtafels met wat nootjes en spawater erop. Het glanzende parket, de buffetten en de vorstelijke zaal van het stadhuis waar journalisten tientallen faxen, telefoons en pc's tot hun beschikking horen bij de macht die eindelijk, na meer dan een eeuw lijdzaam wachten, binnen handbereik is.

Triomfalisme past niet bij die hoopvolle status. Anders dan de verliezende winnaar even verderop, doet Delanoë een zakelijk beroep op de Groenen tot een reeds beklonken samenwerking voor de tweede ronde. Hij leest van papier, houdt het kort en verdwijnt weer. Afstandelijk. Bijna kil.