Ahold dingt mee naar pompen

Supermarktketen Albert Heijn, onderdeel van het Ahold-concern, wil benzinepompen langs de snelweg gaan exploiteren met een `gemakswinkel' ernaast. Daarvoor zoekt het bedrijf ,,een partner'' die kan meedoen met de veiling de komende twee jaar van vijftig pompstations langs snelwegen.

Die pompen zijn nu nog van één van de vier grote oliemaatschappijen maar moeten in handen komen van nieuwe marktpartijen om de concurrentie in de benzinemarkt te bevorderen. Albert Heijn zal zelf bieden op de pompen als het geen geschikte partner kan vinden, aldus een woordvoerder. Ook bij vijftig mega-supermarkten (4.000 vierkante meter) aan de rand van steden, zou het in de toekomst benzine kunnen exploiteren.

De afgelopen paar jaar exploiteerden oliemaatschappij Shell en Albert Heijn samen zo'n 60 winkels in een benzinepomp. Maar dat experiment is afgeblazen omdat Shell in andere landen ook al de winkel-formule Select exploiteert en omdat het concern maar moeizaam aan vergunningen kwam voor zulke winkel-pomp-combinaties, zegt een Shell-woordvoerder. Ook BP en supermarktketen C1000 exploiteerden samen winkels en benzinepompen, evenals Texaco en Unigro (een voorloper van supermarktconcern Laurus) in het verleden. Supermarktketen Dirk van den Broek verkoopt waar mogelijk goedkope benzine naast de supermarkt.

De overheid studeert al drie jaar op plannen om de benzinemarkt te liberaliseren. De Nederlandse benzineprijzen zijn de hoogste in Europa. De prijzen zijn bij de meeste pompen hetzelfde: of de automobilist nu tankt bij Texaco, Esso of BP, hij betaalt niet minder dan bij marktleider Shell. Die vier maatschappijen hebben 75 procent van de Nederlandse markt (omzet) in handen. De maatschappijen hebben in het verleden eeuwigdurende vergunningen gekregen van de overheid, op grond van hun marktaandeel. Daarnaast hebben ze een groot aantal onafhankelijke pompen gekocht van particulieren. In veel gevallen exploiteren lokale ondernemers die pompen, onder strenge voorwaarden.