Zalm en Melkert: politicus of staatsman

Dertig jaar geleden was Nederland per persoon zo'n 5 procent minder welvarend dan de Bondsrepubliek. Toen kregen wij drie kabinetten (Den Uyl, Van Agt I, Van Agt II) die een slecht en uiteindelijk onhoudbaar economisch beleid voerden. Lubbers en Ruding moesten de schade herstellen, maar dat leidde onvermijdelijk tot nog meer achterstand wegens de nasleep van sommige bezuinigingen. Het resultaat: aan de vooravond van de Duitse hereniging was Nederland maar liefst 15 procent achter geraakt bij de Duitsers. Wij waren de sjofele buren van Noordrijn-Westfalen geworden. Toen werd Wim Kok minister van Financiën en begon Nederland na het mislukte kabinet Lubbers II met nieuwe moed aan een rigoureus beleid van matigen in de collectieve sector. In 1994 schoof Kok door naar de positie van minister-president en kreeg hij met Gerrit Zalm een competente opvolger, vrolijker van uitstraling, maar uit dezelfde strenge school. Tegelijkertijd werd Ad Melkert minister van Sociale Zaken, en die zag kans om de uitzendbureaus meer ruimte te bieden, het ontslagrecht efficiënter te maken en daarmee onze `arbeidsmarkt' wat meer te laten lijken op het bij investeerders populaire Angelsaksische model. Nederland begon gunstig op te vallen tussen de buurlanden.

Nu staat Nederland hoog op de lijstjes van internationale beleggers, is onze overheidssector kleiner dan gemiddeld in Europa (wij zijn 20 miljard per jaar zuiniger dan het gemiddelde in de EU), en hebben wij volgend jaar Duitsland ingehaald. Omdat in Nederland al sinds 1993 de economische groei ieder jaar beter is dan in Duitsland, zijn wij binnenkort per persoon rijker dan de Duitsers.

Dat strenge beleid had een prijs. Hoe kan het anders wanneer een land in 1981 de duurste overheidssector heeft van heel Europa (met Denemarken) en twintig jaar later zo veel goedkoper is dan het Europese gemiddelde? Nergens in Europa is zo gedrukt op de totale uitgaven aan onderwijs, zorg, ambtenaren en wegenbouw als bij ons, en dat heeft geleid tot lagere belastingen en een sterke economie, maar wel ten koste van slijtage en achterstallig onderhoud. Alle conflicten tussen PvdA en VVD gaan over de vraag hoe de schade kan worden hersteld zonder dat de discipline van Kok en Zalm daarbij ook verdwijnt.

Succes is mogelijk – het land is er rijk genoeg voor – maar vereist dat de grote antagonisten, Zalm en Melkert, de promotie maken van politicus naar staatsman. Voor Zalm vraagt dat om een nieuwe start in een meer subtiele rol als minister van Financiën. Niet meer de boekhouder die vier maanden voordat het jaar begint al precies weet wat iedereen mag uitgeven. Die exactheid resulteert in de wachtlijsten, de files en de vacatures die we nu genoeg kennen. In plaats daarvan moet zijn ministerie de andere departementen helpen om doelen te formuleren voor de prestaties. Zoveel kortere wachtlijsten, zoveel minder criminaliteit, zoveel meer kwaliteit in het onderwijs. Het parlement kan dan oordelen over de toegezegde prestaties van ziekenhuizen, scholen en politiedistricten. Zijn die ambitieus, dan hoort daar extra geld bij – en wordt het allemaal te duur, dan moet het parlement eerlijk en open de ambities verlagen. Zo werkt overal het bedrijfsleven; zo moet ook de overheid gaan werken. Als Gerrit Zalm die stap zet van boekhoudkundige controle naar bedrijfskundige aansturing, maakt hij alle aanspraak om de grootste minister van Financiën te worden in de Nederlandse geschiedenis.

Tegenspeler Melkert staat ook voor een uitdaging. Hij heeft tot nog toe nog nooit het verlossende woord gesproken over het schandaal van de bijna één miljoen WAO'ers. Maar dat kan nu geen maand meer wachten. De domme werkgeverslobby VNO-NCW graaft zich al in door te eisen dat de uitkeringen naar beneden moeten. De even domme vakbeweging FNV gaat beweren dat de bedrijven straks maar twee jaar het loon moeten doorbetalen als iemand ziek wordt. Een gevaarlijke uitnodiging aan die bedrijven om te discrimineren tegen iedere sollicitant die wel eens ziek zou kunnen worden. Een betere aanpak is al jaren zichtbaar voor iedereen die onbevooroordeeld wil kijken. Bij Akzo Nobel, DSM, Siemens en Shell is de instroom in de WAO eenderde tot een kwart van het landelijk cijfer. Die bedrijven hebben er 800 tot 1.000 gulden per werknemer per jaar voor over om mensen direct door te verwijzen naar rugcentrum of psycholoog. Hoe sneller de hulp, hoe minder het risico dat mensen moeten afgaan op huisartsen die rust voorschrijven of overbezette Arbo-artsen die geen geld hebben.

Laat Melkert daarom svp in het openbaar toegeven dat de huidige Arbo-diensten veel te goedkoop zijn en dat elke werkgever een contract moet sluiten op het niveau van Akzo Nobel, DSM, Siemens en Shell. Kosten: 2 miljard per jaar. Opbrengsten: per jaar zestigduizend mensen minder die de WAO instromen. Nu worden zieke mensen nog op en neer gestuurd van een huisarts die niks weet van hun werk naar een Arbo-arts zonder budget en een GAK-arts zonder tijd.

Uit nieuw NYFER-onderzoek naar WAO-dossiers blijkt bovendien dat al die artsen te beroerd zijn om met elkaar te communiceren. De enige oplossing: een soort bedrijfsarts die direct kan helpen met het soort bedragen dat vier vooruitziende ondernemingen nu al ter beschikking stellen. Mijn voorstel: elke Arbo-dienst die zieke mensen begeleidt, moet worden goedgekeurd en in de commissie die dat doet benoemt het kabinet de vier directeuren sociale zaken van Akzo, DSM, Siemens en Shell. Een heel andere oplossing dan waar PvdA en vakbeweging nu aan denken – maar Melkert heeft het gezag om die door te zetten. En wie in Nederland de WAO wijs hervormt, mag aanspraak maken op de hoogste prijs in de politiek.